De Rechtbank Gelderland heeft op 1 juli 2020 uitspraak gedaan over de vraag of een biologisch kind volgens het testament van vader erfgenaam was geworden. Moet het testament echter aldus worden uitgelegd dat hij toch als erfgenaam moet worden aangemerkt?

Vast staat dat de wettelijk vertegenwoordiger ten tijde van het overlijden niet met erflater samenwoonde.

De wettelijk vertegenwoordiger heeft zich uitdrukkelijk op het standpunt gesteld dat zij om die reden geen erfgenaam is, zodat dat niet in geschil is.

Beoordeeld dient te worden of minderjarige als erfgenaam van erflater is aan te merken.

De wettelijk vertegenwoordiger heeft zich ten eerste op het standpunt gesteld dat het testament onduidelijkheden en dubbelzinnigheden bevat en dat de vraag dient te worden beantwoord wat erflater heeft gewild en bedoeld.

Uitleg van een testament. Is het biologische kind volgens het testament van vader erfgenaam geworden? Wettelijke vertegenwoordiging. Minderjarige.

De rechter oordeelt als volgt.

De rechtbank stelt voorop dat bij de vaststelling of een testament duidelijke zin heeft, de door artikel 4:46 BW gehanteerde maatstaf wordt gebruikt.

Dat betekent dat bij de beantwoording van de vraag of de bewoordingen van een testament duidelijk zijn, mede dient te worden gelet op de verhoudingen die de erflater in het testament heeft willen regelen en op de omstandigheden waaronder dit is gemaakt.

Gelet op jurisprudentie (onder meer Hoge Raad, 18 februari 2011, HR:2011:BO9581 en Hoge Raad, 11 oktober 2013, HR:2013:911) kan dit ertoe leiden dat, hoewel de tekst van een testament op zichzelf duidelijk is, de gevolgen van het testament dienen te worden herzien in verband met na het opstellen daarvan opgetreden veranderingen in het leven van erflater.

In het testament is, doordat de wettelijk vertegenwoordiger niet meer als erfgenaam is aan te merken, erfgenaam en/of executeur tot enig erfgenaam van erflater benoemd.

Erfgenaam en/of executeur is in randnummer 4 met naam genoemd als erfgenaam, zodat daaruit duidelijk en ondubbelzinnig blijkt dat hij erfgenaam is en – door de beëindiging van de samenwoning met de wettelijk vertegenwoordiger, niemand anders.

De in het testament gebruikte bewoordingen en de zaken die erflater daarmee heeft willen regelen zijn, mede gelet op de omstandigheden waaronder erflater het testament maakte en hetgeen hij daarmee toen heeft willen regelen, duidelijk.

Vast staat immers dat erflater op dat moment één zoon uit een eerdere relatie had (erfgenaam en/of executeur) en samenwoonde met zijn nieuwe partner (wettelijk vertegenwoordiger) met wie hij geen kinderen had.

Erflater heeft in die situatie de wettelijk vertegenwoordiger samen met erfgenaam en/of executeur tot zijn erfgenamen benoemd en, voor het geval de samenwoning met de wettelijk vertegenwoordiger zou eindigen, alleen erfgenaam en/of executeur.

Dat in randnummer 5 wordt gesproken van “erfgenamen” (meervoud) doet naar het oordeel van de rechtbank niet af aan die duidelijkheid.

Het noemen van “erfgenamen” in plaats van “erfgenaam” berust op een kennelijke verschrijving: uit het testament blijkt immers juist dat er, naast de wettelijk vertegenwoordiger, slechts één andere erfgenaam was – (erfgenaam en/of executeur) – en gebruik van meervoud dus onjuist is.

Gelet op eerder genoemde jurisprudentie dient vervolgens te worden beoordeeld of de gevolgen van het testament dienen te worden herzien in verband met na het opstellen daarvan opgetreden veranderingen in het leven van erflater, te weten de geboorte van de minderjarige.

De vraag is wat erflater met het testament heeft willen regelen en of dat ertoe kan leiden dat de gevolgen van het testament dienen te worden herzien, gelet op de omstandigheden waaronder het testament is gemaakt en de verhouding die erflater destijds kennelijk heeft willen regelen.

De wettelijk vertegenwoordiger stelt dat uit het testament blijkt dat erflater aansluiting zocht bij het parentele stelsel van artikel 4:10 lid 1 onder a BW en dat het geenszins zijn bedoeling is geweest om een toekomstig kind te onterven.

Dat hij in het testament geen toekomstige kinderen heeft opgenomen had te maken met het aanzienlijke leeftijdsverschil (22 jaar) tussen haar en erflater en het ontbreken van een kinderwens.

Na de komst van de minderjarige is erflater altijd een betrokken vader geweest, ook toen de wettelijk vertegenwoordiger en de minderjarige elders gingen wonen en erflater door alcoholgebruik soms niet in staat was contact met de minderjarige te hebben.

Gelet op wat erflater in het testament heeft willen regelen en het feit dat de minderjarige na de opstelling van het testament is geboren, is de minderjarige volgens de wettelijk vertegenwoordiger ook erfgenaam.

De erfgenaam en/of executeur betwist dat het kennelijk de bedoeling van erflater is geweest om de minderjarige ook als erfgenaam te benoemen.

In het testament is alleen hij – de erfgenaam en/of executeur– met naam als erfgenaam genoemd en er bestaat noch in het testament noch daarbuiten enige aanwijzing dat erflater meer erfgenamen wenste te benoemen dan uitsluitend hem (erfgenaam en/of executeur) en de wettelijk vertegenwoordiger.

De erfgenaam en/of executeur stelt dat hij veel nauwer betrokken was bij erflater doordat de minderjarige bij erfgenaam en/of executeur en haar nieuwe partner woonde.

Als erflater de minderjarige ook als erfgenaam had willen benoemen, dan had hij het testament na de geboorte van de minderjarige wel herzien.

Niets wijst erop dat erflater de behoefte heeft gehad om het testament zodanig aan te passen dat de minderjarige ook tot erfgenaam zou worden benoemd, aldus de erfgenaam en/of executeur.

De rechtbank overweegt dat uit hetgeen erflater in het testament heeft geregeld, niet blijkt wat zijn kennelijke intentie was voor de situatie waarin hij nóg een kind zou krijgen.

Uit de omstandigheid dat hij de wettelijk vertegenwoordiger en erfgenaam en/of executeur in zijn testament heeft aangewezen als zijn erfgenamen, kan niet zonder meer worden afgeleid dat hij zoveel mogelijk aansluiting heeft gezocht bij het parentele stelsel en dus bedoeld zal hebben een volgend kind ook tot erfgenaam te willen benoemen.

Als dat zijn bedoeling was geweest, valt niet in te zien waarom erflater na de geboorte van de minderjarige het testament niet heeft herzien.

Dat hij daartoe niet in staat was en/of dat zijn alcoholverslaving daarbij een rol heeft gespeeld, heeft de erfgenaam en/of executeur betwist en is door de wettelijk vertegenwoordiger onvoldoende onderbouwd.

Duidelijk is dat de omstandigheden van erflater, toen hij overleed, fundamenteel anders waren dan toen hij het testament liet opstellen en dat erflater die nieuwe situatie waarschijnlijk niet voor ogen heeft gestaan toen hij het testament liet opstellen.

Dat leidt echter nog niet tot de conclusie dat erflater in die nieuwe situatie ook de minderjarige tot erfgenaam had willen benoemen.

De wettelijk vertegenwoordiger heeft onvoldoende gesteld en onderbouwd waaruit dat blijkt.

Dat erflater en de minderjarige nog goed en regelmatig contact met elkaar hadden (al dan niet op grond van de regeling in het ouderschapsplan), maakt nog niet dat erflater de minderjarige als erfgenaam had willen benoemen.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de conclusie dat niet duidelijk is wat precies de intentie van erflater is geweest ten aanzien van de erfrechtelijke positie van de minderjarige.

Niet uitgesloten moet worden dat erflater de intentie had om uitsluitend de erfgenaam en/of executeur als erfgenaam aan te wijzen, zoals volgt uit de tekst van het testament.

Omdat de minderjarige op grond van het testament geen erfgenaam is en niet gebleken is van een kennelijke intentie bij erflater om minderjarige wél erfgenaam te laten zijn, is de door de wettelijk vertegenwoordiger gevorderde verklaring voor recht niet toewijsbaar.

Een en ander leidt tot de conclusie dat de wettelijk vertegenwoordiger namens de minderjarige geen aanspraak kan maken op rechten als erfgenaam van erflater.

De door de wettelijk vertegenwoordiger gevorderde verklaring voor recht is daarom niet toewijsbaar.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat nietig testament over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de rechtsgeldigheid of uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de rechtsgeldigheid van een testament of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, bezoek dan onze website over het testament. Klik dan hier.