Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 18 februari 2020 uitspraak gedaan over de vraag of een notaris onvoldoende zorgvuldigheid had betracht bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid van de erflaatster en bij de mogelijke beïnvloeding door derden bij de totstandkoming van het testament.

Klaagster heeft in haar klaagschrift aangevoerd dat mogelijk sprake is geweest van beïnvloeding door derden en dat de notaris onvoldoende zorgvuldigheid heeft betracht bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid van de erflaatster

Heeft de notaris onvoldoende zorgvuldigheid betracht bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid van de erflaatster? Was sprake van mogelijke beïnvloeding door derden bij de totstandkoming van het testament?

De rechter oordeelt als volgt.

Als uitgangspunt geldt dat iedereen aan wie op grond van de wet de bekwaamheid daartoe niet is ontzegd, bij testament uiterste wilsbeschikkingen kan maken.

Een notaris dient daaraan in beginsel zijn ministerie te verlenen en moet op verlangen van een testateur doen wat is vereist om diens uiterste wilsbeschikkingen in een testament vast te leggen.

Zoals bij elke akte moet de notaris de wilsbekwaamheid van de betrokkene beoordelen.

Het komt daarbij in eerste instantie aan op de eigen waarneming van de notaris, aan wie daarbij een redelijke beoordelingsvrijheid toekomt.

Bij gerede twijfel aan de wilsbekwaamheid is in het algemeen verder onderzoek aangewezen.

Het Stappenplan biedt hiervoor een handreiking.

Ten aanzien van de omstandigheden waaronder het testament van 29 september 2009 tot stand is gekomen, heeft de notaris de volgende toelichting gegeven.

Op 7 september 2009 heeft de zoon hem benaderd en hem gevraagd of hij erflaatster wilde helpen met het aanpassen van haar testament.

Ter zitting in hoger beroep heeft de notaris in dit verband verklaard dat het eerste contact over het testament heeft plaatsgevonden op zijn kantoor met de zoon, die hij privé kende via de hockeyclub.

De zoon heeft toen een aantal dingen verteld en gevraagd of de notaris een testament voor erflaatster wilde opmaken.

De notaris heeft verder verklaard dat erflaatster daarna telefonisch contact met hem heeft opgenomen en daarbij te kennen heeft gegeven dat zij akkoord was met hetgeen de zoon met de notaris had besproken.

Hierna heeft de notaris – naar eigen zeggen – mede aan de hand van de opmerkingen van de zoon op 18 september 2009 een (concept)testament opgemaakt dat hij alleen naar erflaatster heeft gestuurd.

De notaris stelt dat hij in zijn telefoongesprek met erflaatster heeft aangeboden om de bespreking van het (concept)testament bij erflaatster thuis te laten plaatsvinden, maar dat erflaatster dat niet nodig vond.

Volgens de notaris heeft erflaatster zelf telefonisch, via de secretaresse, een afspraak gemaakt voor de bespreking van het (concept)testament en is erflaatster op 29 september 2009 alleen op het kantoor van de notaris verschenen.

De notaris heeft ter zitting in hoger beroep verklaard dat hij toen gedurende een uur met erflaatster alleen, zonder aanwezigheid van getuigen, heeft gesproken over de tekst van de akte en alles met erflaatster heeft doorgenomen.

Tijdens dat gesprek heeft erflaatster volgens de notaris tevens uitgelegd wat haar beweegredenen waren om het testament te wijzigen, zowel ten aanzien van klaagster als ten aanzien van haar kleinkinderen, alsmede uitgelegd waarom zij het testament niet door notaris mr. X wilde laten opmaken.

De notaris heeft voorts gesteld dat de hoge leeftijd van erflaatster hem bekend was, evenals de omstandigheid dat erflaatster niet zelf haar administratie voerde.

Ter zitting in hoger beroep heeft de notaris in dat verband nog toegelicht dat erflaatster hem heeft gezegd dat zij graag wilde dat de zoon haar behulpzaam was bij het beheer van haar administratie.

Voorts heeft erflaatster tijdens het gesprek met de notaris te kennen gegeven dat de zoon haar had geadviseerd over een (fiscale) constructie ten behoeve van de kleinkinderen.

De notaris heeft aansluitend aan de bespreking met erflaatster de akte houdende testament gepasseerd.

Ter zitting in hoger beroep heeft de notaris in dit verband verklaard dat hierbij geen derden en evenmin getuigen aanwezig waren.

Tevens heeft hij erflaatster voorgehouden dat het testament niet op dat moment hoefde te worden ondertekend, maar erflaatster heeft daarop uitdrukkelijk te kennen gegeven dat zij het testament meteen wilde ondertekenen.

Het hof acht de door de notaris weergegeven gang van zaken aannemelijk.

Op grond daarvan is het hof echter van oordeel dat de notaris bij de totstandkoming van het testament van erflaatster onvoldoende zorgvuldig heeft gehandeld.

Hierbij is met name van belang dat het initiatief tot het wijzigen van het testament van erflaatster afkomstig was van de zoon, die de notaris bovendien privé kende, dat de zoon een voorstel voor de inhoud van het (concept)testament heeft gedaan, waarmee erflaatster, die – naar de notaris wist – niet zelf het beheer van haar administratie voerde, zich vervolgens akkoord heeft verklaard en op basis waarvan de notaris het (concept)testament heeft opgemaakt, alsmede dat de notaris het testament onmiddellijk, na één bespreking van een uur heeft gepasseerd, terwijl niet is gebleken dat er (medische) spoed bestond.

De notaris had, alvorens tot het passeren van het testament over te gaan, meer zorgvuldigheid moeten betrachten bij zijn beoordeling van de wilsbekwaamheid van erflaatster en in dat verband alerter moeten zijn op mogelijke beïnvloeding door de zoon.

In dit geval vergde de zorgvuldigheid dat de notaris na de bespreking van het (concept)testament, erflaatster de gelegenheid zou geven een en ander te laten bezinken en daarna op een andere dag nogmaals met haar zou bespreken wat zij wilde en of het (concept)testament haar wil op de juiste wijze verwoordde.

In gevallen als deze kan het bovendien geraden zijn het testament te passeren in aanwezigheid van getuigen.

Uit het voorgaande volgt dat het hof, anders dan de kamer, van oordeel is dat de klacht gegrond is.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat nietig testament over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de rechtsgeldigheid of uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de rechtsgeldigheid van een testament of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, bezoek dan onze website over het testament. Klik dan hier.