Klacht tegen notaris. Klaagster verwijt de notaris dat hij heeft meegewerkt aan het opstellen en passeren van een zeer specifiek testament voor haar verstandelijk beperkte broer terwijl hij daartoe niet wilsbekwaam was.
Van onze advocaat nietig testament. Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 18 september 2018 uitspraak gedaan over een klacht tegen notaris. Klaagster verwijt de notaris, kort gezegd, dat hij heeft meegewerkt aan het opstellen en passeren van een zeer specifiek testament voor haar verstandelijk beperkte broer terwijl hij daartoe niet wilsbekwaam was.
Ter beoordeling ligt thans voor of de notaris, in het licht van hetgeen door partijen (nader) is aangevoerd, op 27 mei 1991 naar de tuchtrechtelijke maatstaven van destijds, voldoende zorgvuldigheid heeft betracht bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid van de broer van klaagster.
Klacht tegen notaris. Klaagster verwijt de notaris dat hij heeft meegewerkt aan het opstellen en passeren van een zeer specifiek testament voor haar verstandelijk beperkte broer terwijl hij daartoe niet wilsbekwaam was.
De rechter oordeelt als volgt.
Volgens huidige rechtspraak hanteert het hof als uitgangspunt dat iedereen aan wie op grond van de wet de bekwaamheid daartoe niet is ontzegd, bij testament uiterste wilsbeschikkingen kan maken.
Een notaris dient daaraan in beginsel zijn ministerie te verlenen en moet op verlangen van een testateur doen wat is vereist om diens uiterste wilsbeschikkingen in een testament vast te leggen. Zoals bij elke akte moet de notaris de wilsbekwaamheid van de betrokkene beoordelen.
Het komt daarbij in eerste instantie aan op de eigen waarneming van de notaris, die daarvoor een redelijke beoordelingsvrijheid toekomt.
Bij gerede twijfel aan de wilsbekwaamheid is in het algemeen verder onderzoek aangewezen.
Het Stappenplan beoordeling wilsbekwaamheid ten behoeve van notariële dienstverlening (Stappenplan) van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) biedt sinds de publicatie daarvan in 2006 een toetsingskader voor de beoordeling van wilsbekwaamheid.
Hoewel ten tijde van het opmaken van het testament van de broer van erflaatster nog geen schriftelijke aanbevelingen of voorschriften van de KNB bestonden, was het ook toen de verantwoordelijkheid van de notaris om de wilsbekwaamheid zorgvuldig te beoordelen van iemand die – zoals in dit geval – een testament wilde maken.
Het Stappenplan biedt de notaris thans een handreiking bij de zorgvuldige beoordeling van de wilsbekwaamheid. Het kan worden gezien als een (aangescherpte) codificatie van de notariële praktijk van destijds.
Het Stappenplan als zodanig bevestigt de al sinds jaar en dag bestaande verplichting van de notaris te beoordelen of een testateur wilsbekwaam is.
In de tussenbeslissing zijn de volgende in dit verband relevante feiten opgesomd.
In 2008 is een psychologisch rapport over de broer van klaagster opgemaakt. Daarin is het volgende opgenomen.
Conclusie:
De broer is een vriendelijke 61 jarige man, die volgens bovenstaand onderzoek met de WISC III Nederland cognitief op matig geretardeerd niveau functioneert (er is sprake van een matige verstandelijke beperking, TIQ=45). Dhr. heeft moeite met zowel het begrijpen als het gebruik van taal. Het perforale functioneren ligt op eenzelfde niveau. De broer functioneert verbaal tussen het niveau van een < 6 jarige en een 7;6 jarige. Perforaal functioneert hij op het niveau van een < 6.
Het denkvermogen van de broer overstijgt niet het concrete niveau. Dit betekent dat de communicatie naar hem toe eenvoudig en praktisch moet zijn. Hij heeft beperkt inzicht in waarom bepaalde dingen gaan zoals ze gaan. Tijdens begeleidingsmomenten is het dan ook wenselijk te spreken over concrete handelingen en praktische oplossingen voor problemen en deze visueel te ondersteunen (pictogrammen).”
Op 16 juli 2015 ontving klaagster de uitslag van een DNA-onderzoek waaruit volgt dat haar broer een erfelijke X chromosoomafwijking had, het zogenoemde MECP2 duplicaat.
Op verzoek van klaagster heeft [kinderarts] , als kinderarts werkzaam bij A, bij e-mailbericht van 10 augustus 2015 onder meer het volgende verklaard.
“(…) Op basis van de gegevens die u mij over uw broer bezorgd heeft, zijn verstandelijke leeftijd van 6 jaar en de aard van de (weliswaar uiterst zeldzame) MECP2 mutatie kan men aannemen dat hij ernstig verstandelijk beperkt was en niet wilsbekwaam in 1991.(…)”
De oud-notaris heeft bij brief (van zijn gemachtigde) van 23 oktober 2017 onder meer de volgende stukken overgelegd. De notaris heeft ter zitting van 17 mei 2018 er blijk van gegeven deze stukken tot de zijne te maken. In een e-mailbericht van 5 augustus 2016 van de arts en klinisch psycholoog met 30 jaar ervaring in de gehandicaptenzorg, is het volgende opgemerkt:
“In punt 8 stelt klaagster dat uit genetisch onderzoek is komen vast te staan dat zijn verstandelijke afwijking aangeboren was.
Dit zegt echter niets over zijn verstandelijke vermogens. Er is bij alle aangeboren en ook bij alle erfelijke aandoeningen een grote variatie van verstandelijke vermogens en een wilsonbekwaamheid valt zeker niet uit een erfelijke of aangeboren oorzaak af te leiden.
Uit psychologisch onderzoek is gebleken dat zijn verbale IQ boven de 70 lag, hetgeen zelfs boven het niveau van een lichte verstandelijke handicap ligt.
Daarnaast zijn er talloze mensen met een verstandelijke handicap, vergelijkbaar met een IQ dat overeenkomst met een gemiddeld IQ van een zesjarige, die uitstekend in staat zijn te begrijpen wat een testament is een ook een testament hebben laten opstellen.
Graden van verstandelijke handicap:
zwakbegaafd: IQ van 70 – 90
lichte verstandelijke handicap: IQ van 50 – 70
matige verstandelijke handicap: IQ van 35 – 50
GZ-psycholoog en orthopedagoog en ruim 30 jaar werkzaam in de gehandicaptenzorg, heeft in een e-mail van 6 augustus 2016 naar aanleiding van voornoemde e-mail van de arts het volgende bericht:
“Als diagnostisch geschoold orthopedagoog kan ik de toelichting van arts volledig onderschrijven. (…)
Vaak is er sprake van een disharmonisch profiel. In het geval waar het hier om gaat was het verbaal IQ zelfs hoger dan 70. Dat maakt het begrijpelijk dat de desbetreffende notaris de wilsbekwaamheid ook niet (hoefde) te betwijfelen.”
In de tussenbeslissing heeft het hof als vaststaand aangenomen dat de broer van klaagster vanaf zijn geboorte verstandelijk (zeer) beperkt was.
Verder heeft het hof als vaststaand aangenomen dat het onwaarschijnlijk is dat deze verstandelijke beperking voor de notaris niet zichtbaar is geweest.
De nadere schriftelijke uitlatingen van de notarissen en de reactie daarop van klaagster hebben daarin geen verandering gebracht.
Anders dan klaagster meent, kan echter niet aannemelijk worden geacht, mede gelet op de genoemde stukken, dat de notaris naar de tuchtrechtelijke maatstaven van destijds, onvoldoende zorgvuldigheid heeft betracht bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid van de broer van klaagster.
Naar het oordeel van het hof heeft klaagster, bezien in het licht van het verweer van de notaris en de stukken, daartoe onvoldoende gesteld.
De klacht van klaagster tegen de notaris dient daarom ongegrond verklaard te worden. De kamer is tot eenzelfde oordeel gekomen.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag over de verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament, over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, over de wilsonbekwaamheid of een geestelijke stoornis van deerflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.