Erfrecht. Nietigverklaring huwelijk of geregistreerd partnerschap. Wilsbekwaamheid. Alzheimer. Bewijs. Goede trouw. Geestelijke stoornis. Toetsing. Terugwerkende kracht.

Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 6 september 2022 uitspraak gedaan over een verzoek tot de nietigverklaring van een geregistreerd partnerschap.

De moeder is in 1946 te A geboren.

Zij is de moeder van de verweerster.

Op 15 februari 2021 zijn de moeder en de man een geregistreerd partnerschap met elkaar aangegaan.

De dochter verzoekt nietigverklaring van het geregistreerd partnerschap tussen haar moeder en de man.

Erfrecht. Nietigverklaring huwelijk of geregistreerd partnerschap. Wilsbekwaamheid. Alzheimer. Bewijs. Goede trouw. Geestelijke stoornis. Toetsing. Terugwerkende kracht.

De rechter oordeelt als volgt.

Nietigverklaring huwelijk

Op grond van artikel 1:69 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan worden verzocht om de nietigverklaring van een huwelijk, indien de partners niet aan de vereisten voldeden om het huwelijk te kunnen aangaan.

Artikel 1:80a lid 6 BW bepaalt dat de vereisten voor het aangaan van een huwelijk ook gelden bij het aangaan van een geregistreerd partnerschap.

In combinatie met artikel 1:80a lid 6 BW bepaalt artikel 1:32 BW dat een geregistreerd partnerschap niet mag worden aangegaan als de geestesvermogens van een partij zodanig zijn verstoord, dat deze niet in staat of om haar wil te bepalen of om de betekenis van haar verklaring te begrijpen.

Het hof is met de rechtbank van oordeel dat het geregistreerd partnerschap van de moeder en de man nietig is. Het hof verwijst naar de overwegingen van de rechtbank in de bestreden beschikking en neemt die na eigen onderzoek over.

Het hof voegt daar het volgende aan toe. Uit de stukken blijkt voldoende dat de moeder niet meer wilsbekwaam was toen zij het geregistreerd partnerschap aanging.

Het hof baseert dit oordeel op de brieven en rapportages van de geriater.

Het hof heeft hiervoor uitgelegd waarom (getuigen)verklaringen van anderen met betrekking tot de wilsbekwaamheid van de moeder tegenover de verklaring van de geriater niet van betekenis kunnen zijn voor de beslissing van het hof en gaat in het navolgende daarop nader in.

Geriater schrijft in zijn brief van 3 juli 2019 dat hij de moeder op 5 juni 2019 heeft gezien vanwege verwardheid.

Hij schrijft dat de moeder last heeft van forse cognitieve stoornissen en slecht scoort op een MOCA-test (18/30).

De geriater schrijft dat hij zich zorgen maakt en vraagt voor de moeder een MRI-scan aan om haar cognitieve stoornissen verder te onderzoeken.

Nadat in augustus 2020 deze MRI-scan is uitgevoerd, diagnosticeert geriater de moeder met de ziekte van Alzheimer.

Uit zijn brief van 26 februari 2021 volgt dat geriater de moeder sinds juli 2019 meerdere keren op de poli geriatrie heeft gezien en de moeder en de man op 16 december 2020 daar wederom heeft gezien.

De geriater heeft toen opnieuw een MOCA-test bij de moeder afgenomen, waarop zij slechter scoorde dan de vorige keer (10/30).

Op basis van het consult op 16 december 2020 stelt de geriater de diagnose CDR2, oftewel gevorderde alzheimerdementie.

De man heeft aangevoerd dat de geheugenstoornissen ook veroorzaakt kunnen worden door het jarenlange gebruik van het medicijn Prednison door de moeder.

Dat medicijn is nog niet geheel afgebouwd.

De diagnose van de geriater is daarom voorbarig aldus de man.

De man heeft zijn stelling onderbouwd door te verwijzen naar een door hem overgelegd – algemeen- artikel (Geneesmiddelen-Bulletin nr 5, 2013) over geheugenstoornissen in relatie tot geneesmiddelengebruik.

Die onderbouwing van zijn stelling is onvoldoende.

Overigens doet die stelling ook niet af aan de constatering van de geriater dat vanaf 2019 bij de moeder sprake is van forse cognitieve stoornissen.

Het hof stelt vast dat de moeder dus al voor het aangaan van het geregistreerd partnerschap is gediagnostiseerd met gevorderde alzheimerdementie.

Geriater omschrijft in zijn brieven het gedrag van de moeder tijdens hun ontmoetingen.

In de brief van 3 juli 2019 schrijft de geriater dat de moeder hem meerdere keren hetzelfde vertelt en dingen die de geriater haar vertelt, snel weer vergeten is.

Daarnaast schrijft de geriater dat sprake is van ‘zeer forse headturning’ en dat de man ‘het hele gesprek overneemt’.

In de brief van 26 februari 2021, waarin de ontmoeting op 16 december 2020 wordt beschreven, schrijft geriater dat de moeder geen besef heeft van haar situatie en is vergeten dat zij eerder in een ziekenhuis is geweest.

In de brief van 15 april 2021 omschrijft de geriater de ontmoeting van 5 maart 2021.

In deze brief schrijft de geriater dat de moeder binnen een paar minuten is vergeten wat de geriater eerder heeft gevraagd.

Daarnaast kan zij zich belangrijke, recente gebeurtenissen niet meer herinneren.

De moeder weet niet meer dat ze kort daarvoor bij de notaris is geweest en waarom.

Ze kan daar niets over vertellen en heeft geen idee waarover het gaat.

Op de vraag of ze getrouwd is met de man zegt de moeder dat ze daarover moet nadenken, dat weet ze niet zo goed.

Op de vraag of ze met de man zou willen trouwen antwoordt ze eerst dat dat misschien nog geen gek idee is en later dat dat niet zo hoeft van haar.

Desgevraagd zegt ze dat ze zich met gemeenschap van goederen niet zo bezig houdt.

Het hof leidt hieruit af dat de moeder kennelijk niet meer weet dat zij – drie weken daarvoor – een geregistreerd partnerschap is aangegaan met de man.

Het hof is van oordeel dat uit deze stukken van de geriater blijkt dat de moeder op 15 februari 2021 niet wilsbekwaam was om een geregistreerd partnerschap aan te gaan.

Haar geestesvermogens waren vanwege de dementie zodanig verstoord dat zij niet meer kon begrijpen wat een geregistreerd partnerschap inhoudt en wat de juridische en vermogensrechtelijke gevolgen daarvan zijn.

Het hof is bovendien van oordeel dat geen andere stukken zijn overgelegd die dit oordeel kunnen veranderen.

Geriater is de enige getuige die specialist is op het gebied van ouderengeneeskunde en alzheimer.

In tegenstelling tot de andere getuigen volgt geriater de (mentale) gezondheidstoestand van de moeder al enkele jaren en beoordeelt en behandelt hij de moeder in dat kader.

Het hof is van oordeel dat andersluidende verklaringen en meningen van andere personen niet kunnen opwegen tegen de schriftelijke verklaringen van de geriater.

Het feit dat de moeder op 11 februari 2021 nog rijgeschikt is verklaard door het CBR, voor de duur van een jaar, maakt het oordeel van het hof niet anders.

De moeder is die dag onderzocht door een neuroloog.

Uit de stukken blijkt niet dat deze neuroloog een specialist zou zijn op het gebied van alzheimerdementie.

Bovendien heeft deze neuroloog, uitgaande van een lichte vorm van dementie (alleen) onderzocht of de moeder nog in staat was om veilig auto te rijden.

Uit het feit dat de neuroloog de moeder, behoudens een positieve rijvaardigheidstest, daartoe in staat achtte, kan niet worden geconcludeerd dat de moeder op dat moment ook in staat was om de juridische en vermogensrechtelijke gevolgen van een geregistreerd partnerschap te overzien.

Deze vaardigheden zijn van een andere orde.

Ook het feit dat andere betrokken personen niet hebben getwijfeld aan de wilsbekwaamheid van de moeder, verandert het oordeel van het hof niet.

Het hof heeft eerder al uitgelegd waarom de verklaringen van de notaris en de abs niet kunnen opwegen tegen die van geriater.

Daarbij komt nog dat zowel notaris als de abs anders gehandeld zouden hebben, als zij hadden geweten dat de moeder in behandeling was bij de geriater vanwege alzheimerdementie.

Notaris schrijft dit in zijn brief van 4 februari 2022.

De jurist van de gemeente heeft tijdens de mondelinge behandeling verteld dat de abs ‘véél meer vragen had gesteld’ als zij dit geweten had.

Het hof zal het verzoek van de man dus afwijzen.

Terugwerking nietigverklaring

Artikel 1:77 lid 1 BW bepaalt dat de nietigverklaring van een geregistreerd partnerschap terugwerkt tot het moment van het aangaan van het geregistreerd partnerschap.

Dit betekent dat het geregistreerd partnerschap in dat geval geacht wordt nooit te hebben bestaan.

Artikel 1:77 lid 2 BW bepaalt echter dat de nietigverklaring geen terugwerkende kracht heeft tegenover de geregistreerd partner, als die partner te goeder trouw is.

In dat geval heeft de nietigverklaring dezelfde gevolgen als de ontbinding van het geregistreerd partnerschap.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat nietig testament over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de rechtsgeldigheid of uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de rechtsgeldigheid van een testament of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, bezoek dan onze website over het testament. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.