Erfrecht. Klacht tegen notaris. Testament. Stappenplan beoordeling wilsbekwaamheid. Waarborg vrije wilsvorming. Informatieplicht. Schending Belehrungspflicht. Toetsing.
Het Gerechtshof Amsterdam heeft onlangs uitspraak gedaan over de plicht van de notaris op het toezicht houden op de vrije wilsvorming bij het verlijden van een testament.
De notaris heeft voor klaagster een testament gepasseerd waardoor, onder meer, het erfdeel van klager onder bewind is gesteld.
Klagers verwijten de notaris dat hij hierbij onvoldoende zorgvuldig is geweest bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid van klaagster en onvoldoende gewaarborgd heeft dat klaagster haar wil op onafhankelijke wijze kenbaar heeft kunnen maken.
De notaris wordt daarnaast verweten dat de akte feitelijke onjuistheden bevat en dat de notaris zijn geheimhoudingsplicht en zijn Belehrungspflicht heeft geschonden.
Erfrecht. Klacht tegen notaris. Testament. Stappenplan beoordeling wilsbekwaamheid. Waarborg vrije wilsvorming. Informatieplicht. Schending Belehrungspflicht. Toetsing.
De rechter oordeelt als volgt.
Klager heeft ter ondersteuning van zijn klacht de volgende argumenten naar voren gebracht.
Klaagster was op hoge leeftijd en zij was met spoed opgenomen in een zorginstelling.
Klaagster had haar eigen administratie niet in eigen beheer en de wens om haar testament aan te passen kwam niet van haarzelf.
Bij het gesprek over de inhoud van het testament was klaagster niet aanwezig; ook de afspraak voor de ondertekening van het testament is niet door klaagster gemaakt.
De notaris heeft voor het eerst met klaagster gesproken bij gelegenheid van het passeren van het testament.
Ter zitting in hoger beroep voert klager nog aan dat de input die geleid heeft tot het testament volledig van belanghebbenden afkomstig was en dat de tijdspanne tussen het verzoek tot het wijzigen van het testament en de ondertekening zeer kort was.
De notaris voert in dit verband het volgende aan.
Op basis van vaste tuchtrechtspraak geldt dat de notaris het “primaat” heeft als het gaat om de beoordeling van de wilsbekwaamheid van een cliënt.
Slechts bij gerede twijfel aan de wilsbekwaamheid is in het algemeen verder onderzoek aangewezen.
De notaris heeft op 10 februari 2023 uitvoerig met klaagster gesproken.
Voorafgaand aan dit bezoek had hij de bevestiging gekregen van A en B dat klaagster de conceptakte en zijn begeleidende brief had ontvangen.
Bij binnenkomst in de ziekenhuiskamer trof de notaris klaagster, gekleed in haar normale kleding en zittend in haar stoel aan.
De notaris heeft klaagster een aantal open vragen gesteld die zij adequaat kon beantwoorden.
Klaagster deelde met de notaris haar zorgen over haar zoon (klager) en zij vertelde blij te zijn met de rol van B als haar belangenbehartiger.
In het gesprek heeft de notaris de akte doorgenomen waarbij hij aan klaagster heeft gevraagd of de inhoud daarvan overeenstemde met haar wensen.
Klaagster heeft dit bevestigend beantwoord waarbij ze aangaf gelijk tot ondertekening van de stukken over te willen gaan.
Haar letterlijke woorden waren “je weet maar nooit en klaar is klaar”.
In zijn gesprek heeft de notaris geen enkele aanleiding gezien voor twijfel over haar wilsbekwaamheid.
Klager heeft ook geen enkele onderbouwing gegeven van de vermeende wilsonbekwaamheid van klaagster.
De door klager overgelegde medische dossiers geven hiertoe geen aanleiding waarbij geldt dat ook de overige door klager genoemde indicatoren bij de notaris geen twijfel opleverden ten aanzien van de wilsbekwaamheid van klaagster.
In hoger beroep voert de notaris aan dat hij klaagster al veel langer – ook van eerdere notariële werkzaamheden – kende; de notaris hield vroeger kantoor in haar woonplaats.
De kamer heeft ten onrechte deze omstandigheid niet meegewogen in haar oordeel, aldus steeds de notaris.
Het hof oordeelt als volgt.
Volgens vaste jurisprudentie van dit hof moet bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid van een betrokken cliënt primair worden uitgegaan van de eigen waarneming van de notaris, aan wie in dat kader beoordelingsruimte toekomt.
Pas bij gerede twijfel aan de wilsbekwaamheid is verder onderzoek aangewezen.
Het is niet aan het hof om te beoordelen of de betrokken cliënt ten tijde van de verrichte rechtshandeling wilsbekwaam was, maar of de notaris daaraan in de gegeven omstandigheden moest twijfelen.
Met de kamer is het hof van oordeel dat de notaris onvoldoende heeft onderbouwd dat hij ten tijde van het passeren van het testament alert is geweest op de wilsbekwaamheid van klaagster en geen aanleiding had om aan deze wilsbekwaamheid te twijfelen.
Het hof neemt hierbij de volgende omstandigheden in aanmerking:
– klaagster, met hoge leeftijd, was kort daarvoor in het ziekenhuis opgenomen met ernstige benauwdheidsklachten;
– klaagster gebruikte medicatie;
– de notaris was door B benaderd, via tussenkomst van zijn kantoorgenoot, de schoonzoon van klaagster;
– de instructies over de gewenste wijzigingen kwamen uitsluitend van B;
– het erfdeel van klager zou door de wijziging van het testament onder bewind komen te staan met benoeming van B tot bewindvoerder;
– de notaris heeft slechts één keer met klaagster gesproken.
De notaris heeft aangevoerd dat hij – op basis van zijn eigen waarneming in het persoonlijk gesprek met klaagster – een nader onderzoek naar de wilsbekwaamheid van klaagster niet nodig achtte.
Het verweer van de notaris is onder de gegeven omstandigheden echter onvoldoende om de conclusie te rechtvaardigen dat er geen nader onderzoek naar de wilsbekwaamheid van klaagster geboden was.
Daarbij is van belang dat niet is gebleken dat de notaris zijn keuze om tot deze afweging te komen in zijn dossier heeft vastgelegd.
Ook heeft hij geen aantekeningen van zijn gesprek met klaagster gemaakt, zo heeft hij ter zitting in hoger beroep bevestigd.
Het hof is van oordeel dat van een zorgvuldig handelend notaris had mogen worden verwacht dat de notaris – ten behoeve van zijn dossiervorming – (de kern van) zijn gesprek met klaagster zou hebben vastgelegd zodat hij had kunnen verantwoorden hoe hij – op basis van slechts één gesprek – tot zijn afweging is kunnen komen.
Daartoe is hij thans niet (voldoende) in staat.
Het hof is daarom van oordeel dat klacht 1 terecht is voorgesteld.
Het aspect van de vrije wilsvorming is, aldus de notaris, in voldoende mate door hem gewaarborgd.
De notaris heeft op 10 februari 2023 uitvoerig met klaagster onder vier ogen gesproken.
Tijdens dit gesprek heeft de notaris zich ervan vergewist dat klaagster de gewenste wijzigingen, conform de instructies van B, ook daadwerkelijk zelf wilde.
Klaagster kon goed in eigen woorden uitleggen waarom zij tot aanpassing van haar testament wilde overgaan.
Vanuit haar perspectief waren deze wijzigingen overigens niet ingrijpend of ongewoon.
De inhoud van de akte bracht materieel geen enkele wijziging van de erfstelling met zich mee.
In zijn gesprek met klaagster heeft de notaris op geen moment twijfel gehad aan haar vrije en onafhankelijke wilsvorming.
B had geen mogelijkheid om klaagster te beïnvloeden; de notaris heeft haar slechts gezien in de aankomsthal van het ziekenhuis.
De overweging van de kamer dat B “zelf ook met klaagster over het testament gesproken” heeft, is onjuist.
B heeft de notaris slechts opgewacht in de hal van het ziekenhuis om aan hem het kamernummer van klaagster door te geven.
Met de kamer is het hof van oordeel dat klacht 2 gegrond is.
Het hof gaat uit van de door de notaris weergegeven gang van zaken in deze brief; zijn stelling in eerste aanleg en in hoger beroep dat hij op 10 februari 2023 niet inhoudelijk met B over de wijziging van het testament van klaagster heeft gesproken, hetgeen hij ter zitting in hoger beroep ook heeft verklaard, komt het hof ongeloofwaardig voor, nu zijn brief met gedetailleerde informatie over de gang van zaken relatief kort na het passeren van het testament is opgesteld.
Hij heeft ter zitting in hoger beroep het verschil tussen deze verklaring en de brief van 21 juni 2023 ook niet van een redelijke uitleg kunnen voorzien.
Op het moment van het passeren van het testament verkeerde klaagster, die op hoge leeftijd was, in een kwetsbare medische conditie waarbij B haar belangenbehartiger was.
Onder deze omstandigheden had de notaris extra alert moeten zijn op de vrije wilsvorming door klaagster, wat hij niet (voldoende) heeft gedaan.
Klager stelt dat de notaris zijn informatieplicht heeft geschonden doordat hij het gesprek over de inhoud van het op te maken testament uitsluitend heeft gevoerd met twee (indirect) belanghebbenden.
De notaris heeft op geen enkele manier rechtstreeks contact gezocht met klaagster.
De notaris brengt naar voren dat de stellingen die zijn aangevoerd ter onderbouwing van dit verwijt niet stroken met de feitelijke gang van zaken.
Klaagster heeft haar instructies aan B, haar algemeen gevolmachtigde, doorgegeven; deze instructies hebben de notaris via A bereikt.
De conceptakte is met een uitvoerige begeleidende brief bij klaagster bezorgd.
In een uitgebreid gesprek onder vier ogen heeft de notaris met klaagster de doorgevoerde wijzigingen besproken.
Klaagster begreep goed wat de gevolgen waren van deze akte.
De notaris heeft daarmee voldaan aan zijn informatieplicht.
Klager heeft kennelijk bedoeld te stellen dat de notaris heeft gehandeld in strijd met de zogeheten Belehrungspflicht.
Het vervullen van deze voorlichtingsplicht behoort volgens vaste rechtspraak tot de essentie van het notariële ambt en dient als een integraal onderdeel van het passeren van de akte te worden beschouwd.
Op grond van artikel 43 lid 1 Wna is een notaris verplicht partijen bij een akte in de gelegenheid te stellen tijdig voor het passeren van de inhoud hiervan kennis te nemen en partijen de zakelijke inhoud van de akte mee te delen en daarop een toelichting te geven voordat hij tot passeren overgaat.
Zo nodig wijst hij daarbij tevens op de gevolgen die voor (een van) partijen uit de inhoud van de akte voortvloeien.
Hierbij mag van de notaris een actieve rol worden verwacht.
Het hof is van oordeel dat de notaris in onvoldoende mate aan deze verplichting heeft voldaan.
Weliswaar heeft de notaris in zijn brief van 9 februari 2023 een uitvoerige toelichting gegeven op het testament, maar deze brief had klaagster, die op hoge leeftijd was, slechts één dag ter beschikking terwijl zij in het ziekenhuis verbleef als gevolg van ernstige benauwdheidsklachten.
Met de kamer is het hof van oordeel dat het laten passeren van de akte in het ziekenhuis, tijdens het eerste en enige gesprek dat de notaris in het ziekenhuis met klaagster had, de notaris niet had mogen faciliteren.
Dit geldt temeer nu uit het dossier blijkt, zo is ter zitting in hoger beroep door de notaris ook erkend, dat er op die dag (10 februari 2023) geen sprake (meer) was van een levensbedreigende medische situatie.
Dat klaagster zelf, aldus de notaris, bij gelegenheid van dit gesprek aandrong om direct tot het passeren van de akte over te gaan ontslaat de notaris niet van zijn eigen verantwoordelijkheid om de totstandkoming van het testament, gegeven de omstandigheden, met meer waarborgen te omkleden.
Ook klacht 3 is gegrond.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat nietig testament over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de rechtsgeldigheid of uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de rechtsgeldigheid van een testament of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, bezoek dan onze website over het testament. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.