Erfrecht. Uitleg van een testament. Wie is erfgenaam? Wilde de erflater dat zijn zonen erfgenaam zouden zijn of zijn echtgenote? Vergeten testament? Overgangsrecht.

De Rechtbank Den Haag heeft op 17 februari 2021 uitspraak gedaan over de uitleg van een testament. Wie was erfgenaam?

Eiseres stelt dat erflater is vergeten dat hij in 1990 een testament heeft opgemaakt, althans dat hij is vergeten zijn testament te herroepen of te wijzigen vanwege ingrijpende gewijzigde persoonlijke omstandigheden en verhoudingen.

Zo heeft erflater nooit iemand verteld dat hij een testament had.

Eiseres gaat ervan uit dat erflater het testament destijds heeft opgesteld omdat hij net was gescheiden, gedaagden op dat moment nog minderjarig waren en erflater niet wilde dat zijn ex-echtgenote bij zijn overlijden zeggenschap over, dan wel een aandeel uit zijn nalatenschap kon verkrijgen.

Omdat erflater ten tijde van het opmaken van zijn testament geen alternatief had, heeft hij zijn kinderen tot zijn erfgenamen benoemd, aldus eiseres.

Daarnaast waren de omstandigheden van erflater ten tijde van zijn overlijden volstrekt anders dan ten tijde van het opstellen van het testament.

Zo waren gedaagden ten tijde van het opmaken van het testament minderjarig en daarom zou de ex-echtgenote bij het overlijden van erflater, als hij geen testament zou hebben opgemaakt, bewindvoerder van gedaagden zijn geworden.

Nu zijn gedaagden ruimschoots meerderjarig en is de ex-echtgenote van erflater overleden.

Daarnaast had erflater sinds de zomer van 2001 een relatie met eiseres en zijn zij op 24 juni 2009 een geregistreerd partnerschap aangegaan.

Ook is het contact tussen erflater en gedaagde en tussen erflater en andere gedaagde na het opstellen van het testament aanzienlijk verslechterd.

Eiseres is dan ook van mening dat de inhoud van het testament niet overeenkomt met de wil van erflater op het moment van zijn overlijden.

Als erflater zijn testament niet zou zijn vergeten, had hij dit zeker herroepen en zou hij het hebben aangepast aan de nieuwe situatie.

Erflater heeft aan eiseres en zijn familie en vrienden verteld dat het zijn wens was dat eiseres bij zijn overlijden zijn gehele nalatenschap zou verkrijgen en dat zij ongestoord verder kon leven.

Ook heeft erflater aan X verteld dat hij ervan uitging dat eiseres vanwege het geregistreerd partnerschap de beschikking zou krijgen over zijn gehele nalatenschap en dat hij geen testament nodig had.

Erflater dacht dat de wettelijke verdeling van toepassing zou zijn en dat hij eiseres bij afwezigheid van een testament verzorgd achter zou laten.

Gedaagde heeft daartegenover gesteld dat erflater het testament heel bewust na de echtscheiding van zijn ex-echtgenote heeft opgesteld.

Het was volgens gedaagde daadwerkelijk de wens van erflater om zijn zoons, in elke situatie, tot zijn enige erfgenamen te benoemen.

Dat erflater met niemand, ook niet met eiseres, over zijn testament heeft gesproken, kan niet tot de conclusie leiden dat erflater zijn testament vergeten was.

Ook dat het contact tussen erflater en gedaagde na het opmaken van het testament slechter is geworden, maakt niet dat sprake is van een vergeten testament.

Het contact tussen erflater en gedaagde was namelijk ook ten tijde van het opmaken van het testament al slecht en erflater heeft gedaagde desondanks kennelijk niet willen onterven. gedaagde en erflater zijn altijd “twee handen op één buik” geweest; zij hadden een heel hechte band.

Gedaagde ontkent dan ook dat sprake is van een vergeten testament.

Volgens hem blijkt uit de inhoud van het testament niet dat erflater zijn kinderen alleen bij gebrek aan een alternatief tot zijn erfgenamen heeft benoemd.

Erflater heeft zijn vermogen alleen willen beschermen tegen zijn ex-echtgenote door een bewindvoerder te benoemen over dat vermogen voor het geval hij zou overlijden voordat zijn zoons 25 jaar oud zouden zijn.

Daarnaast geven de verhoudingen en de verklaringen van erflater in dit geval volgens gedaagde  geen aanleiding om het testament nader uit te leggen.

Mocht de rechtbank wel toekomen aan een nadere uitleg van het testament, dan weet gedaagde  heel zeker dat erflater hem nooit had willen onterven door een langstlevendentestament op te stellen, waarbij hij en gedaagde pas op hun aandeel in de nalatenschap aanspraak zouden kunnen maken na het overlijden van eiseres.

Erflater heeft daarnaast nooit gezegd dat hij wilde dat eiseres zijn gehele vermogen zou erven; hij wilde dat eiseres in het huis kon blijven wonen en het tuinhuis kon behouden.

Doordat erflater en eiseres een geregistreerd partnerschap zijn aangegaan, krijgt eiseres de helft van het aanwezige vermogen waardoor zij in het huis kan blijven wonen en het tuinhuis kan behouden.

Tot slot betwist gedaagde de juistheid van de weergave van X van diens gesprekken met erflater, omdat X volgens gedaagde geen nauwe relatie had met erflater.

Erfrecht. Uitleg van een testament. Wie is erfgenaam? Wilde de erflater dat zijn zonen erfgenaam zouden zijn of zijn echtgenote? Vergeten testament? Overgangsrecht.

De rechtbank overweegt als volgt.

Tussen partijen is niet in geschil dat het testament in taalkundige zin helder is: in het testament staat heel duidelijk dat erflater gedaagden benoemt tot zijn enige erfgenamen.

Daarmee is de kous echter niet af: volgens vaste jurisprudentie is, om te kunnen vaststellen of de bewoordingen van de uiterste wil duidelijk genoeg zijn en op welk rechtsgevolg de uiterste wilsbeschikkingen van erflater zijn gericht, uitleg nodig.

Nu het testament is opgesteld vóór 1 januari 2003 (onder het oude recht), maar erflater daarna (onder het nieuwe recht) is overleden, is artikel 4:46 lid 1 BW van toepassing (artikel 68a Overgangswet NBW).

Op grond van artikel 4:46 lid 1 BW moet bij de uitleg van een testament in eerste instantie gelet worden op de verhoudingen die de uiterste wil kennelijk wenst te regelen en op de omstandigheden waaronder het testament is gemaakt.

Pas als ook dan nog de tekst van het testament onduidelijk is, mag gelet worden op daden of verklaringen van de erflater buiten het testament om (artikel 4:46 lid 2 BW).

Met andere woorden: beoordeeld moet worden wat erflater voor ogen stond op het moment waarop hij het testament liet opstellen.

Alleen als dat niet duidelijk is, mag rekening worden gehouden met gedragingen of mededelingen van erflater na dat moment.

Vast staat dat erflater het testament heeft gemaakt kort na zijn echtscheiding en dat hij in die periode niet op goede voet stond met zijn ex-echtgenote.

Partijen zijn het erover eens dat erflater heeft willen voorkomen dat bij zijn overlijden zijn ex-echtgenote zeggenschap over zijn vermogen zou krijgen.

De rechtbank gaat er dus, in navolging van partijen, vanuit dat erflater in elk geval die verhouding bij testament heeft willen regelen.

Daarvoor was het echter niet noodzakelijk om zijn kinderen tot zijn erfgenamen te benoemen.

Ook als erflater gedaagden niet in zijn testament als erfgenamen zou hebben benoemd, zouden zij immers op grond van de wet (zowel naar oud als naar nieuw erfrecht) zijn erfgenamen zijn geweest.

Niettemin heeft erflater, zo mag althans geworden aangenomen, er bewust voor gekozen gedaagden tot zijn erfgenamen te benoemen.

Er kan daarom niet zonder meer worden aangenomen dat het uitsluitend de bedoeling van erflater was te voorkomen dat bij zijn overlijden zijn ex-echtgenote op enige manier zeggenschap over zijn vermogen zou krijgen (dat had immers ook gekund door een derde als erfgenaam te benoemen) en niet – ook – om ervoor te zorgen dat gedaagden van hem zouden erven.

Daarbij komt dat het niet ongewoon is dat een testateur ervoor kiest om, wanneer hij hertrouwt of een geregistreerd partnerschap aangaat, zijn kinderen uit het eerste huwelijk (deels) tot erfgenamen te benoemen en dus niet te kiezen voor de wettelijke verdeling.

Met andere woorden: op basis van de beschikbare gegevens kan niet uitgesloten worden dat erflater met zijn testament een wettelijke verdeling in de toekomst – ten gunste van een eventuele toekomstige partner en ten nadele van zijn kinderen – juist heeft willen voorkomen.

Anders dan eiseres betoogt, kan dus niet worden vastgesteld dat het op het moment waarop erflater zijn testament opmaakte, niet de uitdrukkelijke bedoeling van erflater was zijn kinderen te laten erven.

Dit betekent dat de in het testament opgenomen beschikkingen niet aan belang hebben verloren op het moment dat erflater met eiseres een geregistreerd partnerschap is aangegaan.

De verhoudingen die de uiterste wil kennelijk wenst te regelen en de omstandigheden waaronder het testament is gemaakt geven naar het oordeel van de rechtbank dan ook geen aanleiding om een andere uitleg aan het testament te geven dan de uitleg die op grond van de bewoordingen ervan voor de hand ligt, namelijk dat erflater zijn kinderen tot zijn enige erfgenamen heeft willen benoemen.

Nu op grond van de uitlegregels die voortvloeien uit artikel 4:46 lid 1 BW (namelijk de beoogde verhoudingen en de omstandigheden waaronder het testament is gemaakt) geen onduidelijkheid bestaat over wat erflater destijds voor ogen stond, wordt niet toegekomen aan een nadere uitleg op grond van gedragingen en verklaringen van erflater na die tijd.

In artikel 4:46 lid 2 BW is immers bepaald dat daden of verklaringen van erflater buiten de uiterste wil alleen dan voor uitlegging van een testament mogen worden gebruikt, als deze zonder die daden of verklaringen geen duidelijke zin heeft.

Van dit laatste is hier – zoals gezegd – geen sprake.

Dit betekent dat de rechtbank geen doorslaggevende betekenis kan hechten aan het feit dat erflater volgens X heeft gezegd dat hij ervan uitging dat, omdat hij een geregistreerd partnerschap was aangegaan met eiseres, de wettelijke verdeling van toepassing zou zijn.

Datzelfde geldt voor de eigen verklaring van eiseres, dat erflater ook tegen haar heeft gezegd dat hij ervan uitging dat hun erfrechtelijke situatie goed geregeld was, omdat zij elkaars geregistreerd partner waren.

Ervan uitgaande dat erflater dergelijke uitlatingen inderdaad heeft gedaan, kan de rechtbank zich voorstellen dat de beslissing van de rechtbank voor eiseres uitermate onbevredigend is.

In die opvatting zou dan dus immers geen recht worden gedaan aan de (door eiseres gestelde, maar overigens door gedaagde betwiste) daadwerkelijke laatste wil van erflater.

De rechter moet zich echter uiterst terughoudend opstellen, als het gaat om het “achteraf interpreteren” van een laatste wil van een erflater.

Het wijzigen van een testament of herroepen van een laatste wil is alleen mogelijk door het laten opmaken van een ander testament of notariële akte.

Dat heeft erflater niet gedaan, wellicht, zo suggereert eiseres althans, omdat hij was vergeten dat hij ooit een testament had laten opstellen.

Ook in zo’n situatie moet de rechter er echter op grond van de wet van uitgaan dat een gemaakt testament de laatste wil van erflater weergeeft en kan hij het testament niet zomaar terzijde schuiven met de veronderstelling dat dit waarschijnlijk niet meer was wat erflater wilde.

In het licht van het voorgaande komt de rechtbank tot het oordeel dat aan het testament rechtskracht toekomt.

Gelet hierop zal de rechtbank het gevorderde afwijzen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat nietig testament over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de rechtsgeldigheid of uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de rechtsgeldigheid van een testament of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, bezoek dan onze website over het testament. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.