Erfrecht. Klacht tegen notaris. Beoordeling wilsbekwaamheid. Beoordeling vrije wilsvorming. Stappenplan beoordeling wilsbekwaamheid. Indicatoren. Toetsing.
Het Gerechtshof Amsterdam heeft onlangs uitspraak gedaan over een klacht tegen notaris vanwege diens beoordeling van de wilsbekwaamheid van een erflaatster.
De notaris heeft het (gewijzigde) testament van de moeder van klaagsters (hierna: erflaatster) gepasseerd.
Klaagsters verwijten de notaris dat hij zijn zorgplicht heeft geschonden omdat hij onvoldoende zorgvuldigheid heeft betracht bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid van erflaatster.
De notaris heeft daarnaast onvoldoende gewaakt voor een vrije wilsvorming van erflaatster.
De kamer heeft de klacht gegrond verklaard en aan de notaris de maatregel van berisping opgelegd.
Het hof bevestigt deze beslissing.
Erfrecht. Klacht tegen notaris. Beoordeling wilsbekwaamheid. Beoordeling vrije wilsvorming. Stappenplan beoordeling wilsbekwaamheid. Indicatoren. Toetsing.
De rechter oordeelt als volgt.
Klaagsters hebben ter ondersteuning van hun klacht in eerste aanleg de volgende argumenten naar voren gebracht waarom de notaris het Stappenplan beoordeling wilsbekwaamheid (hierna: het Stappenplan) had moeten volgen:
– het vermogen van erflaatster was onder bewind gesteld;
– erflaatster was op hoge leeftijd (88 jaar);
– haar administratie was niet in eigen beheer;
– erflaatster woonde feitelijk niet meer zelfstandig, want A stond per 1 februari 2023 op hetzelfde adres ingeschreven;
– de inhoud van het nieuwe testament week ingrijpend af van het eerdere testament uit 1982. In het nieuwe testament werden twee van de drie dochters onterfd, waarbij er een legaat werd opgenomen ter grootte van hun legitieme portie.
Voor een leek is dit complexe materie.
Daarbij komt dat erflaatster, afgezien van haar geestelijke gesteldheid, de Duitse nationaliteit had, zodat een dergelijke bepaling in het testament en de begrippen legitimaris en legataris voor haar lastig te begrijpen waren.
Daarnaast is onvoldoende gebleken of en zo ja, welke controlevragen de notaris aan erflaatster heeft gesteld om haar wilsbekwaamheid te beoordelen.
De notaris heeft evenmin onderbouwd kunnen toelichten op welke wijze hij, in het licht van de beschikking van de kantonrechter, rekening heeft gehouden met de mogelijkheid dat erflaatster haar wilsonbekwaamheid zou kunnen maskeren.
De notaris heeft zijn oordeel over de wilsbekwaamheid van erflaatster mede gebaseerd op een in opdracht van A en erflaatster afgegeven (partijdige) medische verklaring; de notaris heeft de desbetreffende arts echter nooit gesproken.
Deze verklaring, die in algemene bewoordingen is gesteld, zegt ook niets over de voorgenomen rechtshandeling.
De notaris heeft, aldus klaagsters, onvoldoende oog gehad voor de kwetsbare positie van erflaatster en daarmee in zijn handelen geen rekening gehouden.
De notaris brengt naar voren dat bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid van een cliënt primair moet worden uitgegaan van de eigen waarneming van de notaris.
Juist omdat de notaris op de hoogte was van a) de hoge leeftijd van erflaatster, b) de verstrekkende gevolgen van de voorgenomen testamentswijziging en c) de inhoud van de beschikking(en) waarbij het vermogen van erflaatster onder bewind was gesteld, heeft de notaris eerst een informeel gesprek met erflaatster gevoerd om haar wilsbekwaamheid te kunnen beoordelen.
Over de gang van zaken tijdens dit gesprek heeft de notaris, conform zijn uitleg in de genoemde brief, ter zitting in hoger beroep uitgebreid verklaard.
De notaris heeft als extra waarborg een kandidaat-notaris van zijn kantoor verzocht bij deze gesprekken aanwezig te zijn.
De notaris had evenals zijn collega geen enkele reden om te twijfelen aan de wilsbekwaamheid van erflaatster zodat, aldus de notaris, een nader onderzoek niet geboden was.
In hoger beroep voert de notaris aan dat de kamer zich ten onrechte heeft laten leiden door de inhoud van de beschikking van de kantonrechter tot onderbewindstelling.
Hierbij heeft de kamer miskend dat het hof de onderbewindstelling van erflaatster niet zonder meer in stand wilde laten.
Het hof had daarom een oordeel van een onafhankelijk deskundige gevraagd.
Het lijkt erop, aldus de notaris, dat de notaris is afgerekend op de beschikking van de kantonrechter tot onderbewindstelling, terwijl hij juist een eigen verantwoordelijkheid draagt om hierover een gedegen oordeel te vormen.
Deze eigen verantwoordelijkheid heeft de notaris ook genomen.
De notaris benadrukt dat een onderbewindstelling enkel betrekking heeft op de financiële belangen van de betrokkene; daarmee is de wilsonbekwaamheid niet gegeven.
De notaris voert verder aan dat de kamer ten onrechte heeft geconcludeerd dat de dossiervorming gebrekkig was. Van de bespreking op 26 januari 2023 en de passeersessie op 23 februari 2023 zijn gespreksaantekeningen en verslagen gemaakt.
Vanwege zijn geheimhoudingsplicht voelt de notaris zich echter niet vrij om deze stukken aan het beroepschrift te hechten.
Uit deze gespreksaantekeningen blijkt in ieder geval dat erflaatster, buiten de aanwezigheid van A, tegenover de notaris en zijn collega op heldere en adequate wijze heeft kunnen toelichten wat zij in haar testament wilde opnemen en welke redenen zij hiertoe had en dat er nadrukkelijk is gesproken over het bewind.
De notaris benadrukt verder dat hij aan erflaatster vanuit verschillende invalshoeken vragen heeft gesteld om te kunnen beoordelen of zij consistent was in haar antwoorden.
De notaris en zijn collega hebben beiden onafhankelijk van elkaar vastgesteld dat de verklaringen van erflaatster op de dag van het passeren (23 februari 2023) nog steeds consistent waren ten opzichte van haar verhaal ruim een maand eerder (op 26 januari 2023, de dag van de bespreking).
De kamer is ten slotte volgens de notaris ten onrechte en ongemotiveerd voorbij gegaan aan zijn aanbod om zijn dossier ter beschikking te stellen.
De notaris herhaalt in hoger beroep nadrukkelijk dit aanbod.
Het hof oordeelt als volgt.
Volgens vaste jurisprudentie van dit hof moet bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid van een betrokken cliënt primair worden uitgegaan van de eigen waarneming van de notaris, aan wie in dat kader beoordelingsruimte toekomt.
Pas bij gerede twijfel aan de wilsbekwaamheid is verder onderzoek aangewezen.
De kamer stelt terecht voorop dat het in deze procedure niet gaat om de vraag of erflaatster ten tijde van het passeren van het testament van 23 februari 2023 wilsbekwaam was maar of de notaris daaraan in de gegeven omstandigheden moest twijfelen.
Het hof neemt bij de beoordeling van die vraag de volgende omstandigheden in aanmerking:
– erflaatster had de hoge leeftijd van 88 jaar;
– erflaatster woonde niet meer zelfstandig;
– de notaris had ten tijde van het bespreken van het testament kennisgenomen van de beschikking tot onderbewindstelling van het vermogen van erflaatster.
In deze beschikking is te lezen dat zowel erflaatster als A ter zitting aantoonbaar onjuiste informatie hadden verstrekt over de financiën van erflaatster waardoor het voor de kantonrechter voldoende aannemelijk was dat erflaatster niet langer in staat was om in ieder geval haar financiële belangen behoorlijk waar te nemen.
Ook verwees de kantonrechter in dezelfde beschikking naar twee medische verklaringen (gedateerd 14 oktober 2022 en 21 november 2022) waarin door een specialist ouderengeneeskunde en een klinisch geriater achtereenvolgens is verklaard dat “er met name in het executief functioneren bij rechthebbende problemen gezien werden, waardoor het zelfstandig uitvoeren van onder andere de financiële administratie niet goed mogelijk is” en “beeld passend bij dementiesyndroom, er is onvoldoende ziektebesef en ziekte-inzicht. Rechthebbende heeft hulp nodig bij het huishouden, zelfzorg en financiën.”
– het testament van erflaatster zou ingrijpend gewijzigd worden.
Gelet op de voornoemde omstandigheden, in onderlinge samenhang beschouwd, is het hof met de kamer van oordeel dat de notaris niet in voldoende mate aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid van erflater de vereiste zorgvuldigheid in acht heeft genomen.
De hiervoor opgesomde omstandigheden vergden extra oplettendheid van de notaris.
De notaris heeft betoogd dat hij aan erflaatster vanuit verschillende invalshoeken vragen heeft gesteld om te kunnen beoordelen of zij consistent verklaarde en een extra waarborg had ingebouwd door ook zijn collega bij zijn gesprek met erflaatster te betrekken.
Dat was in dit geval naar het oordeel van het hof niet voldoende.
Gelet op de informatie over erflaatster die volgde uit de beschikking van de kantonrechter – erflaatster ontkende grote transacties die wel hadden plaatsgevonden waarbij er volgens de medische verklaringen sprake was van een beeld passend bij dementiesyndroom met onvoldoende ziektebesef en ziekte-inzicht – had de notaris niet uitsluitend op die eigen waarneming en die van zijn collega mogen vertrouwen.
Het had op de weg van de notaris had gelegen om in deze kwestie een arts te raadplegen met de vraag of zijn cliënte in staat was om deze specifieke rechtshandeling te overzien.
Het hof betrekt daarbij ook dat uit het dossier niet is gebleken dat er aan de kant van erflaatster medische redenen waren om het testament met spoed te passeren en er dus voldoende tijd was om het Stappenplan in zijn geheel te volgen.
Dat de notaris dit niet heeft gedaan kan hem worden verweten.
Op grond van de voorgaande overwegingen passeert het hof het aanbod van de notaris om het dossier ter beschikking te stellen aan het hof.
Het hof twijfelt niet aan de gang van zaken zoals door de notaris beschreven ter terechtzitting en in het dossier, maar is desondanks van oordeel dat de notaris meer onderzoek had moeten doen.
De klacht is daarom gegrond.
Klaagsters brengen naar voren dat de notaris evenmin voldoende heeft gewaarborgd dat erflaatster haar wil op onafhankelijke wijze heeft kunnen overbrengen.
Erflaatster werd bijgestaan door A die in het nieuwe testament ten koste van haar twee jongere zussen tot enig erfgenaam werd benoemd.
Bij aanvang van het eerste gesprek tussen de notaris en erflaatster waarbij de familieverhoudingen en de onderbewindstelling werden besproken was A aanwezig.
De notaris had bovendien uit de beschikking inzake de onderbewindstelling kunnen opmaken dat er zorgen waren over eventueel financieel misbruik van erflaatster door A.
Het aspect van de vrije wilsvorming is, aldus de notaris, in voldoende mate door hem gewaarborgd.
A was slechts kort bij de eerste bespreking aanwezig; op het moment dat de exacte wensen van erflaatster werden besproken heeft de notaris A verzocht om de kamer te verlaten.
Het passeren van het testament – wederom in het bijzijn van zijn kandidaat-notaris – heeft ook buiten de aanwezigheid van A plaatsgevonden.
Beide besprekingen hebben plaatsgevonden onder vier ogen (in feite onder zes ogen, want de kandidaat-notaris was ook aanwezig).
Erflaatster heeft beide keren op heldere wijze kunnen toelichten wat haar oogmerk en de (hoofd)redenen waren voor het wijzigen van haar testament.
Met de kamer is het hof van oordeel dat ook dit klachtonderdeel gegrond is.
De kamer heeft, kort samengevat, als volgt geoordeeld.
Het behoort tot de kernverantwoordelijkheid van de notaris om te waken voor een vrije en onafhankelijke wilsvorming van een testateur.
Een notaris dient al het nodige te doen om zich ervan te vergewissen dat de wil van de betrokkene niet op ongewenste wijze is beïnvloed door een derde.
De notaris heeft de vrijheid om te bepalen op welke wijze hij uitvoering geeft aan deze verantwoordelijkheid.
Gelet op de feit dat a) A de afspraak bij de notaris heeft gemaakt, b) zij aan de notaris een partijverklaring ten aanzien van de wilsbekwaamheid van erflaatster heeft overgelegd, c) zij bij klaagster inwoonde en d) uit de beschikking van de kantonrechter bleek dat zij grote bedragen van erflaatster ontvangen had, is het hof, met de kamer, van oordeel dat de vrije wilsvorming van erflaatster door de notaris onvoldoende is gewaarborgd.
Dit geldt temeer nu de voorgenomen testamentswijziging in eerste instantie in het bijzijn van A – de begunstigde van het testament – is besproken.
Dat de notaris, naar hij heeft verklaard, de overtuiging had dat erflaatster niets voor hem achterhield maakt dit niet anders.
Uit het voorgaande volgt dat beide klachtonderdelen gegrond zijn.
De notaris heeft onvoldoende oog gehad voor de kwetsbare positie van erflaatster en hij heeft daarmee onvoldoende rekening gehouden in zijn handelen.
Door vrijwel uitsluitend af te gaan op de informatie van A (de begunstigde van het testament) en erflaatster zelf heeft hij zich onvoldoende kritisch opgesteld ten opzichte van de diensten die van hem werden verlangd en zijn verantwoordelijkheid daarvoor.
Dat erflaatster mogelijk goed in staat was eventuele gebreken in haar wilsbekwaamheid te maskeren ontslaat de notaris niet van zijn verplichtingen om op zorgvuldige wijze invulling te geven aan zijn eigen onafhankelijke rol.
Het hof acht, evenals de kamer, de maatregel van berisping in dit geval passend en geboden.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat nietig testament over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de rechtsgeldigheid of uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de rechtsgeldigheid van een testament of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, bezoek dan onze website over het testament. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.