Onwaardigheid. Testament. Erfgenaam onwaardig om te erven van erflater?

De Rechtbank Den Haag heeft enige tijd geleden uitspraak gedaan over de vraag of de erfgenaam onwaardig was om te erven van erflater?

De vraag die beantwoord dient te worden is of de door eiser gepleegde brandstichting met zich brengt dat hij onwaardig is om te erven van erflater of niet.

Onwaardigheid. Testament. Erfgenaam onwaardig om te erven van erflater?

De rechter oordeelt als volgt.

Op grond van artikel 4:3 lid 1 onder b BW is van rechtswege onwaardig om uit een nalatenschap voordeel te trekken, een persoon die onherroepelijk is veroordeeld wegens een opzettelijk tegen de erflater gepleegd misdrijf waarop naar de Nederlandse wettelijke omschrijving een vrijheidsstraf is gesteld met een maximum van ten minste vier jaren.

Eiser is bij het strafrechtelijk vonnis onherroepelijk veroordeeld voor opzettelijke brandstichting, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar voor een ander te duchten is (artikel 157 aanhef sub 1 en sub 2 Wetboek van Strafrecht).

Hierop is een maximale gevangenisstraf gesteld van 12 jaar (sub 1) en 15 jaar (sub 2).

Eiser heeft aldus een misdrijf gepleegd als bedoeld in artikel 4:3 lid 1 onder b BW. Dit is tussen partijen ook niet in geschil.

Wel in geschil is of het misdrijf opzettelijk tegen de erflater is gepleegd.

Van belang is in dit verband dat onderscheid gemaakt moet worden tussen een met opzet gepleegd misdrijf en een met opzet tegen de erflater gepleegd misdrijf.

Voor het van rechtswege doen intreden van onwaardigheid is vereist dat het misdrijf (ook) opzettelijk tegen de erflater gepleegd is.

De rechter overweegt het volgende.

In de parlementaire geschiedenis van artikel 4:3 BW staat vermeld:

“Het ligt voor de hand dat indien een erfgenaam zelf jegens de erflater een misdrijf heeft begaan als bedoeld in artikel 4.1.3 lid 1 onder b, hij ook geen aanspraak zou mogen kunnen maken op de nalatenschap. Te denken is dan aan feiten als opzettelijke brandstichting (artikel 157 Wetboek van strafrecht), (…).” (Parl. Gesch. BW Inv. Boek 4 2003, p. 1169).

De wetgever heeft ‘opzettelijke brandstichting’ aldus uitdrukkelijk genoemd als een (in beginsel) tegen de erflater gericht misdrijf als bedoeld in artikel 4:3 lid 1 sub b BW. De rechtbank weegt dat mee in de verdere beoordeling.

De rechter overweegt voorts dat de woning waarin brand is gesticht eigendom was van erflater en dat dit eiser, zoals hij ter comparitie van partijen ook heeft erkend, bekend was.

Eiser heeft de brand opzettelijk gesticht en wist dat hij erflater daarmee schade zou berokkenen.

Overwogen wordt in dit verband dat eiser veroordeeld is voor opzettelijke brandstichting, terwijl daarvan onder meer gemeen gevaar voor goederen te duchten is (artikel 157 aanhef sub 1 Sr).

Dat een en ander, zoals de advocaat van eiser heeft betoogd, niet de bedoelding van eiser zou zijn geweest en dat sprake zou zijn van een ondoordachte actie, doet aan het voorgaande niet af.

Feit is dat erflater door het misdrijf in zijn eigendom is aangetast.

Het misdrijf is naar het oordeel van de rechter alleen al in zoverre tegen erflater gericht.

Het betoog van eiser dat het misdrijf, althans zijn boosheid, niet gericht was tegen erflater maar tegen de curator, slaagt niet.

De curator van erflater heeft verklaard dat het de wens van erflater zelf was dat eiser zijn woning zou verlaten. De curator trad op als wettelijk vertegenwoordiger van erflater en behartigde zowel zijn financiële als overige belangen, toen zij er voor zorgde dat eiser de woning moest verlaten.

Eiser heeft hier tegenin gebracht dat erflater zijn mening niet meer kon verkondigen omdat hij aan een geestelijke stoornis leed.

De rechter heeft evenwel geen reden te twijfelen aan de uitlating van de curator dat zij handelde overeenkomstig de wensen en belangen van erflater.

Dat de curator erflater vertegenwoordigde in zijn wensen en belangen brengt mee dat het misdrijf en de boosheid van eiser zich ook feitelijk richtte tegen de belangen van erflater.

De rechter is op grond van het voorgaande van oordeel dat sprake is van een onherroepelijke veroordeling wegens een opzettelijk tegen de erflater gepleegd misdrijf als bedoeld in artikel 4:3 lid 1 sub b BW.

Dat maakt dat eiser van rechtswege onwaardig is om uit de nalatenschap van erflater voordeel te trekken.

Eiser heeft nog aangevoerd dat erflater pas op 23 januari 2014 is overleden zodat hij ruimschoots de gelegenheid heeft gehad zijn testament desgewenst te wijzigen en eiser daarin te schrappen.

De betoog slaagt niet.

Op grond van artikel 4:3 lid 3 BW vervalt een onwaardigheid slechts wanneer de erflater aan de onwaardige op ondubbelzinnige wijze zijn gedraging heeft vergeven.

Niet voldoende is in dit verband dat de erflater het testament niet herroepen heeft.

Een stilzitten kan niet als vergiffenis worden beschouwd (vgl. TM, Parl. Gesch. BW Boek 4, 2002).

Eiser heeft voorts nog benoemd dat in het strafrechtelijk vonnis rekening is gehouden met zijn verminderde toerekeningsvatbaarheid.

Zo eiser hiermee heeft bedoeld te stellen dat hij daardoor niet onwaardig kan worden geoordeeld, gaat de rechter daaraan voorbij.

Uit een en ander blijkt niet dat eiser ten tijde van het misdrijf zozeer lijdende was aan een ziekelijke storing van zijn geestvermogens dat hij niet onwaardig kan worden geoordeeld.

Uit het strafvonnis volgt bovendien dat hoewel eiser “licht verminderd toerekeningsvatbaar” is geacht, hij veroordeeld is voor opzettelijke brandstichting.

Nu eiser onwaardig is om te erven van erflater, wordt de gevorderde verklaring voor recht dat eiser niet onwaardig is om te erven van erflater, afgewezen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat nietig testament over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de rechtsgeldigheid of uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de rechtsgeldigheid van een testament of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, bezoek dan onze website over het testament. Klik dan hier.