Erfrecht. Kort geding. Doorbreking medisch beroepsgeheim? Zwaarwegend belang. Wilsonbekwaamheid erflater? Onterving. Afgifte van of inzage in huisartsdossier.
De Rechtbank Amsterdam heeft op 1 september 2022 uitspraak gedaan over de vraag of er een zwaarwegend belang bestond op de afgifte van een huisartsdossier ter vaststelling van de wilsonbekwaamheid van de erflater bij het opmaken van het testament.
Het geschil draait om de vraag of S inzage moet geven in het medisch huisartsdossier van de overledene, de tante van eisers.
De vraag is dan of eisers voldoende hebben aangedragen om doorbreking van het medisch beroepsgeheim te rechtvaardigen.
Eisers hebben spoedeisend belang bij hun vordering omdat de medische gegevens ingevolge het tussenvonnis van de bodemrechter van 11 mei 2022 tijdig (op 2 september 2022) voor het eerste getuigenverhoor van 14 september 2022 moeten worden ingediend bij de rechtbank.
Erfrecht. Kort geding. Doorbreking van medisch beroepsgeheim? Zwaarwegend belang. Wilsonbekwaamheid van erflater? Onterving. Afgifte van of inzage in huisartsdossier.
De rechter oordeelt als volgt.
Op grond van artikel 7:457 lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW) mag een medisch hulpverlener geen inzage in of afschrift van het medisch dossier aan anderen dan de patiënt verstrekken dan met toestemming van de patiënt.
Dit beroepsgeheim geldt ook na de dood van de patiënt. Op de plicht tot geheimhouding zijn echter uitzonderingen mogelijk.
Eisers doen een beroep op de uitzondering van artikel 7:458a lid 1, onder c, BW.
Daarin staat dat – in afwijking van artikel 7:457 BW – de hulpverlener desgevraagd inzage in of afschrift van gegevens uit het dossier van een overleden patiënt verstrekt aan een ieder die een zwaarwegend belang heeft en aannemelijk maakt dat dit belang mogelijk wordt geschaad, en dat inzage in of afschrift van gegevens uit het dossier noodzakelijk is voor de behartiging van dit belang.
Voor een geslaagd beroep op deze doorbrekingsgrond moet volgens de parlementaire geschiedenis (Kamerstukken II 2017/18, 34994, nr. 3) aan twee cumulatieve criteria zijn voldaan:
- degene die stelt dat hij een zwaarwegend belang heeft, moet met voldoende concrete aanwijzingen aannemelijk maken dat dit belang mogelijk wordt geschaad en
- diegene moet aannemelijk maken dat inzage noodzakelijk is voor de behartiging van dit belang.
Tijdens de behandeling van het wetsvoorstel tot invoering van het nieuwe artikel 7:458a BW, dat in werking is getreden op 1 januari 2020, vroeg de Tweede Kamer aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) om een handreiking te laten opstellen en daarin met name duidelijk te maken wanneer sprake is van een ‘zwaarwegend belang’ voor inzage en afschrift van het medisch dossier van een overleden patiënt.
Op verzoek van de Minister (Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 34 994, nr. 21) heeft onder meer de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG) vervolgens een handreiking opgesteld: de handreiking “Inzage in medische dossiers door nabestaanden” van 19 januari 2021 (hierna: de KNMG-handreiking).
In paragraaf 6.2.2.1 (Wijziging testament door wilsonbekwame patiënt) van de KNMG-handreiking staat:
“Nabestaanden kunnen een beroep doen op een zwaarwegend belang als een overledene zijn testament heeft aangepast, daarbij personen heeft onterfd en er concrete aanwijzingen zijn dat de overledene op het moment dat hij zijn testament wijzigde, wilsonbekwaam was. De nabestaanden of erfgenamen kunnen u dan vragen of ze het medisch dossier van de overledene mogen inzien om daarmee te kunnen aantonen dat deze inderdaad wilsonbekwaam was op het moment van de wijziging van het testament. Volgens vaste rechtspraak kan er in dergelijke gevallen worden aangenomen dat er sprake is van een zwaarwegend belang. U zou daarom inzage kunnen geven in de betreffende delen van het medisch dossier. Daarbij moet u wel meewegen of de nabestaanden niet ook op een andere manier dan door inzage in het dossier duidelijkheid kunnen krijgen over de eventuele wilsonbekwaamheid. Als dat zo is, dan mag u geen inzage geven. Uit de rechtspraak valt af te leiden dat sprake kan zijn van een zwaarwegend financieel belang als een testament is gewijzigd en de eisers daardoor zijn onterfd [vgl. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 21 oktober 2014, GHARL:2014:8078]. Soms zal het om astronomische bedragen gaan, maar ook kleinere erfenissen kunnen voor mensen een zwaarwegend financieel belang opleveren.”
De voorzieningenrechter neemt deze – op verzoek van de Tweede Kamer en de Minister – voor de uitvoering door de zorgverlener van artikel 7:458a lid 1, onder c, BW opgestelde KNMG-handreiking (en daarin vermelde jurisprudentie) mede tot uitgangspunt.
De beschreven situatie doet zich hier voor: de overledene heeft haar testament aangepast, daarbij eisers onterfd en er zijn concrete aanwijzingen dat de overledene wilsonbekwaam was op het moment dat zij haar testament wijzigde.
Eisers willen (op voorshands goede gronden) de rechtsgeldigheid van het testament aanvechten en hebben een bewijsopdracht van de rechter gekregen.
De concrete aanwijzingen zijn erin gelegen dat
(i) in de door eisers in de bodemprocedure overgelegde medische gegevens die A (wel) aan hen heeft verstrekt, al relevante aanknopingspunten en een begin van bewijs te vinden zijn,
(ii) de bodemrechter in het tussenvonnis niet voor niets de opdracht tot het leveren van aanvullend bewijs heeft gegeven,
(iii) de voorzieningenrechter van deze rechtbank in het vonnis van 17 juni 2022 de (opvolgend) notaris heeft veroordeeld tot afgifte aan eiser van de eerste drie testamenten van de overledene, met doorbreking van de geheimhoudingsplicht, overwegende:
“Van een zwaarder wegend belang is in dit geval sprake. In de eerste plaats is het zo dat eisers bij het laatste testament zijn onterfd. In de tweede plaats heeft het er alle schijn van, gelet op het dossier, dat de tante niet dan wel beperkt wilsbekwaam was ten tijde van het opmaken van het laatste testament. De medische gegevens wijzen in die richting. Van belang is ook dat de heer B, de buurman, door een beschikking van de kantonrechter is ontslagen als executeur-testamentair.“
Gelet op dit alles is voldoende aannemelijk dat eiser een zwaarwegend belang hebben bij inzage in het huisartsdossier en dat dit belang mogelijk wordt geschaad door de weigering van S.
S betoogt weliswaar dat niet zeker of waarschijnlijk is dat het huisartsdossier de door eiser gewenste informatie over de wilsbekwaamheid bevat, maar het is wel mogelijk en gezien de bewijsnood waarin eiser nu klaarblijkelijk verkeren, is dat in dit verband voldoende.
De volgende vraag is of eisers voldoende aannemelijk hebben gemaakt dat inzage noodzakelijk is voor de behartiging van dit belang.
Nu de rechtbank – tot verbazing van ook S – de door eisers in de bodemprocedure overgelegde medische gegevens van A kennelijk niet als voldoende bewijs heeft aangemerkt en de notaris die het testament in 2017 heeft verleden – onbetwist –geen notaris meer is en bovendien onvindbaar (hetgeen de bodemrechter nog niet bekend was), is het huisartsdossier een van de weinige andere informatiebronnen die over de wilsbekwaamheid van de overledene duidelijkheid zouden kunnen verschaffen.
Het huisartsdossier is in het algemeen een belangrijke bron van medische informatie.
En ook al was (zoals S aanvoert) de overledene zorgmijdend en/of zou er in het huisartsdossier geen letterlijk oordeel van de huisarts over de wilsbekwaamheid van de overledene staan, dan nog kunnen – zoals eisers ter zitting terecht hebben opgemerkt – andere gegevens in het dossier, zoals bijvoorbeeld herhaalde verwarde telefoontjes van de patiënte naar de huisarts (‘circumstantial evidence’), in samenhang met andere informatie mogelijk voldoende bewijs opleveren.
Aan S kan worden toegegeven dat het verpleegdossier van A (waarvan ter zitting bleek dat dat nog niet aan eisers is verstrekt) mogelijk ook (of meer) nuttige informatie kan bevatten, maar dat betekent niet dat geen inzage in het huisartsdossier moet worden verschaft of dat eerst het verpleegdossier moet worden opgevraagd.
Voor dat laatste is ook geen tijd meer.
Bovendien zou Amstelring op een inzageverzoek dan weer kunnen antwoorden dat eerst het huisartsdossier moet worden verstrekt en zo zouden eisers dan van het kastje naar de muur worden gestuurd.
Bovendien zal het voor eisers om aan deze lastige bewijsopdracht te voldoen noodzakelijk zijn alle snippertjes bewijs aan te dragen en te combineren.
S voert verder nog aan dat eisers beter het FACT-dossier kunnen opvragen, maar dat argument gaat niet op, omdat vast is komen te staan dat de overledene uiteindelijk (toch) niet door FACT begeleid is.
Al met al hebben eisers voldoende aannemelijk gemaakt dat inzage in het huisartsdossier van de overledene dat zich bij S bevindt noodzakelijk is voor de behartiging van het zwaarwegende belang van eisers.
De volgende vraag die beantwoord moet worden is of inzage in het gehele huisartsdossier moet worden verstrekt.
In lid 3 van artikel 7:458a BW is immers bepaald: “Op grond van dit artikel worden uitsluitend gegevens verstrekt voor zover deze betrekking hebben op de grond waarvoor inzage wordt verleend”.
In verband met deze proportionaliteitstoets behoeft niet het gehele dossier te worden afgegeven, maar zal S in aansluiting op hetgeen ter zitting is besproken worden veroordeeld tot afgifte van (een kopie van) het huisartsdossier van de overledene over de periode rondom het passeren van het testament van 2017, dat wil zeggen de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 december 2018.
Gelet op hetgeen hierboven is overwogen omtrent ‘circumstantial evidence’ behoeft binnen deze periode door S geen verdere selectie te worden gemaakt; zij dient het gehele huisartsdossier over deze periode te verstrekken.
Dat moet uiterlijk 8 september 2022 gebeuren.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat nietig testament over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de rechtsgeldigheid of uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de rechtsgeldigheid van een testament of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, bezoek dan onze website over het testament. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.