Afleggen van rekening en verantwoording over het beheer van het vermogen van een wilsonbekwame.

Van onze advocaat nietig testament. Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft op 7 mei 2019 uitspraak gedaan over het afleggen van rekening en verantwoording over het beheer over het vermogen van een wilsonbekwame.

Bij genoemd tussenarrest zijn geïntimeerden, overeenkomstig hun verzoek, in de gelegenheid gesteld om rekening en verantwoording af te leggen over hun handelingen gebaseerd op de volmacht van 8 februari 2010 en verricht vanaf 5 juni 2010.

Het hof heeft daaraan toegevoegd dat geïntimeerden c.s. de verantwoording dienden te voorzien van bewijsstukken.

Bij memorie na tussenarrest hebben geïntimeerden c.s. aangegeven dat aan hen een zeer vergaande volmacht is verstrekt en dat zij, voor zover dat in alle redelijkheid mogelijk is, bewijsstukken van de verschillende posten in het geding zullen brengen.

Vervolgens hebben zij aan de hand van de samenvatting van de vorderingen die het hof in het eerste tussenarrest heeft weergegeven, stellingen betrokken.

Bij antwoordmemorie na tussenarrest hebben appellanten c.s. voorop gesteld dat de volmacht ziet op beheren en niet op beschikken. Zij hebben gesteld dat geïntimeerden c.s. geen enkel bewijsstuk hebben overgelegd en hebben geconcludeerd dat geen rekening en verantwoording is afgelegd.

Vervolgens hebben appellanten c.s. per onderdeel van de vordering gereageerd op hetgeen door geïntimeerden c.s. is gesteld.

Afleggen van rekening en verantwoording over het beheer van het vermogen van een wilsonbekwame.

De rechter oordeelt als volgt.

Het hof stelt bij de beoordeling voorop dat het hier gaat om een volmacht die erflaatster/wilsonbekwame op 8 februari 2010 ten overstaan van een notaris aan geïntimeerden c.s. heeft verstrekt.

Als gevolg van deze volmacht waren geïntimeerden c.s. gemachtigd om al datgene te doen wat zij in het kader van goed beheer raadzaam achtten in het belang van de volmachtgever.

Zij waren niet bevoegd om daden van beschikking te verrichten, om schenkingen aan zichzelf te doen en om rechtshandelingen met zichzelf aan te gaan.

Volgens vaste rechtspraak kan een verplichting tot het doen van rekening en verantwoording worden aangenomen indien tussen partijen een rechtsverhouding bestaat of heeft bestaan krachtens welke de een jegens de ander (de rechthebbende) verplicht is om zich omtrent de behoorlijkheid van enig vermogensrechtelijk beleid te verantwoorden.

Een zodanige verhouding kan voortvloeien uit de wet, een rechtshandeling of ongeschreven recht (vgl. onder meer HR 2 december 1994, HR:1994:ZC1561, NJ 1995/548 en HR 8 december 1995, HR:1995:ZC1911, NJ 1996/274).

Aan het oordeel dat op grond van ongeschreven recht een verplichting bestaat om zich te verantwoorden over de behoorlijkheid van het over het vermogen van een ander gevoerd beheer, kan bijdragen dat sprake is van een rechtsverhouding die verwantschap vertoont met een of meer in de wet geregelde gevallen waarin een dergelijke verplichting is neergelegd, zoals gemeenschap, opdracht of zaakwaarneming. Voor het overige is het antwoord op de vraag of een zodanige verantwoording geboden is, sterk afhankelijk van de omstandigheden van het geval.

Omstandigheden die in dit verband een rol kunnen spelen zijn onder meer: (i) de redenen waarom het beheer is gevoerd, (ii) de verhouding die bestond tussen degene die het beheer voerde en de rechthebbende, (iii) hetgeen in de relatie tussen partijen of in soortgelijke gevallen gebruikelijk is of was, (iv) de mate waarin degene die het beheer voerde, zelfstandig kon en mocht handelen, en (v) de mate waarin de rechthebbende in staat is geweest de handelingen van degene die het beheer voerde te overzien en voor zijn belangen op te komen. (HR:2014:1089)

Ten aanzien van de verplichting van geïntimeerden c.s. om zich te verantwoorden over de behoorlijkheid van het over het vermogen van erflaatster/wilsonbekwame gevoerde beheer, zijn met name de volgende omstandigheden van doorslaggevend belang.

Erflaatster/wilsonbekwame was ten tijde van het verstrekken van de volmacht 93 jaar oud.

Geïntimeerden c.s. stellen over de redenen waarom erflaatster/wilsonbekwame destijds aan hen heeft gevraagd om het beheer te voeren, dat het niet zo was dat erflaatster/wilsonbekwame niet meer in staat was haar eigen zaakjes te regelen maar uit voorzorg en vooral ook omdat zij niet tevreden was over de diensten die met name de zoon van appellanten c.s. verrichtte.

Erflaatster/wilsonbekwame had geen familie en geen kinderen. De heer N deed voor erflaatster/wilsonbekwame het tuinonderhoud en andere klusjes. Mevrouw K en mevrouw L verrichtten verzorgende en huishoudelijke werkzaamheden voor erflaatster/wilsonbekwame.

Erflaatster/wilsonbekwame beschikte over een aanzienlijk vermogen, dat na verkoop van het onroerend goed in augustus 2011, een bedrag van meer dan € 383.000,– omvatte.

Tussen partijen staat voorts vast dat erflaatster/wilsonbekwame vier maanden na het verstrekken van de volmacht wilsonbekwaam was.

Zij heeft na haar ziekenhuisopname op 5 juni 2010 (als gevolg van een herseninfarct in de rechter hersenhelft) nog slechts even thuis gewoond waarna zij in een verpleegtehuis is opgenomen.

Uit het deskundigenrapport blijkt dat erflaatster/wilsonbekwame voorafgaande aan de ziekenhuisopname uitgebreide thuiszorg had.

Vast staat dat erflaatster/wilsonbekwame in ieder geval vanaf 5 juni 2010 niet in staat was de handelingen van degene die het beheer voerde, te overzien en voor haar belangen op te komen. Hieruit volgt dat de verantwoording die moet worden afgelegd, de periode vanaf 5 juni 2010 betreft.

Appellanten c.s. vorderen dat geïntimeerden c.s. een bedrag van tenminste € 197.794,53 terugstorten op de boedelrekening, te vermeerderen met de wettelijke rente.

Dit bedrag ziet hoofdzakelijk op contant geld dat geïntimeerden c.s. na 5 juni 2010 van de rekeningen van erflaatster/wilsonbekwame hebben opgenomen en op overboekingen van bedragen naar hun eigen rekeningen.

Onder de hiervoor aangegeven omstandigheden mag van geïntimeerden c.s. worden verwacht dat zij de verantwoording voor wat betreft de behoorlijkheid van het door hun gevoerde beheer over deze gelden van voldoende bewijsmiddelen voorzien.

Het hof concludeert dat van het opgenomen bedrag ter hoogte van, in totaal, € 216.794,53 (de vordering van € 197.794,53 minus € 1.000,- (rekenfout) plus € 20.000 schenking appellanten c.s.) geïntimeerden c.s. een bedrag van € 30.800,- (€ 20.000,- schenking appellanten c.s. plus € 5.000,- tuinonderhoud c.a. plus € 5.800,- koperdiefstal) kunnen verantwoorden.

Zij dienen dan ook een bedrag van € 185.994,53 te vermeerderen met de wettelijke rente op de boedelrekening te voldoen. Tegen de ingangsdatum van de wettelijke rente is geen gericht verweer gevoerd. De vordering onder a. kan voor voormeld deel worden toegewezen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag over de vereffening en verdeling van een erfenis, over de rechtsgeldigheid van een testament, over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, over de wilsbekwaamheid van de erflater of over het afleggen van rekening en verantwoording in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.