Erfrecht. Testament vernietigbaar? Wilsonbekwaamheid van de erflater? Vernietigbaarheid wegens wilsgebreken? Medisch bewijs. Verval.
Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 19 april 2022 uitspraak gedaan over de vraag of een testament vernietigbaar was wegens een wilsgebrek.
De vader van appellant en geïntimeerden (hierna: vader, of: erflater), overleden in 2017, heeft tijdens zijn leven meerdere malen bij testament over zijn nalatenschap beschikt.
Hij heeft telkens zijn twee kinderen appellant en geïntimeerde tot zijn enige erfgenamen benoemd.
Zijn echtgenote, de moeder van appellant en geïntimeerde, met wie hij in gemeenschap van goederen gehuwd was, is reeds eerder (in 2007) overleden.
Haar nalatenschap is nog niet afgewikkeld.
Op 20 september 2013 heeft vader ten overstaan van notaris B een testament opgemaakt.
In dat testament is geïntimeerde voor 2/5e deel van de nalatenschap tot erfgenaam benoemd en appellant voor 3/5e deel.
Verder is bepaald dat er geen inbrengverplichting geldt ten aanzien van giften.
Voorts bevat het testament een tweetrapsmaking, waarbij geïntimeerde de bezwaarde en diens zoon de verwachter is.
Appellant is benoemd tot executeur en afwikkelingsbewindvoerder.
Appellant stelt zich op het standpunt dat de geestvermogens van vader op 21 juli 2015 zodanig gestoord waren dat hij op het moment van het ondertekenen van de akte niet in staat kon worden geacht een volledig testament te overzien.
Ook de VIA-arts die vader heeft beoordeeld is volgens appellant die mening toegedaan, omdat het korte termijn-geheugen van vader gestoord was.
Vader heeft dat laatste zelf ook in de akte van 21 juli 2015 laten vastleggen.
Vader besefte niet meer dat zijn oorspronkelijke wensen in het testament van 23 september 2013 en 13 februari 2015 waren vastgelegd.
Uit de handelingen en uitingen van vader blijkt volgens appellant dat die stoornis hem belette zijn belangen te waarderen nu hij juist zijn oorspronkelijke wensen hierdoor buitenspel zette.
Ook de mentor heeft verklaard dat vader de consequenties niet kan overzien.
De notarissen hebben in hun dossiernotities ook de vergeetachtigheid van vader vastgelegd, maar hebben daarop niet consequent gehandeld.
D heeft de arts ingeschakeld buiten medeweten van de mentor, die pas na ontvangst van het verslag van de arts op de hoogte is gesteld.
Vader werd bewust afgezonderd en is fysiek en geestelijk sterk achteruitgegaan in de maanden voorafgaand aan 21 juli 2015.
De mentor vond dat vader niet meer wist wat hij deed.
Ook mevrouw F, (aanstaande) schoondochter van appellant en als ouderenverzorgster aan te merken als deskundige, heeft verklaard over de ernstige vergeetachtigheid van vader.
Geïntimeerde betwist de stellingen van appellant en diens conclusie dat vader wilsonbekwaam was.
Erfrecht. Testament vernietigbaar? Wilsonbekwaamheid van de erflater? Vernietigbaarheid wegens wilsgebreken? Medisch bewijs. Toetsing. Verval.
De rechter oordeelt als volgt.
Het gaat erom of vader ten tijde van het passeren van het testament op 21 juli 2015 wilsonbekwaam was.
Het uitgangspunt bij de beoordeling hiervan is dat iemand wilsbekwaam wordt geacht totdat het tegendeel is gebleken.
De omstandigheid dat het vermogen van vader onder bewind was gesteld en voor hem een mentor was benoemd maakt op zichzelf niet dat vader wilsonbekwaam moet worden geacht.
Wel kan dit een indicatie zijn om de wilsbekwaamheid nader te onderzoeken, en dat heeft de notaris in dit geval gedaan.
Appellant stelt dat vader wilsonbekwaam was, maar het hof is van oordeel dat hij zijn stellingen tegenover de gemotiveerde betwisting door geïntimeerde onvoldoende heeft onderbouwd.
Hierbij neemt het hof het volgende in aanmerking.
Notaris D heeft bij het tot stand komen van het testament van 21 juli 2015 het Stappenplan Beoordeling Wilsbekwaamheid gevolgd.
In dat kader heeft zij voorafgaand aan het passeren van het testament de onafhankelijke (VIA-) arts ingeschakeld voor een medische beoordeling van de wilsbekwaamheid van vader, met het oog op het herroepen van het testament en het voorlaatste testament weer van kracht laten worden.
Deze arts heeft de vader op 16 juli 2015 gesproken tijdens een huisbezoek in het verzorgingshuis, waarbij verder niemand aanwezig was.
De arts verklaart in zijn medische verklaring van 17 juli 2015 dat hij vader gelet op diens geestelijke toestand in staat acht zijn wil nog voldoende te kunnen bepalen en de reikwijdte van zijn beslissing te kunnen overzien in relatie tot zijn wens dit testament op te maken.
De arts vermeldt daarbij het volgende:
“Er is sprake van een progressieve stoornis in de hersenen, waardoor toenemend cognitieve beperkingen optreden, waaronder in de geheugenfunctie. Mijnheer woont sinds kort beschermd in een kleinschalig verzorgingshuis met de nodige verzorging en begeleiding. Hij heeft tevens een bewindvoerder om zijn zakelijke belangen te behartigen, nu hij deze niet meer zelfstandig naar behoren overziet.
Mijnheer was op de hoogte van mijn komst en het doel en geheel coöperatief. Zijn bewustzijn is helder, het denken in de actualiteit is enigszins traag maar adequaat, mede door een behoorlijke cognitieve reserve, waarbij zijn geheugen soms wel moet worden opgefrist. Het geheugen is met name voor de korte termijn wisselend gestoord, evenals de oriëntatie in tijd. Mijnheer kan een zinvol gesprek voeren op goed niveau en zich behoorlijk concentreren. Mijnheer heeft een vrij goed ziekte-inzicht.
Mijnheer uit zijn verdriet en zijn zorgen erover dat de relatie tussen zijn zoons is verslechterd en dat een van de zoons voordeel wil genieten (…’met slimmigheid’… en ‘relschoppen’).
Uit informatie van de door mij geraadpleegde kandidaat-notaris bleek de strekking van zijn wensen consistent en persistent te zijn. Ten aanzien van het herroepen van zijn laatste – met zoon (appellant) – opgemaakte testament acht ik hem medisch gezien thans nog in staat zijn eigen uitdrukkelijke wil te bepalen. Mijnheer wenst dat zijn oorspronkelijke wensen van kracht zijn, zoals vastgelegd in het voorlaatste testament.”
Appellant heeft niet betwist dat ten aanzien van vader niet door een arts de diagnose dementie is gesteld.
Ook heeft appellant geen enkel medisch stuk overgelegd of aangeboden medische stukken over te leggen die kunnen onderbouwen dat vader (al dan niet ten gevolge van dementie) niet meer in staat was zijn wil te bepalen.
Dat vader vergeetachtig was, en dat verschillende personen daarover kunnen verklaren of hierover iets hebben verklaard, heeft tegenover het voorgaande onvoldoende relevantie.
De personen die appellant noemt zijn geen arts en kunnen dus niet een diagnose stellen of vader wilsonbekwaam was of niet.
Ook een mentor of bewindvoerder kan dat niet.
Dat vader in een 24 uurs-zorginstelling woonde, en dat op het indicatiebesluit als zorgvorm staat vermeld “beschermd wonen met intensieve dementiezorg”, waarvoor hij in aanmerking kwam “in verband met lichamelijke en psychische klachten op het gebied van sociale zelfredzaamheid, mobiliteit en persoonlijke verzorging” kan eveneens niet aangemerkt worden als zo’n medische diagnose.
Appellant stelt dat de bewindvoerder opdracht heeft gegeven voor het testament.
Een testateur is zelf echter de enige die aan de notaris opdracht kan geven voor het maken van een testament.
Voor zover appellant stelt dat de bewindvoerder en de notaris vader hebben “gestuurd” in de richting van het testament van 21 juli 2015, heeft het volgende te gelden.
De bewindvoerder heeft de taak om vader in zijn vermogensrechtelijke belangen te beschermen, en heeft – naar het oordeel van het hof terecht – aanleiding gezien notaris van het testament van 13 februari 2015, dat na een maand het testament van 16 januari 2015 herriep, op de hoogte te stellen.
Vervolgens heeft de notaris het Stappenplan Beoordeling Wilsbekwaamheid gevolgd.
De mentor die enkel mentor is en niet tevens bewindvoerder heeft in beginsel geen taak op vermogensrechtelijk gebied.
Er is geen rechtsregel die bepaalt dat de mentor op dit punt op voorhand geïnformeerd moet worden, en het informeren van de mentor zou overigens in strijd zijn met de geheimhoudingsplicht van de notaris.
Appellant stelt voorts nog dat vader bewust werd afgezonderd en dat ondersteunt volgens hem dat vader in een bepaalde richting werd “gestuurd”.
Geïntimeerde heeft dit echter gemotiveerd betwist.
Uit de overgelegde stukken leidt hof af dat het hier ging om een tijdelijk bezoekverbod van de zorginstelling voor appellant vanwege diens dominante en onheuse gedrag waardoor onrust bij vader en medewerkers van de instelling ontstond.
Afzondering en “sturing” van vader is niet komen vast te staan.
Appellant heeft daarvoor verder onvoldoende concrete en onderbouwde feiten gesteld.
Appellant heeft nog een bewijsaanbod gedaan, maar wat hij heeft aangeboden te bewijzen en met welke middelen mist – gelet op het voorgaande – relevantie voor een oordeel over de wilsbekwaamheid van vader op het moment van passeren van het testament.
Het hof gaat daarom aan dit bewijsaanbod voorbij.
Appellant beroept zich op nietigheid van het testament van vader van 21 juli 2015, en – voor het eerst in hoger beroep – op de nietigheid van het testament van 16 januari 2015.
Hij voert aan dat de notaris vader bewust niet dan wel onjuist heeft geïnformeerd over de inhoud van de haar beschikbare testamenten en dat dit is te kwalificeren als bedrog als bedoeld in artikel 3:44 lid 3 BW.
Appellant beroept zich voorts op vernietigbaarheid van het testament van 21 juli 2015 op grond dat vader heeft gedwaald omtrent zijn beweegreden, namelijk omtrent wat vaders oorspronkelijke wensen waren; die waren volgens appellant neergelegd in het testament van 13 februari 2015.
Hierdoor heeft vader gedwaald in de zin van artikel 4:43 lid 2 BW.
Geïntimeerden weerspreken gemotiveerd dat bij één of beide testamenten sprake is geweest van bedrog dan wel opzettelijk onjuiste mededelingen of opzettelijk verzwijgen of andere kunstgrepen, en ook dat vader heeft gedwaald over wat zijn oorspronkelijke wensen waren.
Geïntimeerden wijzen er voorts op dat in eerste aanleg het testament van 16 januari 2015 niet ter beoordeling voorlag aan de rechtbank en dat de rechtbank dat niet ambtshalve diende te beoordelen.
Als meest verstrekkend verweer beroepen zij zich daarom op verjaring dan wel verval van de rechtsvordering van appellant tot vernietiging van het testament op grond van bedrog dan wel dwaling.
Het hof oordeelt als volgt.
Op grond van artikel 4:54 lid 2 BW is de rechtsvordering van appellant tot vernietiging op grond van bedrog van het testament van 16 januari 2015 en van 21 juli 2015 vervallen, evenals zijn rechtsvordering tot vernietiging van dat laatste testament op grond van dwaling.
Artikel 4:54 lid 2 BW bepaalt dat de bevoegdheid om ter vernietiging van een uiterste wilsbeschikking een beroep op een vernietigingsgrond te doen vervalt, buiten het geval van artikel 3:51 lid 3 BW, uiterlijk drie jaren nadat de dood van de erflater en de uiterste wilsbeschikking ter kennis zijn gekomen van degene aan wie deze bevoegdheid toekomt.
Niet weersproken is dat appellant meteen na het overlijden van vader (op 9 mei 2017) daarmee bekend was, en dat hij toen ook bekend was met het testament van 21 juli 2015 en met de door hem opgeworpen vernietigingsgronden.
Appellant heeft pas voor het eerst in hoger beroep bij memorie van grieven van 2 juni 2020 op een beroep gedaan op vernietigbaarheid wegens bedrog dan wel dwaling.
Dat is echter langer dan 3 jaar na 9 mei 2017 zodat zijn rechtsvordering tot vernietiging van de testamenten op deze grondslagen is vervallen.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat nietig testament over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de rechtsgeldigheid of uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de rechtsgeldigheid van een testament of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, bezoek dan onze website over het testament. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.