Erfrecht. Geestelijke stoornis. Kort geding. Vaststelling van wilsonbekwaamheid. Medisch bewijs. Inzage in medisch dossier en in zorgdossier. Zwaarwegend belang. Toetsingskader.
De Rechtbank Noord-Nederland heeft onlangs uitspraak gedaan over het recht op inzage in een medisch dossier en in een zorgdossier ter vaststelling van de wilsonbekwaamheid van erflaatster.
In dit kort geding moet aan de hand van de door partijen gepresenteerde feiten, zonder nader onderzoek, beoordeeld worden of de vorderingen van eiser in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben, dat vooruitlopend daarop toewijzing ervan reeds nu gerechtvaardigd is.
Het geschil draait om de vraag of gedaagde en M afschrift van een deel van het medisch dossier dan wel (ten aanzien van M) het zorgdossier van erflaatster en erflater ter inzage moeten geven aan eiser, dan wel een door haar aan te wijzen medisch specialist.
Erfrecht. Kort geding. Geestelijke stoornis. Vaststelling van wilsonbekwaamheid. Medisch bewijs. Inzage in medisch dossier en in zorgdossier. Zwaarwegend belang. Toetsingskader.
De rechter oordeelt als volgt.
Als hoofdregel geldt dat een hulpverlener op grond van artikel 7:457 lid 1 BW geen inzage in of afschrift van het medisch dossier aan anderen dan de patiënt mag verstrekken dan met toestemming van de patiënt.
Dit beroepsgeheim geldt ook na de dood van de patiënt.
Op de plicht tot geheimhouding zijn echter uitzonderingen mogelijk.
Eiser doet een beroep op de uitzondering van artikel 7:458a lid 1 aanhef en onder c BW.
Daarin staat dat, in afwijking van artikel 7:457 BW, de hulpverlener desgevraagd inzage in of afschrift van gegevens uit het dossier van een overleden patiënt verstrekt aan een ieder die daarbij een zwaarwegend belang heeft, aannemelijk maakt dat dit belang mogelijk wordt geschaad en dat inzage in of afschrift van gegevens uit het dossier noodzakelijk is voor de behartiging van dit belang.
Omdat de belangen van de nabestaande en de overledene tegenstrijdig kunnen zijn, worden er hoge eisen gesteld aan het verkrijgen van het recht op inzage wegens een zwaarwegend belang.
Voor een geslaagd beroep op deze doorbrekingsgrond moet aan twee cumulatieve criteria worden voldaan.
Degene die stelt dat hij een zwaarwegend belang heeft, moet :
(1) met voldoende concrete aanwijzingen aannemelijk maken dat dit belang mogelijk wordt geschaad en
(2) aannemelijk maken dat inzage noodzakelijk is voor de behartiging van dit belang.
Beoordeeld moet dus worden of eiser voldoende heeft aangedragen om doorbreking van het medisch beroepsgeheim te rechtvaardigen.
[eiser] stelt dat het zwaarwegend belang erin is gelegen dat zij is onterfd en het medisch dossier van erflater nodig heeft om de rechtsgeldigheid van het testament aan te kunnen vechten.
Er zijn volgens haar concrete aanwijzingen dat erflater en erflaatster ten tijde van het verlijden van het testament niet bekwaam was om rechtshandelingen te verrichten.
Ter onderbouwing van het vermoeden van wilsonbekwaamheid van erflaatster en erflater heeft eiser onder meer het volgende gesteld.
Eiser had tot begin 2022 een goede relatie met haar ouders en haar broer en zus.
Op voor haar nog steeds onverklaarbare wijze is daar in februari 2022 ineens verandering in gekomen.
Ondanks diverse pogingen om de schade te herstellen, bleek dit helaas niet mogelijk.
Dit betrof overigens niet de relatie tussen eiser en haar ouders, maar tussen haar en haar broer en zuster.
In 2021 ontstonden er steeds meer zorgen omtrent de fysieke en mentale gezondheid van de ouders.
Het werd duidelijk dat de ouders niet zelfstandig konden blijven wonen en, wanneer er niets zou veranderen naar een verzorgingshuis zouden moeten.
Dit was niet de wens van de ouders en ook niet van de drie kinderen.
Er is toen door de drie kinderen overleg gevoerd over de manier waarop ze de zorg van de ouders vorm konden geven.
Er is toen gekozen voor de aankoop van een familiehuis, zijnde de woonboerderij, waarin ze met zijn allen zouden gaan wonen.
Op 4 februari 2022 zijn de ouders definitief op de woonboerderij gaan wonen.
De situatie was er in de aanloop naar de verhuizing niet beter op geworden.
Vooral vader was in die tijd al flink in de war.
Ook is op dat moment de breuk tussen eiser en haar broer en zuster ontstaan.
Eiser werd letterlijk de deur gewezen en was niet meer welkom op de woonboerderij.
Als ze haar ouders wilde zien, moest ze daarvoor een afspraak maken.
Verder werd ze vanaf dat moment overal buiten gelaten.
Ondanks diverse pogingen van de kant van eiser om de verstandhouding te verbeteren, lukte dit niet.
Ze is nog wel op bezoek geweest bij haar ouders en schrok er iedere keer weer van hoe haar ouders achteruit gingen.
Op 12 mei 2022, dus drie maanden na hun verhuizing naar de woonboerderij en de breuk tussen eiser en haar broer en zuster, vond de afspraak bij de notaris voor het aanpassen van de testamenten plaats.
Voor eiser is het onbegrijpelijk en ondenkbaar dat haar ouders zelfstandig en zonder overleg deze testamenten hebben willen opstellen.
Ze waren op dat moment al zo verward dat de implicaties van een dergelijk testament voor hen zeker niet duidelijk kunnen zijn geweest.
Ze zouden zelf ook zeker niet op de gedachte komen om eiser te onterven en haar alleen een legaat toe te kennen.
Niet alleen eiser zelf, maar ook anderen hebben volgens haar waargenomen hoe de geestelijke toestand van de ouders verslechterde.
Eiser legt daartoe een aantal verklaringen over.
Een verklaring van A, een verklaring van B en een verklaring van haar zoon, de kleinzoon van erflater en erflaatster.
A en B verklaren – samengevat – dat de ouders vanaf 2021 aftakelden.
A verklaart dat ze op enig moment met erflaatster geen normaal gesprek meer kon voeren.
In de woonboerderij liep erflaatster doelloos rond en brabbelde in zichzelf.
Erflater zag er nog slechter uit en hij leek verward alsof hij niet doorhad wat er in zijn omgeving gebeurde.
B verklaart dat ze twee keer op de woonboerderij is geweest en zag dat erflaatster in de war was en niet goed uit haar woorden kon komen.
De kleinzoon verklaart dat erflater in het laatste jaar veel vergat, in de war was en dat erflaatster steeds moeilijker uit haar woorden kwam en vaak angstig was en in paniek raakte.
Volgens hem zette kind 1 haar altijd erg onder druk.
Er zijn derhalve diverse aanwijzingen dat erflaatster en erflater ten tijde van het opstellen van het testament niet wilsbekwaam waren en zij is door dit testament benadeeld, aldus eiser.
Gedaagde en M hebben beiden – in de kern genomen – betoogd dat eiser onvoldoende heeft aangedragen om een vermoeden van wilsbekwaamheid te rechtvaardigen.
Volgens de wetsgeschiedenis bij artikel 7:458a lid 1 aanhef en onder c BW kan een zwaarwegend belang in de zin van dat artikelonderdeel zijn gelegen in de wens om een testament te laten vernietigen ingeval een persoon, anders dan verwacht, minder of niets uit de nalatenschap van de erflater verkrijgt.
In het onderhavige geval hebben erflaatster en erflater in hun (gewijzigd) testament eiser een bedrag in contanten gelegateerd gelijk aan haar legitieme portie.
Naar de stelling van eiser is dat de helft van hetgeen zij volgens het wettelijk erfrecht normaal als kind van haar ouders zou hebben geërfd.
Het zwaarwegend belang van eiser is daarmee als zodanig voldoende komen vast te staan.
Vervolgens is de vraag of eiser met voldoende concrete aanwijzingen aannemelijk heeft gemaakt dat haar belang in dezen mogelijk wordt geschaad en dat inzage in of afschrift van de gevorderde gegevens noodzakelijk is voor de behartiging van dit belang.
De voorzieningenrechter is, het geheel overziende, van oordeel dat dit vooralsnog in onvoldoende mate het geval is.
De door eiser overgelegde verklaringen zijn niet toegespitst op het moment waarop de beide testamenten (in mei 2022) zijn gewijzigd.
Uit de verklaring van B blijkt dat zij twee keer op de woonboerderij is geweest, maar niet dat dit de periode betrof rond mei 2022,
Verder blijkt uit deze verklaring dat B slechts met erflaatster heeft gesproken en niet ook met erflater.
Ook uit de verklaring blijkt niet dat zij uit eigen waarneming iets kan zeggen over de gesteldheid van erflaatster en erflater in de periode rond mei 2022.
A heeft verklaard over haar bezoek aan de woonboerderij in januari 2022.
Daarbij lijkt het erop dat hetgeen B heeft verklaard over de periode na januari 2022 gebaseerd is op wat zij van eiser heeft vernomen.
Bovendien valt uit beide verklaringen – anders dan eiser heeft gesteld – niet af te leiden dat A en B de ouders van eiser de familie goed kenden.
Uit de verklaring van kleinzoon blijkt weliswaar dat hij in de periode waarin het testament is gewijzigd met de ouders van eiser heeft gesproken, maar zijn verklaring over de door hen besproken onderwerpen wekt niet de indruk dat erflater en erflaatster niet doorhadden wat er speelde/om hen heen gebeurde: kennelijk konden zij dat (de onenigheid tussen eiser en haar broer en zus) benoemen en daarover gesprekken voeren.
Bij dit alles komt dat eiser zelf ter zitting heeft verklaard dat haar ouders ook wel heldere momenten kenden.
Eiser heeft ter zitting ten slotte weliswaar nog aangegeven dat haar ouders psychologisch of geriatrisch zouden zijn getest, maar geen concrete aanknopingspunten verschaft voor het kunnen aannemen van het bestaan van een dergelijk rapport (dat ook niet is opgevraagd), laat staan van de inhoud en strekking daarvan.
Bij dit alles klemt ook dat eiser in beginsel aannemelijk zou moeten maken dat haar beide ouders op hetzelfde moment (het opmaken van de gewijzigde testamenten) niet in staat waren hun wil te bepalen en niet is ingegaan op de betekenis van de (theoretische) mogelijkheid dat dit slechts bij een van hen het geval is geweest.
Tegenover de door eiser overgelegde verklaringen staat verder de eerder weergegeven – uitvoerige – verklaring van de notaris.
Daaruit blijkt dat de notaris, onder verwijzing naar door hem gemaakte verslagen en gespreksaantekeningen, buiten aanwezigheid van derden, meerdere gesprekken met erflaatster en erflater heeft gevoerd en dat zij in deze gesprekken op consistente wijze konden uitleggen waarom zij over wensten te gaan tot het maken van hun (nieuwe) testamenten.
Verder heeft de notaris verklaard dat elk testament van zijn kantoor voorafgaand aan de ondertekening aan de cliënt uitgebreid wordt toegelicht en uitgelegd, zonder dat daarbij anderen dan cliënten aanwezig zijn, en dat dit ook geldt voor de testamenten van erflater en erflaatster.
De notaris heeft ook verklaard dat niet eerder dan nadat hij overtuigd was van het feit dat de inhoud van de door hen te ondertekenen testamenten overeenstemden met hun wens deze door hen en buiten aanwezigheid van anderen zijn ondertekend.
Uit zijn verklaring volgt impliciet dat hij ook geen reden heeft gezien om een medisch deskundige te raadplegen.
Hieruit kan gevoeglijk worden geconcludeerd dat de notaris op het moment van ondertekenen van de testamenten meende geen aanwijzingen te zien dat erflaatster dan wel erflater wilsonbekwaam was/waren.
Eiser heeft in dit verband nog aangevoerd dat een notaris geen medisch deskundige is, maar dat is onvoldoende om de verklaring van deze notaris te kunnen ontkrachten.
Het is – mede gezien vaste jurisprudentie daaromtrent – aangaande het opmaken en wijzigen van testamenten immers bij uitstek de taak van de notaris om te onderzoeken of er sprake is van wilsbekwaamheid bij partijen.
Uit de verklaring van de notaris komt naar voren dat hij dat heeft gedaan, mede aan de hand van het Stappenplan Beoordeling Wilsbekwaamheid van zijn beroepsgroep.
Eiser heeft ter zitting weliswaar nog verklaard weinig fiducie te hebben in de notaris, maar ook dat is onvoldoende om de verklaring van de notaris in twijfel te trekken.
Het voorgaande leidt tot het oordeel dat eiser geen voldoende concrete, zwaarwegende aanwijzingen heeft gesteld om te kunnen aannemen dat erflaatster dan wel erflater bij de totstandkoming van de gewijzigde testamenten niet in staat waren hun wil te bepalen.
Gelet hierop heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat haar vorderingen in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben, dat vooruitlopend daarop toewijzing daarvan reeds nu gerechtvaardigd zou zijn.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat nietig testament over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de rechtsgeldigheid of uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de rechtsgeldigheid van een testament of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, bezoek dan onze website over het testament. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.