Erfrecht. Mag de mantelzorger voordeel genieten uit het testament van erflater? Afhankelijkheidsrelatie. Beroepsmatig verleende zorg? Wet-BIG. BIG-registratie.
De Rechtbank Amsterdam heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of een mantelzorger voordeel mocht genieten uit het testament van de erflater.
Erflater is in 2021 overleden.
Eisers zijn de kinderen.
Erflater heeft in zijn testament bepaald dat eisers zijn erfgenamen zijn en dat hij zijn deel van een perceel in S per legaat aan gedaagde nalaat.
Omdat gedaagde volgens eisers voor erflater heeft gezorgd in verband met de ziekte waaraan hij is overleden, mag zij op grond van de wet geen voordeel hebben van zijn testament.
Het legaat is volgens eisers dus nietig.
De rechtbank oordeelde dat eisers onvoldoende hebben onderbouwd dat gedaagde beroepsmatige zorg verleende aan erflater in die zin dat zij volgens de wet niet van erflater mag erven.
Erfrecht. Mag de mantelzorger voordeel genieten uit het testament van erflater? Afhankelijkheidsrelatie. Beroepsmatig verleende zorg? Wet-BIG. BIG-registratie.
De rechter oordeelt als volgt.
Op basis van het dossier en de toelichting van partijen op de zitting stelt de rechtbank het volgende vast.
Gedaagde kent erflater sinds de jaren ’80 en zag hem door de jaren heen op en af in het kader van zijn meditatieschool.
Vanaf 2014 kwamen gedaagde en erflater bij elkaar op bezoek en ging gedaagde op diens verzoek met erflater mee naar doktersbezoeken.
Erflater kampte onder andere met diabetes en hart- en nierproblemen.
In 2015 hielp gedaagde erflater ook met koken, soms dagelijks, en het wassen van zijn kleding.
In juni 2015 heeft erflater zijn testament op laten maken waarin het legaat aan [gedaagde] is opgenomen.
Op 1 maart 2017 heeft gedaagde één van haar twee banen opgezegd, omdat de zorg voor erflater niet meer te combineren was met beide banen.
Gedaagde heeft een vergoeding uit het PGB-budget van erflater ontvangen.
Ondertussen verergerde erflater zijn gezondheidssituatie, onder andere met dementieklachten.
In 2019 had erflater bijna elke dag zorg nodig en kwam hij nauwelijks uit bed.
Rond maart 2020 heeft de familie van erflater gedaagde verzocht om haar verzorging van erflater te staken en hulpverlenende instanties geïnformeerd dat gedaagde niet langer mantelzorger van erflater was.
Gedaagde verloor haar aanspraak op het PGB-budget.
Niet lang daarna is erflater naar een verzorgingstehuis gegaan en kort daarna verhuisd naar een andere.
Daar heeft hij tot aan zijn overlijden gewoond.
Volgens de islamitische traditie is hij binnen een dag begraven.
Erflater was al begraven toen eiser in Nederland aankwam.
Het verzorgingstehuis heeft eisers geen informatie willen geven over de doodsoorzaak.
In het verzorgingstehuis werd hij verzorgd in verband met diabetes, hart- en nierproblemen en dementie.
De gedachte van de wetgever achter artikel 4:59 lid 1 BW is dat door ziekte getroffen personen beschermd worden tegen beïnvloeding van zorgverleners in een afhankelijke zorgrelatie.
Gedaagde heeft zich erop beroepen dat zij niet BIG-geregistreerd is en daarom niet onder de bepaling valt.
Zij is van beroep doktersassistente en valt daarom niet onder de wet BIG.
Zoals eisers op zich terecht aanvoeren, is het ontbreken van een BIG-registratie onvoldoende reden om deze bepaling niet toe te passen en daarmee erflater niet te beschermen tegen dezelfde afhankelijke zorgrelatie als met een BIG-geregistreerde zorgverlener.
Met andere woorden: ook als iemand zorg verleent terwijl die daarvoor niet bevoegd is, kan een afhankelijkheidsrelatie ontstaan waartegen het wetsartikel bescherming heeft willen bieden.
Als gedaagde zorg heeft verleend die normaal gesproken bijvoorbeeld door een verpleegkundige wordt verleend (waarvoor een BIG-registratie verplicht is), kan zij toch onder het bereik van artikel 4:59 lid 1 BW vallen.
De rechtbank oordeelt dat eisers onvoldoende hebben onderbouwd dat gedaagde ten tijde van het opmaken van het testament in juni 2015 zorg verleende die gelijkgesteld kan worden met de zorg van een BIG-geregistreerde en de bijbehorende afhankelijkheidsrelatie.
De ondersteuning die [gedaagde] erflater vóór juni 2015 bood, waaronder de rechtbank ook het koken en wassen van kleding schaart, was vooral van praktische aard vanuit een vriendschappelijke relatie in de vorm van mantelzorg.
Dat is niet hetzelfde als beroepsmatig verleende zorg waar een BIG-registratie voor vereist is en brengt daarom ook niet de eerder bedoelde afhankelijkheidsrelatie mee.
Eisers hebben aangevoerd dat gedaagde insuline bij erflater inspoot en ook andere medicatie toediende.
Gedaagde heeft juist gezegd dat zij hem daarmee niet hielp, dat hij dat zelf deed net als aankleden en zijn lichamelijke verzorging.
Omdat eisers hun stelling op dit punt verder niet hebben onderbouwd gaat de rechtbank daaraan voorbij.
Daar komt bij dat eisers niet hebben gesteld dat het toedienen van insuline of andere medicatie door een BIG-geregistreerde moest plaatsvinden.
Ook als gedaagde dus wel zou hebben geholpen met het spuiten van insuline, voldoet die bijstand niet aan de in artikel 4:59 lid 1 BW bedoelde zorgverlening.
De stelling van eisers dat gedaagde volledige controle over alles had, draagt niet bij aan de stelling dat zij erflater beroepsmatige zorg verleende.
Dat gedaagde later in 2017 PGB-budget is gaan ontvangen, zegt op zichzelf niets over de soort zorg waarvoor zij het PGB-budget ontving (bijvoorbeeld huishoudelijke hulp), laat staan over de zorg die gedaagde ten tijde van het opmaken van het testament in juni 2015 verleende.
Daar komt bij dat erflater gedurende de coronapandemie is overleden en eisers niet weten waaraan hij is overleden.
De rechtbank kan dus ook niet vaststellen of dit een ziekte is geweest waarvoor gedaagde erflater heeft verzorgd voorafgaand aan het testament in 2015.
Ook als de rechtbank ervan uitgaat dat erflater is overleden aan één van de aandoeningen waarmee hij in 2015 al bekend was, kan de rechtbank niet vaststellen dat de mantelzorg die gedaagde hem bood daarmee een direct verband hield.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat nietig testament over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de rechtsgeldigheid of uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de rechtsgeldigheid van een testament of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, bezoek dan onze website over het testament. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.