Erfrecht. Uitleg van een testament. Legaat ter hoogte van legitieme portie. Legitieme en in aanmerking te nemen giften. Komt de gift in mindering op het legaat?

De Rechtbank Gelderland heeft op 24 februari 2021 uitspraak gedaan over de vraag of

Erflater is overleden op 16 februari 2006. In zijn testament van 23 juli 1991 is bepaald dat de ouderlijke boedelverdeling als bedoeld in artikel 4:1167 van het Burgerlijk Wetboek (BW) van toepassing is en dat de vordering van de kinderen op erflaatster vanwege hun erfdeel in de nalatenschap van erflater pas opeisbaar is (onder meer) na het overlijden van erflaatster.

Tussen partijen is in geschil of bij de berekening van de hoogte van het aan eiser toegekende legaat de waarde van de schuldigerkenning in mindering dient te worden gebracht op de legitieme portie die voor eiser geldt.

Dit in verband met artikel 4:70 lid 1 BW, waarin is bepaald dat de waarde van giften, door de erflater aan een legitimaris gedaan, in mindering komen van diens legitieme portie.

Hiermee wordt de vraag aan de orde gesteld hoe het door erflaatster ten behoeve van eiser gemaakte legaat dient te worden uitgelegd.

Dat legaat is in het testament van erflaatster omschreven als: “een bedrag in kontanten gelijk aan haar wettelijk minimumerfdeel (legitieme portie) in mijn nalatenschap zoals dat geldt ten tijde van mijn overlijden”.

Eiser neemt als uitgangspunt dat zij als legataris een testamentaire aanspraak en een vorderingsrecht heeft ter hoogte van de volledige legitieme portie.

Een gift komt volgens haar alleen in mindering op een legitieme portie en niet op een legaat.

Als het de bedoeling van erflaatster was geweest om haar enkel legitimaris te laten zijn, dan had erflaatster geen testament met een legaat hoeven opstellen, maar had zij een testament met een onterving opgesteld, aldus eiser.

Het standpunt van eiser komt er dus op neer dat de gemaakte erfstelling in het testament dient te worden begrepen als het breukdeel van de legitimaire massa waarop zij als kind aanspraak kan maken, waarbij hetgeen zij door toedoen van de erflaatster mocht hebben verkregen buiten beschouwing wordt gelaten.

Gedaagde gaat ervan uit dat eiser slechts recht heeft op haar legitieme portie minus het bedrag van de schenking onder schuldigerkenning.

Hij stelt zich dus op het standpunt dat het legaat aldus moet worden opgevat dat eiser in diezelfde financiële situatie wordt gebracht als ware het legaat niet gemaakt en zij als legitimaris in de nalatenschap zou opkomen.

Erfrecht. Uitleg van een testament. Legaat ter hoogte van legitieme portie.

De rechter oordeelt als volgt

Bij de uitleg van een uiterste wilsbeschikking geldt de maatstaf van artikel 4:46 BW. Dat betekent dat bij de uitleg moet worden gelet op de verhoudingen die de uiterste wil kennelijk wenst te regelen en op de omstandigheden waaronder de uiterste wil is gemaakt.

Alleen indien de uiterste wilsbeschikking geen duidelijke zin heeft, mogen bij de uitlegging daden of verklaringen die niet in de uiterste wilsbeschikking zelf zijn vervat worden gebruikt.

In het testament van erflaatster is bepaald dat aan eiser wordt gelegateerd: “een bedrag in kontanten gelijk aan haar wettelijk minimumerfdeel (legitieme portie) in mijn nalatenschap zoals dat geldt ten tijde van mijn overlijden”.

De legitieme portie wordt in de wet gedefinieerd als het gedeelte van de waarde van het vermogen van erflater, waarop de legitimaris in weerwil van giften en uiterste wilsbeschikkingen van de erflater aanspraak kan maken (artikel 4:63 lid 1 BW).

De legitimaire portie is een breukdeel van de legitimaire massa (4:64 lid 1 BW).

De legitimaire portie moet worden onderscheiden van de legitimaire aanspraak.

De legitimaire aanspraak is de legitimaire portie minus de waarde van de in aanmerking te nemen giften (artikel 4:70 BW).

Van belang is voorts dat in punt V van het testament van erflaatster is vastgelegd dat de afstammelingen van erflaatster niet verplicht zijn tot inbreng van giften die zij hebben genoten, tenzij bij het doen van de gift uitdrukkelijk het tegendeel is bepaald.

Op grond van het voorgaande moet worden geconcludeerd dat het testament kennelijk wenst te regelen dat aan eiser word gelegateerd het bedrag ter hoogte van het breukdeel van de legitimaire massa waarop zij als kind aanspraak kan maken (artikel 4:64 lid 1 BW), zonder dat hierop eventuele giften in mindering worden gebracht.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat nietig testament over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de rechtsgeldigheid of uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de rechtsgeldigheid van een testament of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, bezoek dan onze website over het testament. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.