Erfrecht. Uitleg testament. Geen notariële akte van testament. Concept-testament. Afwikkeling volgens het testament of het versterferfrecht? Redelijkheid en billijkheid.

De Rechtbank Gelderland heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of de afwikkeling van een nalatenschap volgens het concept-testament diende plaats te vinden of volgens het versterferfrecht.

Eiseres vordert – samengevat – dat de rechtbank voor recht zal verklaren dat de erfopvolging van de nalatenschap van erflater niet op grond van het wettelijk versterferfrecht plaats dient te vinden, maar op grond van de als productie bij de dagvaarding overgelegde conceptversie van het testament.

Eiseres legt aan haar vordering het volgende ten grondslag.

Het versterferfrecht moet op grond van de redelijkheid en billijkheid buiten toepassing worden verklaard als bedoeld in artikel 6:2 Burgerlijk Wetboek (BW), omdat toepassing van het versterferfrecht in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

Gedaagde refereert zich aan het oordeel van de rechtbank en concludeert dat de rechtbank, uitvoerbaar bij voorraad, een beslissing neemt die zij in goede justitie juist acht.

Op de stellingen van partijen, voor zover van belang, zal onder de beoordeling worden ingegaan.

Erfrecht. Uitleg testament. Geen notariële akte van testament. Concept-testament. Afwikkeling conform het testament of volgens het versterferfrecht? Redelijkheid en billijkheid.

De rechter oordeelt als volgt.

Behoudens uitzonderingen die in deze zaak niet aan de orde zijn, bepaalt artikel 4:94 BW dat een uiterste wil alleen kan worden gemaakt bij een notariële akte of bij een aan een notaris in bewaring gegeven onderhandse akte.

Deze bepaling strekt ertoe dat de notaris ten tijde van het passeren van de akte kan controleren of de inhoud van de akte overeenstemt met de wil van erflater.

De notariële akte waarborgt dus dat deze de wil van erflater correct weergeeft.

Volgens artikel 4:109 lid 1 BW is een uiterste wil nietig, indien daaraan de vereiste ondertekening door de erflater ontbreekt.

Het concept-testament is geen notariële akte en is evenmin bij de notaris in bewaring gegeven.

Daarmee staat vast dat het concept-testament niet kwalificeert als een uiterste wil in de zin van de wet.

Dit heeft tot gevolg van de nalatenschap van erflater – in beginsel – volgens het versterferfrecht moet worden afgewikkeld.

Waar eiseres in de onderbouwing van haar vordering refereert aan artikel 6:2 BW, doelt zij, naar de rechtbank begrijpt, op lid 2 van dat artikel, dat luidt als volgt:

“Een tussen hen (schuldeiser en schuldenaar, toevoeging rechtbank) krachtens wet, gewoonte of rechtshandeling geldende regel is niet van toepassing, voor zover dit in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn.”

Het Gerechtshof Amsterdam overwoog in zijn arrest van 3 december 2024 (GHAMS:2024:3326) als volgt:

“Het hof stelt voorop dat de wettelijke regeling van erfopvolging van artikel 4:1 BW tot uitgangspunt neemt dat de erfopvolging plaatsvindt via het (wettelijk) stelsel van versterf, en dat daarvan kan worden afgeweken bij een uiterste wilsbeschikking. Artikel 4:42 BW schrijft voor dat een uiterste wilsbeschikking alleen bij uiterste wil kan worden opgemaakt; aan het opmaken daarvan stelt artikel 4:94 BW specifieke vormvereisten. Uitgezonderd enkele in de wet beschreven noodgevallen (zie de artikelen 4:97 – 4:107 BW), kan een uiterste wil alleen worden opgemaakt bij een notariële akte of bij een aan een notaris in bewaring gegeven onderhandse akte.

Het hof ziet zich in deze zaak allereerst voor de vraag gesteld of op grond van de redelijkheid en billijkheid van het hiervoor beschreven wettelijke stelsel kan worden afgeweken. Het hof is van oordeel dat artikel 6:2 lid 2 BW de rechter de mogelijkheid biedt om in bepaalde gevallen een rechtsregel buiten toepassing te laten (zie ook: (Hof Den Haag 12 mei 2020, GHDHA:2020:891). Hoewel dit artikel in boek 6 van het burgerlijk wetboek is opgenomen, zijnde het algemeen gedeelte van het verbintenissenrecht, is het hof van oordeel dat ook in het kader van het erfrecht van het wettelijk stelsel kan worden afgeweken indien toepassing van dat stelsel naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Uit de wetsgeschiedenis van artikel 6:2 lid 2 BW blijkt immers niet dat – buiten de aangegeven gevallen voor analogische toepassing – geen plaats zou zijn om in bepaalde gevallen een rechtsregel buiten toepassing te laten. Het wordt aan de vrije waardering van de rechter overgelaten daartoe over te gaan indien hij daartoe voldoende grond aanwezig acht (Parlementaire Geschiedenis BW Boek 6, p. 837).

Het hof overweegt voorts dat een rechter terughoudend dient te zijn met het buiten toepassing laten van een rechtsregel; hij zal deze regel alleen buiten toepassing kunnen laten als toepassing daarvan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbare gevolgen zou hebben. Daarvoor moet er sprake zijn van uitzonderlijke bijkomende omstandigheden, nu het wettelijk stelsel de gerechtigdheid van de erfgenamen die door de wet zijn aangewezen tot uitgangspunt neemt, en het beginsel van rechtszekerheid daarin een belangrijke rol speelt.”.

De rechtbank maakt deze overwegingen tot de hare.

Haar stelling dat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat de nalatenschap van erflater volgens het versterferfrecht wordt afgewikkeld en dat de nalatenschap moet worden afgewikkeld overeenkomstig het concept-testament, baseert eiseres op de feiten en omstandigheden die zijn vermeld onder de feiten.

Daaraan voegt zij toe dat volstrekte zekerheid bestaat dat het concept-testament overeenstemt met de uiterste wil van erflater op het moment van diens overlijden.

De rechtbank overweegt het volgende.

Gezien die hiervoor bedoelde feiten en omstandigheden staat volgens de rechtbank vast dat erflater het voornemen had zijn uiterste wil te laten vastleggen in een notariële akte en dat dat voornemen uitsluitend niet tot uitvoering is gekomen als gevolg van het onverwachte overlijden van erflater.

Dit oordeel berust op het volgende.

Tijdens zijn eerste gesprek met de notaris op 25 augustus 2023 heeft erflater zijn wensen met betrekking tot zijn uiterste wil met de notaris besproken, waarna zij hem op 18 september 2023 de ontwerpakte heeft gestuurd.

Het concept-testament heeft hij op 5 maart 2024, dus in het zicht van het huwelijk, aan de notaris geretourneerd met de geciteerde tekst.

Kort voor de datum waarop eiseres en erflater in het huwelijk zouden treden, is erflater overleden.

Ter zitting heeft eiseres verklaard dat erflater aanvankelijk financieel niet in staat was de kosten van de notaris te dragen en dat daarom na 18 september 2023 geruime tijd is verstreken alvorens erflater het concept-testament aan de notaris heeft geretourneerd zonder een afspraak te maken voor het passeren van de notariële akte.

Voor de beantwoording van de vraag of het concept-testament de uiterste wil van erflater correct weergeeft, acht de rechtbank het volgende van belang.

In de ontwerpakte is eiseres als enig erfgenaam opgenomen.

De in het concept-testament opgenomen doorhalingen en correcties hebben daarop geen betrekking en erflater heeft dus geen blijk gegeven van een wens die erfstelling aan te passen (integendeel: in de rechterkantlijn van het concepttestament staat bij die erfstelling een krul) en er is dan ook geen enkele aanleiding, mede in het licht van het voorgenomen huwelijk, eraan te twijfelen dat die erfstelling overeenkomstig de wil van erflater is.

Op grond van het bovenstaande concludeert de rechtbank dat vaststaat dat het concept-testament de wil van erflater correct weergeeft.

De rechtbank heeft ook de overtuiging dat erflater een notariële akte bevattende die uiterste zou hebben doen passeren indien hij niet voortijdig zou zijn overleden.

Onder deze – naar het oordeel van de rechtbank: uitzonderlijke – omstandigheden is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat erfopvolging van de nalatenschap van erflater geschiedt volgens het versterferfrecht en dient deze te geschieden volgens het concept-testament.

De vordering is daarom toewijsbaar.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat nietig testament over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de rechtsgeldigheid of uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de rechtsgeldigheid van een testament of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, bezoek dan onze website over het testament. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.