Erfrecht. Procesrecht. Vordering nietigverklaring testament. Opvolgende testamenten met wijzigingen en aanvullingen. Dagvaarden van executeur. Ondeelbare rechtsverhouding.
De Rechtbank Noord-Nederland heeft op 22 december 2022 uitspraak gedaan over de vraag of een vordering tot nietigverklaring van een testament ontvankelijk was wegens de onjuiste dagvaarding van een executeur.
Eisers vorderen inzake de nalatenschap van vader primair dat de rechtbank voor recht verklaart dat het derde testament van vader, van 23 juni 2017, nietig is wegens strijd met de wet en dat dat hierdoor het eerste testament van 11 oktober 2011 en het tweede testament van 17 mei 2016 te gelden hebben.
Volgens eisers is het testament van 23 juni 2017 nietig omdat vader alleen de stiefkinderen tezamen met gedaagde als erfgenamen heeft benoemd en daarbij de wettelijke verdeling van toepassing heeft verklaard.
Voor een geldige wettelijke verdeling dient volgens eisers echter altijd ten minste één kind ook erfgenaam te zijn.
Gedaagde voert aan dat eisers in hun vorderingen niet-ontvankelijk moeten worden verklaard, omdat zij niet in persoon gedagvaard had moeten worden maar in haar hoedanigheid van executeur.
Daarnaast betoogt [gedaagde] dat sprake is van een ondeelbare rechtsverhouding en dat alle erfgenamen in het geding hadden behoren te worden betrokken, hetgeen niet is gebeurd.
Erfrecht. Procesrecht. Vordering nietigverklaring testament. Wettelijke verdeling. Opvolgende testamenten met wijzigingen en aanvullingen. Dagvaarden van een executeur. Ondeelbare rechtsverhouding. Vordering ontvankelijk?
De rechter oordeelt als volgt.
Uit de testamenten van vader blijkt dat hij gedaagde heeft benoemd tot executeur in zijn nalatenschap.
Dit heeft hij gedaan in het tweede testament van 17 mei 2016.
In zijn derde testament van 23 juni 2017 heeft vader daar geen wijziging in aangebracht.
Gedaagde heeft haar benoeming tot executeur blijkens de verklaring van executele van 23 februari 2022 aanvaard.
Eisers hebben de nalatenschap blijkens akten van 31 januari 2022 en 5 april 2022 beneficiair aanvaard.
Artikel 4:149 lid 1 sub d BW bepaalt dat in dat geval de taak van de executeur in beginsel eindigt.
Artikel 4:202 lid 1 sub a BW bepaalt echter dat de nalatenschap wordt vereffend wanneer zij door een of meer erfgenamen onder voorrecht van boedelbeschrijving is aanvaard, tenzij er een tot voldoening van de opeisbare schulden en legaten bevoegde executeur is en deze kan aantonen dat de goederen der nalatenschap ruimschoots toereikend zijn om alle schulden der nalatenschap te voldoen.
Gedaagde heeft onweersproken verklaard dat de nalatenschap positief is, zodat de rechtbank uitgaat van de juistheid daarvan.
Dit betekent dat de taak van gedaagde als executeur niet is beëindigd.
Naar het oordeel van de rechtbank had gedaagde dan ook in haar hoedanigheid van executeur moeten worden gedagvaard.
Anders dan eisers hebben gesteld, waren zij op de hoogte van de benoeming van gedaagde tot executeur.
Eisers hebben immers zelf bij dagvaarding het tweede testament van vader van 17 mei 2016 overgelegd waarin gedaagde tot executeur is benoemd.
In de aan eisers verstrekte kopie van dit testament is dit gedeelte van de tekst voor hen zichtbaar. In het derde testament van 23 juni 2017, dat volledig aan eisers is verstrekt en ook door hen bij dagvaarding is overgelegd, heeft vader geen wijziging in de executeursbenoeming aangebracht.
De rechtbank gaat verder voorbij aan de op de mondelinge behandeling ingenomen stelling van eisers dat zij, voor zover van belang, hebben bedoeld gedaagde ook in haar hoedanigheid van executeur te dagvaarden.
Bij de vermelding van de gedaagde in de dagvaarding staat immers niet dat zij wordt gedagvaard in haar hoedanigheid van executeur.
De inhoud van de dagvaarding bevat ook geen aanwijzing dat gedaagde ook als executeur wordt aangesproken.
Gelet op het door gedaagde bij antwoord ingenomen standpunt hierover had het naar het oordeel van de rechtbank op de weg van eisers gelegen om bij repliek duidelijk te maken dat zij gedaagde (ook) in haar hoedanigheid van executeur hebben gedagvaard.
Dit hebben zij nagelaten.
Omdat niet duidelijk is dat gedaagde in rechte als executeur wordt aangesproken, wordt zij in haar procesbelang geschaad.
Er bestaat daarom geen aanleiding ervan uit te gaan dat de vorderingen worden geacht te zijn ingesteld tegen gedaagde in haar hoedanigheid van executeur in de nalatenschap van vader.
Gezien het voorgaande zullen eisers in de vorderingen met betrekking tot de nalatenschap van vader niet-ontvankelijk worden verklaard.
De rechtbank overweegt ten overvloede nog het volgende.
De vorderingen van eisers inzake de nalatenschap van vader betreffen naar het oordeel van de rechtbank een rechtsverhouding waarbij het rechtens noodzakelijk is dat een beslissing daarover in dezelfde zin luidt ten aanzien van alle bij die rechtsverhouding betrokkenen (een “processueel ondeelbare rechtsverhouding”).
Dat betekent dat de rechtbank de beslissing over die verdeling slechts kan geven in een geding waarin allen die bij die rechtsverhouding zijn betrokken, partij zijn.
De rechterlijke beslissing bindt hen dan allen.
Wanneer een partij een dergelijke beslissing wil uitlokken, dienen dan ook alle bij de rechtsverhouding betrokken partijen in het geding te worden geroepen (vgl. onder meer Hoge Raad, 8 november 1991, HR:1991:ZC0405, NJ 1992/34).
Dat betekent dat ook de zus van eisers in het geding had moeten worden betrokken.
Nu eisers gelet op hetgeen hiervoor is overwogen niet-ontvankelijk zullen worden verklaard in de vorderingen inzake de nalatenschap van vader, ziet de rechtbank geen aanleiding om eisers op de voet van artikel 118 Rv in de gelegenheid te stellen om de zus alsnog in het geding te betrekken.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat nietig testament over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de rechtsgeldigheid of uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de rechtsgeldigheid van een testament of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, bezoek dan onze website over het testament. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.