Internationaal erfrecht. Nietig testament? Vernietiging van giften? Inkorting van de legitieme?
Van onze advocaat nietig testament. De Rechtbank Midden-Nederland heeft enige tijd geleden uitspraak gedaan over de nietigheid van een testament en over de vernietiging van gedane schenkingen.
Partijen in het geschil zijn de drie kinderen van moeder. De moeder is in 1970 gescheiden. Sinds 1991 woonde zij op Tenerife, Spanje.
Moeder heeft voor het laatst een testament opgesteld in 2010 bij een notaris op Tenerife. In dit testament zijn de drie kinderen van moeder benoemd tot erfgenamen in gelijke delen.
Als grondslag voor zijn vorderingen in de hoofdzaak voert de erfgenaam onder meer het volgende aan:
Met betrekking tot de woning in Tenerife
De erfgenaam stelt zich primair op het standpunt dat de schenking van de woning door moeder aan de andere erfgenaam nietig is als bedoeld in artikel 3:34 BW omdat de geestvermogens van moeder gestoord waren en deze stoornis een redelijke waardering van de bij de schenking betrokken belangen belette dan wel de schenking onder invloed van die stoornis is gedaan.
Subsidiair stelt hij de erfgenaam de schenking van de woning door moeder aan de andere erfgenaam op grond van artikel 3:44 BW vernietigbaar is, want deze is door misbruik van omstandigheden tot stand gekomen.
Meer subsidiair voert de erfgenaam aan dat de schenking door moeder van de woning inbreuk maakt op zijn legitieme en dus ingekort moet worden.
Internationaal erfrecht. Nietig testament? Vernietiging van giften? Inkorting van de legitieme?
De rechter oordeelt als volgt.
Voor de beoordeling van het geschil tussen de erfgenamen met betrekking tot de woning is allereerst van belang welk recht van toepassing is op de overdracht van de woning en op de nalatenschap van moeder.
De erfgenamen verschillen hierover van mening. De ene erfgenaam stelt zich op het standpunt dat Spaans recht van toepassing is zowel op de overdracht van de woning als op de nalatenschap van moeder. De andere erfgenaam stelt zich op het standpunt dat op beide onderwerpen Nederlands recht van toepassing is.
Met betrekking tot de erfenis van moeder geldt dat de regels van het Haags Erfrechtverdrag van 1989 van toepassing zijn nu moeder is overleden voor de inwerkingtreding van de EU-verordening erfrecht op 18 augustus 2015.
Uit de regels van dat verdrag volgt, behoudens een anders luidende rechtskeuze en behoudens door geen van partijen bepleite nauwere banden met Nederland, dat Spaans recht van toepassing is, aangezien moeder ten tijde van haar overlijden in Spanje daar haar gewone verblijfplaats had gedurende een tijdvak van meer dan vijf jaar.
Het geschil tussen de erfgenamen spitst zich toe op de vraag of moeder in haar testament een rechtskeuze heeft gemaakt voor Nederlands recht.
Voor de beoordeling van de vraag of moeder wel of niet een rechtskeuze heeft gemaakt voor het Nederlandse recht is de volgende passage in het testament van moeder van belang:
“Als Spaanse notaris wijs ik de erflaatster erop dat de erfopvolging volgens het recht van haar land zal worden bepaald en dat dit mij niet bekend is, zodat ik de geldigheid en de bepalingen in dit testament niet kan garanderen. Daar zij mij haar beschikkingen in de Nederlandse taal heeft meegedeeld en dit testament in het Spaans en Nederlands is opgesteld is het haar uitdrukkelijke wens dat in geval van twijfel de Nederlandse versie doorslaggevend is”.
Anders dan de erfgenaam is de rechter van oordeel dat onder “haar land” Nederland moet worden verstaan en niet Spanje, aangezien een Spaanse notaris geacht moet worden wel verstand te hebben van het Spaanse recht.
Naar het oordeel van de rechter volgt uit de geciteerde passage dat de notaris en moeder er beiden van uitgingen en ook de bedoeling hadden dat Nederlands recht van toepassing zou zijn op haar testament. Hieruit blijkt voldoende duidelijk dat de kennelijk wil van moeder gericht was op toepasselijkheid van het Nederlandse recht. Dus is dit als een rechtskeuze aan te merken.
De erfgenaam heeft voorts gesteld dat als de desbetreffende passage dan toch moet worden uitgelegd als een rechtskeuze, dit een rechtskeuze voor het Nederlands Internationaal privaatrecht zou zijn en zodoende via een omweg dus weer voor het Spaanse recht.
De rechter acht dit niet aannemelijk, omdat dit in feite de rechtskeuze teniet zou doen. De rechter wijst ter zake ook op artikel 10:5 BW, dat bepaalt dat onder de toepassing van het recht van een staat wordt verstaan de toepassing van de rechtsregels die in die staat gelden met uitzondering van het internationaal privaatrecht.
Anders dan de advocaat van de erfgenaam heeft bepleit volgt uit deze rechtskeuze niet zonder meer dat op de geldigheid of aantastbaarheid van de overdracht van de woning eveneens Nederlands recht van toepassing is. Deze overdracht heeft plaatsgevonden zeven maanden voor het overlijden van moeder en is een rechtshandeling die weliswaar verstrekkende gevolgen heeft voor de inhoud van de erfenis van moeder, maar op zichzelf los staat van de erfopvolging.
Zoals door de advocaat van de erfgenaam terecht is gesteld moet het recht dat van toepassing is op de onderhavige transactie volgens Nederlands IPR worden bepaald aan de hand van de EU verordening Rome I.
Bij gebreke van rechtskeuze is dat dan in dit geval Spaans recht, omdat dit het recht is van het land waarin de woning gelegen is.
De advocaat van de erfgenaam heeft zich op het standpunt gesteld dat de overdracht van de woning door moeder naar Spaans recht onaantastbaar is. Zij beroept zich daarbij op de in de akte van de overdracht genoemde termijn van twee maanden. Deze termijn ziet op het inroepen van de ontbindende voorwaarde op de grond dat de begunstigde, in dit geval de erfgenaam, niet aan haar verplichtingen uit de overeenkomst heeft voldaan.
De advocaat van de erfgenaam gaat er daarmee echter aan voorbij dat de grondslag van de vordering met betrekking tot de woning niet een toerekenbare tekortkoming is, maar primair het ontbreken van met de overdracht overeenstemmende wil veroorzaakt door een stoornis aan de zijde van moeder, subsidiair een wilsgebrek wegens misbruik van omstandigheden.
Beide grondslagen zouden, indien deze vast zouden komen staan, naar Nederlands recht tot vernietigbaarheid van de overeenkomst tot overdracht kunnen leiden en niet tot de door advocaat gestelde nietigheid, nu het geen eenzijdige rechtshandeling betreft, mits uiteraard de wederpartij zich niet met succes op verjaring beroept.
De erfgenamen hebben zich ter comparitie uitgelaten over deze verjaring en met name het moment waarop de verjaringstermijn ingaat. Zij hebben zich daarbij toegespitst op het Nederlandse recht, dat een verjaringstermijn kent van drie jaar.
Zoals gezegd deelt de rechter echter het standpunt van de erfgenaam dat Spaans recht van toepassing is op de overdracht van de woning.
Geen van erfgenamen heeft de rechter geïnformeerd over de inhoud van het Spaanse recht met betrekking tot het ontbreken van een met een overeenkomst overeenstemmende wil dan wel een wilsgebrek wegens misbruik van omstandigheden of een vergelijkbare rechtsfiguur.
Hetzelfde geldt voor de inhoud van het Spaanse recht met betrekking tot verjaring van de hieruit voortvloeiende rechtsvorderingen. Dit recht is de rechter evenmin ambtshalve bekend. De rechter zal partijen in de gelegenheid stellen zich hierover gemotiveerd en met stukken onderbouwd, bij voorkeur afkomstig van het Internationaal Juridisch Instituut uit te laten.
Verder zullen de erfgenamen in de gelegenheid worden gesteld zich uit te laten over de consequenties van de toepasselijkheid van het Spaans recht voor hun geschil.
Dit betekent ook dat de rechter iedere beslissing op de vordering tot vaststelling van de verdeling van de erfenis van moeder zal aanhouden, voor zover dit samenhangt met de woning. Hetzelfde geldt voor de beslissing op het beroep op de legitieme. De beslissingen hierop zijn immers mede afhankelijk van de (on)aantastbaarheid van de overdracht van de woning. De rechter zal desalniettemin reeds thans enkele overwegingen aan de legitieme wijden, omdat dit partijen mogelijk in staat zal stellen een regeling te treffen.
Indien uiteindelijk zou blijken dat de overdracht naar Spaans recht onaantastbaar is betekent dat nog niet dat de erfgenaam geen beroep zou kunnen doen op zijn legitieme. Immers, Nederlands erfrecht is van toepassing en de legitimaris heeft tijdig binnen de vervaltermijn van 5 jaar vanaf het overlijden van zijn moeder, een beroep op zijn legitieme gedaan door een verklaring strekkende tot inkorting gericht aan de erfgenamen..
Van belang voor de vraag of de inkorting terecht is gedaan, is het antwoord op de vraag of de overeenkomst tot overdracht van de woning is aan te merken als een gift.
De erfgenaam stelt dat de overeenkomst naar Spaans recht een overeenkomst onder bezwarende titel is, omdat zij een tegenprestatie op zich heeft genomen om voor moeder te zorgen en alle verantwoordelijkheid voor moeder op zich te nemen tot een onzeker toekomstig tijdstip, te weten het moment waarop moeder zou overlijden.
Naar het oordeel van de rechter staat het feit dat de erfgename de verplichting tot het leveren van een tegenprestatie op zich nam er echter niet aan in de weg dat de overeenkomst toch als een gift in de zin van artikel 4:67 onder a BW kan worden aangemerkt.
Het begrip gift is namelijk een ruimer begrip dan het begrip schenking. Een gift is iedere handeling die ertoe strekt dat degene die de handeling verricht, een ander ten koste van het eigen vermogen verrijkt, ook al is sprake van een tegenprestatie.
De erfgename is onmiskenbaar verrijkt door de transactie ten koste van moeder en zodoende ook ten koste van de overige erfgenamen. Hierbij acht de rechter de volgende omstandigheden van belang:
Allereerst woonde moeder ten tijde van de overdracht al in een verzorgingstehuis, waar zij professionele zorg kreeg. Het was dus niet de erfgename die de dagelijkse zorg hoefde te leveren, ook al neemt de rechtbank aan dat de erfgename bij moeder op bezoek ging en met haar ging wandelen etc.
Ten tweede is tussen de erfgenamen niet in geschil dat de kosten van het verzorgingstehuis niet door de erfgenamen werden gedragen, maar door de verzekering werden betaald en voor het overige ten laste kwamen van moeders inkomen/vermogen.
Als laatste heeft moeder na de overdracht van de woning nog maar zeven maanden geleefd.
In welke mate de erfgename door de overdracht is verrijkt hangt onder meer af van de waarde van de woning ten tijde van de overdracht.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag over de uitleg van een testament, over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, over de wilsonbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.