Erfrecht. Uitleg testament. Vruchtgebruik. Intering. Langstlevende. Mag vruchtgebruikster interen op vruchtgebruiksvermogen? Levensonderhoud. Behoefte.
De Rechtbank Rotterdam heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag hoever een vruchtgebruikster mocht interen op het haar toegekende vruchtgebruiksvermogen.
Erflater heeft in zijn testament bepaald dat gedaagde het recht toekomt om de aan het vruchtgebruik onderworpen goederen geheel of gedeeltelijk te verteren “in het kader van het handhaven van de levensstaat van de vruchtgebruiker op de voor haar gebruikelijke wijze”.
Het is de vraag wat erflater hiermee bedoeld heeft.
Erfrecht. Uitleg van een testament. Vruchtgebruik. Intering. Langstlevende. Mag vruchtgebruikster interen op vruchtgebruiksvermogen? Levensonderhoud. Behoefte.
De rechter oordeelt als volgt.
Het staat enerzijds vast dat erflater gedaagde goed verzorgd wilde achterlaten maar anderzijds dat hij ook zijn vermogen zoveel mogelijk in stand wilde houden.
Dit leidt de rechtbank af uit de stellingen van partijen en de overgelegde stukken, waaronder het verslag van het familieberaad.
Partijen hebben de rechtbank verzocht om een concreet bedrag waarmee mag worden ingeteerd te bepalen.
Dat varieert van nihil tot ruim€ 90.000,– per jaar.
In het kader van de levensstandaard betekent dit dat de vruchtgebruiker het recht heeft om de onroerende goederen zodanig te benutten dat het zijn of haar noodzakelijke kosten van levensonderhoud dekt, inclusief bijvoorbeeld onderhoud van de woning, kosten van energie en andere basisbehoeften.
Over de kosten van onderhoud van de onroerende goederen is hierboven al beslist.
Bij het bepalen van de behoefte van gedaagde wordt rekening gehouden met haar tijdens de mondelinge behandeling geuite wens om in de woning te (blijven) wonen.
De rechtbank gaat er daarom van uit dat de twee andere panden binnen afzienbare termijn verkocht dan wel verhuurd zullen worden.
Uit de verkoop en/of verhuur volgen dan logischerwijze opbrengsten.
Wat is verder voor gedaagde gelet op haar (hoge) leeftijd, de huidige situatie en sociaaleconomische status gebruikelijk?
Bij beantwoording van deze vraag spelen factoren zoals gezinssituatie, gezondheid en sociale context een rol.
Gedaagde beschikt over een netto jaarinkomen van € 21.650,40 (AOW en pensioen).
De rechtbank is van oordeel dat hiermee rekening gehouden moet worden in het kader van de vaststelling van de behoefte van gedaagde.
Dat zij haar AOW-uitkering mocht sparen is niet komen vast te staan.
Gedaagde betwist het door eiser overgelegde overzicht van haar kosten van levensonderhoud en huisvesting in de jaren 2019 tot en met 2023.
Toch worden deze kosten als indicatie in aanmerking genomen.
Eiser heeft in zijn hoedanigheid van executeur de uitgaven bijgehouden en hieraan hoeft niet te worden getwijfeld.
De rechtbank gaat dus uit van een gemiddeld bedrag van € 53.000,– per jaar voor gedaagde aan kosten van levensonderhoud en huisvesting.
De verwachting is dat dit bedrag na verkoop dan wel verhuur van één van de andere panden lager zal worden.
Omdat de rechtbank in goede justitie een maximaal bedrag zal vaststellen waarvoor het gedaagde is toegestaan op het vruchtgebruik jaarlijks in te teren is zij niet aan de gewone regels van het bewijsrecht gebonden.
Bij het bepalen van de interingsbevoegdheid spelen ook de belangen van de erfgenamen een rol.
En aan eiser kan worden toegegeven dat gedaagde ook gehouden is rendement uit het vruchtgebruikvermogen te halen, waartoe zij ook in staat wordt geacht.
Rekening houdend met alle omstandigheden van het geval (en daarbij worden ook betrokken de ‘hofnorm’, de eerdere door de door erflater ingeschakelde financieel adviseur berekende financiële behoefte van het echtpaar, de door erflater gewenste gelijke behandeling van zijn kinderen en die van gedaagde, alsmede de hiervoor genoemde omstandigheden) stelt de rechtbank in goede justitie het door gedaagde jaarlijks in te teren bedrag vast op maximaal € 40.000,–.
Dit bedrag geldt vanaf 2020 en is onderworpen aan de wettelijke indexering.
Bovendien mag gedaagde ook interen zoals hiervoor overwogen.
Voor het geval gedaagde vanaf het overlijden van erflater tot de datum van dit vonnis meer heeft ingeteerd dan € 40.000,- per jaar geeft de rechtbank eiser in overweging het meerdere niet terug te vorderen onder het motto: “Gedane zaken nemen geen keer.”
Hetzelfde geldt mutatis mutandis voor gedaagde.
Eerst vanaf nu is er de duidelijkheid die door partijen gewenst is.
Verder geeft de rechtbank partijen in overweging om met elkaar in gesprek te blijven en in onderling overleg dit bedrag aan te passen indien en zodra de onroerend goed portefeuille wijzingen ondergaat.
Het was immers de wens van erflater om “gedoe over zijn nalatenschap te voorkomen”.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat nietig testament over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de rechtsgeldigheid of uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de rechtsgeldigheid van een testament of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, bezoek dan onze website over het testament. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.