Erfrecht. Bij testament ingesteld minderjarigenbewind. Beheer over vermogen. Bankrekening. BEM-clausule. Beschikken over het onder bewind gestelde vermogen door gezaghebbende ouder.
De Rechtbank Midden-Nederland heeft op 29 september 2022 uitspraak gedaan over het recht tot beschikken over een onder minderjarigenbewind gestelde vermogen door de gezaghebbende ouder.
Verzoekers vragen de kantonrechter machtiging te verlenen voor het openen van een rekening met BEM-clausule op naam van de minderjarige.
Zij voeren aan dat door de verkrijging van de minderjarige uit de nalatenschap van erflaatster het vermogen van de gezaghebbende ouder stijgt tot boven de huurtoeslaggrens.
Het is de intentie van verzoekers om een verzoek ‘Bijzonder vermogen toeslagen’ in te dienen bij de Belastingdienst.
Gesteld wordt dat het hiervoor noodzakelijk is dat het vermogen van de minderjarige op een bankrekening met een BEM-clausule staat.
Verzoekers stellen daarnaast dat indien het vermogen van de minderjarige wordt meegeteld bij het vermogen van de ouder en op grond daarvan de ontvangen huurtoeslag door de Belastingdienst wordt teruggevorderd, de ouder deze terugvordering zal verhalen op het vermogen van de minderjarige.
Erfrecht. Bij testament ingesteld minderjarigenbewind. Beheer over vermogen. Bankrekening. BEM-clausule. Beschikken over het onder bewind gestelde vermogen door gezaghebbende ouder.
De rechter oordeelt als volgt.
Op grond van artikel 1:253k BW geldt dat artikel 1:356 BW van overeenkomstige toepassing is op voornoemd minderjarigenbewind.
Op grond van artikel 1:356 lid 1 BW kan de kantonrechter aanwijzingen en machtigingen geven indien hij dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk, nuttig of wenselijk acht.
De kantonrechter kan, in dit kader, machtiging verlenen om het vermogen van de minderjarige te laten beheren door gebruik te maken van een bankrekening met een BEM-clausule.
Deze BEM-clausule is bedoeld ter bescherming van de vermogensrechtelijke belangen van de minderjarige.
In onderhavige zaak is door erflaatster bij testament minderjarigenbewind ingesteld over de verkrijging van haar minderjarige afstammelingen.
Dit minderjarigenbewind is ingesteld in het belang van de minderjarige. Het beheer over de goederen berust bij de bewindvoerder, dit betreft een afgescheiden vermogen.
In beginsel is het minderjarigenbewind voldoende om de vermogensrechtelijke belangen van de minderjarige te beschermen.
Verzoekers stellen dat bij de vermogenstoets, voor het vaststellen van recht op toeslagen van de Belastingdienst, in beginsel het vermogen van een minderjarige kind wordt meegeteld bij het vermogen van de ouder.
Het vermogen van het minderjarige kind kan daardoor van invloed zijn op mogelijkheid van de ouder om aanspraak te kunnen maken op toeslagen, zoals de huurtoeslag.
Bij de Belastingdienst kan, op grond van artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2°, van de Uitvoeringsregeling Awir, een verzoek worden ingediend om het vermogen van een minderjarig kind niet mee te tellen bij het vermogen van de ouder.
In de toelichting bij artikel 9 staat daarover het volgende:
“Artikel 9, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, bevat de bepaling dat bij de vermogenstoets bezittingen buiten aanmerking kunnen blijven die zijn opgekomen van de zijde van een minderjarig kind, en waarover noch de belanghebbende, noch diens partner, noch een medebewoner kan beschikken. Ook het minderjarige kind moet dus niet kunnen beschikken over die bezittingen. Deze bezittingen kunnen bijvoorbeeld staan op een bankrekening waarop een clausule rust dat de ouders er geen beschikking over hebben (bijvoorbeeld tot het moment dat het kind meerderjarig is). Ook kan het gaan om vermogen van minderjarige kinderen waarbij door een rechter goedgekeurd moet worden of van de bezittingen van dat kind kosten mogen worden betaald, de zogeheten BEM-clausules”.
De kantonrechter concludeert dat het, op grond van bovenstaand wetsartikel en de toelichting daarop, niet is vereist dat het vermogen van de minderjarige op een bankrekening met een BEM-clausule staat, maar dat er sprake moet zijn een situatie waarbij noch de minderjarige, noch anderen vrijelijk over dit vermogen kunnen beschikken.
Het bij testament ingestelde minderjarigenbewind heeft tot gevolg dat noch de minderjarige, noch de ouder kan beschikken over het onder bewind gestelde vermogen.
De kantonrechter is van oordeel dat het beheer van het vermogen van de minderjarige op een bankrekening met een BEM-clausule daarom niet is vereist om een verzoek in te kunnen dienen het vermogen van de minderjarige buiten aanmerking te laten blijven.
Nu de vermogensrechtelijke belangen van de minderjarige worden beschermd door het ingestelde minderjarigenbewind is de kantonrechter van oordeel dat het verlenen van een machtiging voor het openen van een bankrekening met een BEM-clausule er op grond van artikel 1:356 lid 1 BW niet noodzakelijk, nuttig of wenselijk is.
Het verzoek dient te worden afgewezen.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat nietig testament over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de rechtsgeldigheid of uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de rechtsgeldigheid van een testament of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, bezoek dan onze website over het testament. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.