Erfrecht. Schenking. Wilsbepaling. Wilsgebrek. Compos mentis. Ouderdom. Dementie. Is de gedane schenking nietig? Eerdere schenkingen. Bewijsvoering. Medisch bewijs.
De Rechtbank Limburg heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of de schenkingen van de erflaatster onder invloed van een geestelijke stoornis of van een wilsgebrek tot stand waren gekomen.
Eiseres stelt dat erflaatster op 19 september 2014 in totaal een bedrag van € 60.000,00 aan gedaagde 1 en gedaagde 5 heeft geschonken.
Gedaagde 1 en gedaagde 5 hebben ten aanzien van voormelde bedragen, vermeerderd met 6% rente, een verplichting deze in de boedel in te brengen.
Erflaatster was echter vanaf 2009 en zeker vanaf 2014 niet meer in staat haar eigen wil te bepalen.
Op het halfjaarlijkse overleg in juni/juli 2012 met de staf in het verpleeghuis is aan eiseres medegedeeld dat zij er rekening mee moest houden dat haar moeder haar binnenkort niet meer zou kunnen herkennen.
Eiseres en gedaagde 3 stellen dat erflaatster vanwege dementieverschijnselen in toenemende mate vanaf 2009 niet meer in staat was haar wil te bepalen.
Gedaagde 1, 4 en 5 betwisten dat erflaatster vanaf 2010 niet meer compos mentis was en dat zij opgenomen was in een gesloten inrichting.
Erflaatster heeft tot haar overlijden zelf de regie gehouden over haar vermogen.
Zij verbleef weliswaar in een verzorgingstehuis, maar er was geen sprake van een gesloten opname.
Erflaatster kon niet meer lopen en belandde medio 2011 in een rolstoel.
Vanaf 2013 werd zij enkel vanwege intensievere lichamelijke zorg opgenomen op een afdeling waar een liftcode werd gehanteerd.
Zij kon om lichamelijke redenen geen stukken meer invullen en ondertekenen, maar dat laat onverlet dat erflaatster wilsbekwaam was.
Erfrecht. Schenking. Wilsbepaling. Wilsgebrek. Compos mentis. Ouderdom. Dementie. Is de gedane schenking nietig? Eerdere schenkingen. Bewijsvoering. Medisch bewijs.
De rechter oordeelt als volgt.
Voor zover eiseres en gedaagde 3 hebben willen aanvoeren dat erflaatster in de bewuste periode niet meer handelde of kon handelen overeenkomstig haar wil en (non compos mentis) schenkingen zou hebben gedaan, oordeelt de rechtbank als volgt.
Voorop staat dat niet gesteld of gebleken is dat erflaatster op het moment van overlijden dan wel op enig tijdstip daarvoor onder bewind dan wel curatele stond.
Voorts is er geen medische dan wel andere verklaring in het geding gebracht die voor de veronderstellingen van eiseres een aanknopingspunt zouden kunnen vormen.
In de zeer beknopte overgelegde schriftelijke verklaring van gedaagde 3, die verder geen concrete informatie bevat, heeft de rechtbank geen aanknopingspunt gevonden voor het vermoeden dat erflaatster niet wist wat zij deed of dat zij als gevolg van een wilsgebrek schenkingen heeft gedaan.
Verder blijkt uit hetgeen gedaagde sub 1, 4 en 5 onbetwist naar voren hebben gebracht, dat ook gedaagde 3 begin jaren ’90 fl. 30.000,- van erflaatster als schenking heeft ontvangen teneinde een huis te kunnen kopen.
Dat erflaatster in 2014 aan gedaagde 1 en gedaagde 5 eveneens een eenmalige schenking heeft gedaan om aan een woning te besteden, geeft derhalve ook geen aanleiding te vermoeden dat erflaatster als gevolg van een wilsgebrek die handelingen heeft verricht.
Verder zijn de bankafschriften steeds naar het adres van erflaatster gestuurd, zodat zij dus ook in de gelegenheid was deze in te zien.
Niet is gebleken dat dementie noch andere geheugenproblemen bij erflaatster zijn vastgesteld.
Uit de stellingen komt een beeld naar voren dat erflaatster een vrouw op leeftijd was die in toenemende mate last had van (fysieke) ouderdomsongemakken, waaronder wellicht ook enige mate van vergeetachtigheid, maar – zoals reeds overwogen – niet onder bewind of curatele stond.
Gelet op de stelling van eiseres dat de schenkingen aan gedaagde 1 en gedaagde 5 in strijd zouden zijn met de wens van erflaatster om alle kinderen gelijk te behandelen dan wel dat deze nietig zouden zijn, had het op haar weg gelegen, zeker in het licht van de gemotiveerde betwisting van gedaagde 1, 4 en 5, hun stellingen nader te onderbouwen.
Door dit niet te doen, blijft het zijdens eiseres (en gedaagde 3) bij een blote stellingname en is er voor een bewijsopdracht geen plaats.
De rechtbank zal het bewijsaanbod dan ook passeren.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat nietig testament over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de rechtsgeldigheid of uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de rechtsgeldigheid van een testament of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, bezoek dan onze website over het testament. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.