Erfrecht. Uitleg van een testament. Verzorgingsgedachte van de erflater. Heeft het testament een duidelijke zin? Bedoeling van erflater. Is het testament komen te vervallen?
De Rechtbank Amsterdam heeft op 14 september 2022 uitspraak gedaan over de uitleg van een testament.
Eiseres stelt met betrekking tot haar vordering dat erflater ten tijde van het opmaken van het testament zijn toenmalige echtgenote – A – en zijn zoon (toen 18 jaar oud) verzorgd wilde achterlaten door ten gunste van A de wettelijke verdeling van toepassing te verklaren en door gedaagde door middel van een legaat te voorzien van een “studiepotje”.
Volgens eiseres heeft het testament alleen gelding in de situatie dat erflater bij zijn overlijden nog gehuwd zou zijn geweest met A en gedaagde nog behoefte zou hebben gehad aan financiële middelen ten behoeve van zijn studie.
Het één, noch het ander was bij het overlijden van erflater echter het geval.
Omdat het testament van erflater daardoor geen duidelijke zin (meer) heeft, dient volgens eiseres bij de uitleg daarvan op grond van artikel 4:46 lid 2 BW acht geslagen te worden op daden en verklaringen van erflater ter opsporing van zijn bedoelingen die hem bij het opstellen van het testament hebben geleid en voor ogen stonden.
Uit de e-mail van 20 maart 2019 van erflater aan notaris K blijkt dat het de bedoeling van erflater was dat eiseres verzorgd achter zou blijven en dat gedaagde na het overlijden van erflater en eiseres hun beider vermogen zou erven.
Ook uit de handgeschreven, ongedateerde notitie van erflater blijkt volgens eiseres dat erflater heeft gewild dat zij zijn erfgenaam zou zijn.
Uit erflaters notitie van 1 november 2013 blijkt dat hij haar al zelfs voor hun huwelijk heeft willen beschermen.
De erfstellingen van A en gedaagde en het legaat aan gedaagde zijn volgens eiseres dan ook vervallen.
Omdat erflater geen eerder testament heeft gemaakt, is het wettelijk versterferfrecht en de wettelijke verdeling van toepassing.
Dat heeft tot gevolg dat eiseres en gedaagde de enige erfgenamen van erflater zijn en gedaagde uitsluitend een niet-opeisbare vordering ter grootte van zijn erfdeel op eiseres heeft verkregen, aldus nog steeds eiseres.
Erfrecht. Uitleg van een testament. Verzorgingsgedachte van de erflater. Heeft het testament een duidelijke zin? Bedoeling van erflater. Is het testament komen te vervallen?
De rechter oordeelt als volgt.
Eiseres stelt zich dus op het standpunt dat uitlegging van het testament tot de slotsom moet leiden dat het testament van erflater is komen te vervallen.
Op grond van artikel 4:46 lid 1 BW moet bij uitlegging van het testament worden gelet op de verhoudingen die de uiterste wilsbeschikking kennelijk wenst te regelen en op de omstandigheden waaronder de uiterste wilsbeschikking is gemaakt.
Dit alles geldt – anders dan gedaagde veronderstelt – ook voor een uiterste wilsbeschikking die op het eerste gezicht grammaticaal duidelijk is.
Bij het opmaken van zijn testament was erflater gehuwd met A en had hij één zoon uit zijn eerste huwelijk, gedaagde.
Onweersproken is de stelling van eiseres dat erflater niet eerder een testament heeft laten opmaken.
A en gedaagde waren dan ook op grond van de wet zijn erfgenamen.
Kennelijk beoogde erflater met het opmaken van het testament dan ook niet op de eerste plaats te bewerkstelligen dat A en gedaagde zijn erfgenamen werden.
Dat waren zij immers al en daar was dus geen testament voor nodig.
Kennelijk beoogde erflater met het testament ten behoeve van A vooral te bewerkstelligen dat zijn nalatenschap tussen A en gedaagde zal worden verdeeld overeenkomstig de wettelijke verdeling.
kort gezegd: A verkrijgt alle goederen van de nalatenschap in eigendom en gedaagde verkrijgt een vordering op haar ter grootte van de waarde van zijn erfdeel).
Verder beoogde erflater te bewerkstelligen dat gedaagde ook een bedrag van 15% van de gehele zuivere nalatenschap in contanten zou verkrijgen.
Bij de uitlegging van de uiterste wilsbeschikking van erflater gaat het om de volgende vraag:
Was het bij het opstellen van de uiterste wilsbeschikking de bedoeling van erflater dat bij het vervallen van de begunstiging van A – in dit geval als gevolg van echtscheiding – (i) een nieuwe echtgenote (mede)erfgenaam zou worden en (ii) dat op de verdeling van zijn nalatenschap de wettelijke verdeling van toepassing zou zijn?
Was het bij het opstellen van de uiterste wilsbeschikking de bedoeling van erflater daarmee te bewerkstelligen dat bij het vervallen van de begunstiging van A en bij zijn hertrouwen, gedaagde enig erfgenaam zou zijn?
Daarover is de uiterste wilsbeschikking onduidelijk.
Om antwoord te vinden op de hiervoor bedoelde vraag dient de uiterste wilsbeschikking verder te worden uitgelegd.
Bij die verdere uitlegging dient niet alleen (wederom) te worden gelet op de verhoudingen die de uiterste wil kennelijk wenst te regelen, en op de omstandigheden waaronder de uiterste wil is gemaakt (artikel 4:46 lid 1 BW).
Ook de verklaringen en gedragingen van erflater waarop eiseres zich beroept kunnen bij de verdere uitlegging worden gebruikt omdat in de geconstateerde onduidelijkheid van de uiterste wilsbeschikking besloten ligt dat deze geen duidelijke zin/betekenis heeft (artikel 4:46 lid 2 BW).
Uit hetgeen hiervoor is weergegeven, is naar het oordeel van de rechtbank het volgende af te leiden.
In de handgeschreven notitie van 1 november 2013 (nog voor zijn huwelijk met eiseres) schrijft erflater dat hij wil dat eiseres gedurende een jaar na zijn overlijden kosteloos over de woning kan beschikking.
In zijn handgeschreven, ongedateerde notitie vraagt hij zich af hoe zijn vrouw, die niet meer werkt, moet worden beschermd.
In de e-mail van 20 maart 2019 legt erflater een aantal vragen met betrekking tot de positie van eiseres ingeval van zijn overlijden ter beantwoording voor aan notaris K.
Bij het beoordelen van die verklaringen/gedragingen van erflater gaat het er niet om of daaruit is af te leiden dat erflater vanwege de gebeurtenissen in zijn leven (echtscheiding en hertrouwen) iets anders is gaan willen dan hetgeen hij in zijn testament heeft vastgelegd maar niet heeft laten vastleggen in een nieuw testament.
Het gaat erom of uit die verklaringen en gedragingen van erflater is op te maken dat zijn wil ten tijde van het maken van het testament en hetgeen hij toen met die uiterste wilsbeschikking bedoelde erop gericht was om de hiervoor weergegeven vraag bevestigend te beantwoorden.
Dat is niet het geval.
Uit die verklaringen/gedragingen van erflater is zonder meer af te leiden dat hij zich de financiële positie van [eiseres] na zijn overlijden ter harte nam en aantrok en dat hij bepaalde gedachten/wensen had over de wijze waarop daarin moest worden voorzien (en daarbij misschien uitging van onjuiste juridische veronderstellingen).
Echter, die gedachten/wensen heeft erflater nu eenmaal niet in een nieuw testament laten vastleggen.
In de verklaringen/notities en de e-mail van erflater is evenwel geen aanknopingspunt te vinden voor het oordeel dat hij ten tijde van het opstellen van de uiterste wilsbeschikking, in 2005, al de bedoeling had om te bepalen dat zijn testament, na echtscheiding, geheel zou vervallen zodat gedaagde niet zijn enig testamentair erfgenaam zou zijn, maar dat een eventuele nieuwe echtgenote (mede)erfgenaam zou worden en dat de wettelijke verdeling van toepassing zou zijn.
Andere feiten of omstandigheden die voor wat betreft de uitlegging van het testament tot een andere conclusie zouden kunnen leiden, heeft eiseres niet naar voren gebracht en zijn ook niet gebleken.
Dit alles betekent dat de primaire vordering van eiseres (voor recht te verklaren dat het testament vanwege de uitleg die daaraan moet worden gegeven, is vervallen) niet toewijsbaar is.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat nietig testament over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de rechtsgeldigheid of uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de rechtsgeldigheid van een testament of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, bezoek dan onze website over het testament. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.