Erfrecht. Uitleg van een testament. Quasi-wettelijke verdeling. Afgifte van een legaat. Testamentaire last. Begrip ‘mijn partner’ in testament. Keuzelegaat? Toetsing.
De Rechtbank Den Haag heeft onlangs uitspraak gedaan over de uitleg van een testament.
Partij A en partij B verschillen van mening over de vraag hoe het testament van erflater moet worden uitgelegd.
De rechtbank zal daarom het testament uitleggen.
Erfrecht. Uitleg van een testament. Quasi-wettelijke verdeling. Afgifte van een legaat. Testamentaire last. Begrip ‘mijn partner’ in testament. Keuzelegaat? Toetsing.
De rechter oordeelt als volgt.
In het testament heeft erflater op meerdere plekken verwezen naar “mijn partner”.
Onder ten vierde van het testament heeft hij bepaald dat hij onder zijn partner verstaat partij B.
Tevens heeft hij in dit artikel bepaald dat alle beschikkingen getroffen ten voordele van zijn partner vervallen in het geval – kort gezegd – partij B bij zijn overlijden zijn partner niet meer is.
Tussen partijen is niet in geschil dat partij B ten tijde van het overlijden van erflater de partner van erflater was.
In het testament heeft erflater onder ten zevende een legaat opgenomen inhoudende dat de woning en de inboedel vrij van inbreng en schulden aan zijn partner partij B worden gelegateerd.
Daarnaast is onder ten elfde alle erfgenamen een testamentaire last opgelegd, om de nalatenschap te verdelen als ware er een wettelijke verdeling zoals bedoeld in artikel 4:13 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) op de wijze zoals in het testament is uitgewerkt.
Dit wordt in het testament aangeduid als de “quasi-quasi-wettelijke verdeling”.
Het erfrecht maakt een onderscheid tussen legaten en testamentaire lasten.
Een legaat kent aan een of meer personen een vorderingsrecht toe en komt ten laste van de gezamenlijke erfgenamen (artikel 4:117 BW).
Een legaat moet, wanneer afgifte wordt gevorderd, eerst worden afgegeven.
Wat daarna overblijft, wordt verdeeld onder de erfgenamen met inachtneming van de testamentaire last.
partij B heeft het legaat aanvaard en de woning moet dan ook aan haar worden geleverd.
Omdat de nalatenschap zonder de woning meer schulden dan bezittingen bevat, heeft dit als gevolg dat er niets overblijft voor de erfgenamen.
De rechtbank begrijpt dat dit voor partij A en zijn zussen een vervelende situatie oplevert, waarin zij niets ontvangen uit de erfenis van hun vader.
Het legateren van een woonhuis aan een partner is echter een gangbare juridische constructie, waardoor partij B in de woning kan blijven wonen, zonder dat zij daarvoor eigen financiële middelen moet inbrengen.
Partij A heeft nog gesteld dat het testament zo moet worden uitgelegd dat partij B een keuze heeft: of ze krijgt het legaat en op die wijze de woning en is dan geen erfgenaam, of ze is erfgenaam, dan vindt de wettelijke verdeling plaats en wordt ze uit dien hoofde eigenaar van de woning.
Ze heeft dan geen recht meer op of belang bij het legaat.
Hij verwijst hiervoor onder meer naar de aanhef van de bepalingen ten elfde inzake de quasi-quasi-wettelijke verdeling waar is opgenomen dat die bepalingen gelden als “zijn partner zijn erfgenaam” is.
Partij A stelt dat dit betekent dat als partij B het legaat aanvaardt, zij geen erfgenaam meer is.
Waarom zou anders in het testament zijn opgenomen dat de quasi-quasi-wettelijke verdeling alleen geldt als zijn partner nog zijn erfgenaam is.
De rechtbank volgt partij A hierin niet.
Het testament is duidelijk.
partij B is volgens het testament zijn partner.
Als partij B zijn partner niet meer is, is zij ook geen erfgenaam meer.
Naar die situatie wordt verwezen met de woorden “in geval mijn partner erfgenaam is”.
Het is logisch dat de quasi-quasi-wettelijke verdeling niet hoeft te worden toegepast als partij B niet meer de partner is van erflater, want dan is ze geen erfgenaam en kan de wettelijke verdeling niet worden toegepast.
Het testament bevat verder én het legaat én de testamentaire last. Dit kan naast elkaar bestaan en is ook niet ongebruikelijk.
Ook bij een wettelijke verdeling op basis van boek 4 BW, waarbij de langstlevende echtgeno(o)te op het moment van overlijden van rechtswege eigenaar worden van de goederen van de nalatenschap kan sprake zijn van een legaat, dat dan alleen tegen de langstlevende echtgeno(o)te kan worden uitgeoefend.
De conclusie is dan ook dat partij B het legaat van de woning kan accepteren en dat vervolgens de quasi-quasi wettelijke verdeling kan plaatsvinden waarbij alle – resterende – goederen en vorderingen van de nalatenschap aan partij B worden toegedeeld.
Een en ander zoals ook voorzien in een aan partijen bekende concept notariële akte van notaris uit 2023. In de concept-akte is opgenomen dat partij B na ondertekening van de akte aansprakelijk is voor alle schulden van de nalatenschap en zij zal die dan ook moeten afwikkelen.
De kinderen partij A zijn niet aansprakelijk, omdat zij de nalatenschap beneficiair hebben aanvaard.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat nietig testament over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de rechtsgeldigheid of uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de rechtsgeldigheid van een testament of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, bezoek dan onze website over het testament. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.