Erfrecht. Uitleg van een testament. Uitleg van legaten in een testament. Vruchtgebruik van een woning. Wilsbepaling van de erflater. Verzorgingsgedachte. Toetsing.

De Rechtbank Midden-Nederland heeft onlangs uitspraak gedaan over de uitleg van een testament in verband met een daarin opgenomen legaat van vruchtgebruik van een woning.

In 2022 is erflater, de echtgenoot van gedaagde, overleden.

Eisers zijn de kinderen van erflater uit een eerder huwelijk.

Erflater heeft in zijn testament eisers tot zijn erfgenamen benoemd, twee legaten aan gedaagde opgenomen over zijn woning en het vruchtgebruik van zijn nalatenschap en gedaagde tot executeur en afwikkelingsbewindvoerder benoemd.

Eisers hebben de nalatenschap zuiver aanvaard.

Gedaagde heeft haar benoeming en de legaten aanvaard.

Tussen partijen is een geschil ontstaan over hoe de bepaling over de legaten moeten worden uitgelegd.

Volgens gedaagde heeft haar echtgenoot bedoeld aan haar de helft van de eigendom van zijn woning te legateren en het vruchtgebruik over de rest van zijn nalatenschap.

Zij wil dat daaraan uitvoering wordt gegeven.

Volgens eisers was het altijd de wens van hun vader om gedaagde verzorgd achter te laten door haar het vruchtgebruik over zijn vermogen te geven, zodat zij in de woning kon blijven wonen, en om (het restant van) zijn vermogen na haar overlijden aan hen toe te laten komen.

Zij vinden dat gedaagde geen rechten kan ontlenen aan het legaat van de helft van de eigendom van de woning.

Erfrecht. Uitleg van een testament. Uitleg van legaten in een testament. Vruchtgebruik van een woning. Wilsbepaling van de erflater. Verzorgingsgedachte. Toetsing.

De rechter oordeelt als volgt.

Bij de uitleg van een uiterste wilsbeschikking moet worden gelet op de verhoudingen die de uiterste wil kennelijk wenst te regelen en op de omstandigheden waaronder de uiterste wil is gemaakt (artikel 4:46 lid 1 BW).

Niet is vereist dat die verhoudingen uit de tekst van de uiterste wil kenbaar zijn.

Bij het verhelderen van de bedoeling van de overledene bij het maken van de uiterste wil mogen zowel zijn daden en verklaringen van vóór als van ná het maken van de uiterste wil worden gebruikt.

Deze daden en verklaringen van de overledene kunnen ook blijken uit verklaringen van derden, bijvoorbeeld van de notaris die betrokken is geweest bij het opstellen van het testament.

In het testament van erflater zijn twee legaten aan gedaagde opgenomen.

Bij de uitleg neemt de rechtbank de volgende omstandigheden in aanmerking.

Het testament is op 9 september 2021 opgemaakt bij de notaris.

Erflater was toen 89 jaar oud en ruim zesentwintig jaar gehuwd op huwelijkse voorwaarden met de toen 79 jaar oude gedaagde.

Erflater woonde met gedaagde in zijn woning.

Zij hadden samen geen kinderen.

Volgens gedaagde had erflater een warme band met haar vier kinderen uit haar eerste huwelijk.

Dit is door eisers niet betwist, zodat de rechtbank daarvan uitgaat.

Op 9 september 2021 hebben erflater en gedaagde bij dezelfde notaris ook hun huwelijkse voorwaarden van maart 1995 gewijzigd.

Daarbij hebben zij het periodiek verrekenbeding laten vervallen, verklaard geen uitvoering te hebben gegeven aan dat beding en afstand gedaan van het recht op verrekening, zodat ze allebei gerechtigd zijn gebleven tot de waarde van hun privévermogen.

Gedaagde heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat haar echtgenoot dit toen allemaal heeft geregeld.

Hij is eerst zelf naar de notaris gegaan.

Daarna heeft hij met haar besproken hoe het in elkaar zat en aan haar uitgelegd wat hij wilde.

Vervolgens zijn zij samen naar de notaris gegaan en zijn de aktes opgemaakt.

Dit is niet weersproken, zodat de rechtbank ook hiervan uitgaat.

Bij het bepalen van de bedoeling van erflater bij het maken van zijn testament met daarin deze legaten neemt de rechtbank de toelichting van de notaris bij het concept van het testament van 7 september 2021 in aanmerking.

Uit de tekst van de legaten gelezen in samenhang met deze toelichting daarbij blijkt dat met de legaten is beoogd te regelen dat in het geval erflater eerder zou overlijden dan zijn echtgenote gedaagde, zij de (onverdeelde) helft van zijn woning in eigendom zou krijgen en het vruchtgebruik van de rest van zijn nalatenschap.

De kinderen van erflater zouden de (onverdeelde) andere helft van de woning in eigendom krijgen en het zogenoemde bloot eigendom van de rest van de nalatenschap met inachtneming van wat daarover nog meer in het testament is bepaald.

Dat in de bepaling wordt gesproken over “de onverdeelde helft van de woning” maakt dit niet anders, omdat duidelijk is dat de woning volledig in eigendom was van erflater en de onverdeeldheid pas na notariële levering zou ontstaan.

Verder is duidelijk dat hierdoor uiteindelijk de ene helft van de waarde van de woning naar de kinderen van erflater zou gaan en de andere helft naar de erfgenamen van gedaagde.

Dit is in lijn met de uitleg die gedaagde aan de legaten geeft.

Zij zegt namelijk dat erflater in overleg met de notaris bewust heeft gekozen voor deze constructie van wijziging van de huwelijkse voorwaarden met gedaagde (afzien van periodiek verrekenbeding) en opname van legaten aan gedaagde (helft eigendom woning en vruchtgebruik op het overige) in zijn testament om zijn echtgenote goed verzorgd achter te laten en de afwikkeling van zijn nalatenschap minder ingewikkeld te maken.

Bij deze constructie is tegenover het afstand doen van de verrekenvordering uit de huwelijkse voorwaarden het legaat van de helft van de eigendom van de woning gesteld.

In wat eisers hebben aangevoerd ziet de rechtbank geen aanknopingspunten om van een andere uitleg uit te gaan.

Volgens eisers wilde hun vader gedaagde verzorgd achterlaten door haar het vruchtgebruik over zijn vermogen te geven en na haar overlijden het resterende deel van zijn vermogen geheel aan zijn kinderen laten toekomen.

Zij verwijzen ter onderbouwing naar wat hij daarover heeft geschreven in een brief aan hen, gedateerd augustus 1995 / maart 2006: “Allereerst laat C (voornaam) [rechtbank: zo werd gedaagde genoemd] zolang als zij wil in ons huis wonen en daarbij is alles wat in huis staat voor haar, het meeste is ook door haar betaald.” en in een brief van december 2011: “Ik heb al eens gezegd dat ik een testament heb laten maken en daarin zijn jullie vanzelf opgenomen als de erfgenamen, maar het vruchtgebruik komt naar (gedaagde) C , dus jullie zullen geduld moeten hebben.”

Verder heeft hij volgens hen meerdere keren tegen hen gezegd: “Laat [gedaagde] C in het huis wonen.”

Op 26 september 2022 heeft hij nog tegen zijn echtgenote gezegd: “Je moet doen wat ik gezegd heb en in het huis blijven wonen.” en tegen zijn kinderen: “Het komt allemaal goed, maar jullie moeten geduld hebben.”

Hij heeft hen nooit verteld dat hij de helft van de woning aan gedaagde wilde nalaten en ook nooit gesproken over het verzorgd achterlaten van haar kinderen.

Gelet op deze verklaringen van erflater is het begrijpelijk dat eisers zijn overvallen door wat hun vader in zijn testament heeft bepaald over zijn woning, omdat hij daarover niets aan hen heeft verteld.

Op basis daarvan kan echter niet de conclusie worden getrokken dat wat in het testament is bepaald niet overeenkwam met wat erflater in zijn uiterste wil wenste te regelen.

Erflater is in 2021 zelf naar de notaris gegaan en heeft daar gesproken over wijziging van de huwelijkse voorwaarden en zijn testament.

In de toelichting bij het concept van het testament heeft de notaris vervolgens duidelijk uitgelegd wat de (rechts)gevolgen waren van het opnemen van de twee legaten aan gedaagde in het testament.

Daarmee heeft hij ingestemd door zijn handtekening onder het testament te zetten.

Eisers hebben verder aangevoerd dat zij vermoeden dat hun vader vanwege zijn leeftijd en ziekte het testament niet goed heeft gelezen, omdat hij niet heeft opgemerkt dat de geboortedata van zijn kinderen niet correct zijn vermeld, terwijl hij altijd heel accuraat was.

Zij wijzen erop dat bij de akte wijziging huwelijkse voorwaarden de zogenoemde koude uitsluiting tussen erflater en gedaagde (door het laten vervallen van het periodieke verrekenbeding) nog “kouder” is gemaakt.

Zij begrijpen niet waarom hun vader dan zou hebben gewild dat de helft van de waarde van zijn woning uiteindelijk aan de erfgenamen van gedaagde zou toekomen.

Volgens eisers vond hun vader dat hij al veel te vaak en te veel belasting over zijn vermogen had betaald.

Gelet daarop begrijpen ze ook niet waarom er dan niet voor een constructie is gekozen waarbij de helft van de waarde van de woning zonder erfbelasting aan gedaagde zou toekomen.

Hieraan gaat de rechtbank voorbij, nu er geen concrete aanwijzingen zijn gesteld of gebleken dat erflater ten tijde van het opstellen en ondertekenen van het testament bij de notaris niet in staat was zijn wil te bepalen en de (rechts)gevolgen van de daarin gemaakte keuzes te overzien.

Dit betekent dat de rechtbank de door eisers gevorderde verklaring voor recht dat het legaat over de woning geen effect sorteert, althans dat gedaagde daaraan geen rechten kan ontlenen, niet zal geven.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat nietig testament over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de rechtsgeldigheid of uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de rechtsgeldigheid van een testament of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, bezoek dan onze website over het testament. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.