Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft op 16 juni 2020 uitspraak gedaan over de vraag of een testament nietig was wegens een geestelijke stoornis van de erflater tijdens het opmaken van zijn testament.

Partijen zijn twee van de vier kinderen van de erflaatster.

In 2012 is door een geriater bij erflaatster de diagnose vasculaire dementie gesteld.

Op 7 april 2014 is bij het Centrum indicatiestelling zorg een aanvraag gedaan voor zorg voor erflaatster. Er is een indicatie ZZP-5 afgegeven. De indicatie is later teruggebracht tot ZZP-4, met een open plaatsing.

In oktober 2014 is erflaatster verhuisd naar het verzorgingshuis. Dit betrof een niet-gesloten plaatsing.

Appellante vordert voor recht te verklaren dat het testament dat moeder van 7 april 2015 ten overstaan van de notaris heeft doen verlijden op grond van artikel 3:34 BW nietig is, gezien het feit dat moeder op dat moment wilsonbekwaam was, althans subsidiair op grond van artikel 4:61 jo 4:62 BW het testament van 7 april 2015 te vernietigen zodanig dat het nadeel voor appellante wordt opgeheven, althans meer subsidiair geïntimeerde het recht te ontzeggen om bij de wijze van verdeling van de nalatenschap een beroep te doen op het testament van moeder van 7 april 2015 op grond van de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid.

Partijen in eerste aanleg hebben over en weer gemotiveerd verweer gevoerd.

Dat verweer zal, voor zover in hoger beroep van belang, in het navolgende aan de orde komen.

Nietig testament? Erflater wilsonbekwaam? Bewijs. Geestelijke stoornis?

De rechter oordeelt als volgt.

In het tussenvonnis van 20 september 2017 heeft de rechtbank een comparitie van partijen gelast op 28 maart 2018.

In het tussenvonnis van 9 mei 2018 heeft de rechtbank, voor zover relevant voor het hoger beroep, onder meer het volgende beslist de zuster toe te laten te bewijzen, dat erflaatster tijdens het passeren van het testament op 7 april 2015 leed aan een geestelijke stoornis en dat deze stoornis erflaatster een redelijke waardering van haar bij deze handelingen betrokken belangen belette.

In het eindvonnis van 25 juli 2018 heeft de rechtbank onder meer overwogen dat doordat appellante en zuster hebben afgezien van het leveren van bewijs, niet is komen vast te staan dat erflaatster tijdens het passeren van het testament op 7 april 2015 leed aan een geestelijke stoornis en dat deze stoornis een redelijke waardering van haar belangen heeft belet.

Het verweer dat het testament nietig is, heeft de rechtbank verworpen.

Ook de overige verweren heeft de rechtbank verworpen.

De rechtbank heeft verder overwogen dat aan de vorderingen van zuster en appellante de gepasseerde verweren ten grondslag liggen.

Nu die verweren falen, zullen de vorderingen worden afgewezen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat nietig testament over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de rechtsgeldigheid of uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de rechtsgeldigheid van een testament of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, bezoek dan onze website over het testament. Klik dan hier.