Erfrecht. Testament. Erfopvolging. Bewijs. Voorlopig getuigenverhoor. Voldoende belang? Misbruik van bevoegdheid. Strijd met goede procesorde.

De Rechtbank Limburg heeft op 28 juli 2021 uitspraak gedaan over de vraag of er voldoende belang bestond voor een voorlopig getuigenverhoor ter vaststelling van erfgenaamschap.

Het verzoekschrift strekt ertoe dat de rechtbank een voorlopig getuigenverhoor zal bevelen en dat in ieder geval verzoeksters als getuigen zullen worden gehoord.

Verzoeksters stellen – kort samengevat – dat het de bedoeling van erflater was om verzoekster als enig erfgenaam aan te wijzen en het appartement aan overige verzoekster te laten toekomen.

Erflater is echter voor het formaliseren van de benodigde documenten overleden.

Nu verweerders en belanghebbende de aanspraken van verzoeksters ontkennen, wensen verzoeksters met het voorlopig getuigenverhoor de waarheid boven tafel te krijgen.

Verweerders verzetten zich tegen inwilliging van het verzoek.

Zij betwisten de aanspraken van verzoeksters en voeren daarvoor – kort samengevat – aan dat het verzoek moet worden afgewezen omdat sprake is van misbruik van recht, het verzoek in strijd is met de goede procesorde en verzoeksters geen procesbelang hebben.

Verweerders vragen het verzoek af te wijzen en verzoeksters te veroordelen in de proceskosten.

Erfrecht. Testament. Erfopvolging. Bewijs. Voorlopig getuigenverhoor. Voldoende belang? Misbruik van bevoegdheid. Strijd met goede procesorde.

De rechter oordeelt als volgt.

De rechtbank stelt voorop dat een voorlopig getuigenverhoor er met name toe strekt om verzoeksters de gelegenheid te bieden opheldering te verkrijgen omtrent de voor het geding van belang zijnde feiten, zulks teneinde hen in staat te stellen hun positie beter te beoordelen.

De rechter dient een voorlopig getuigenverhoor in beginsel te gelasten, mits het verzoek ter zake dienend en voldoende concreet is en feiten betreft die met het voorlopig getuigenverhoor bewezen kunnen worden (artikel 187 lid 3 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).

Een verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor kan, ook als het overigens aan de daaraan te stellen eisen voldoet, niettemin worden afgewezen op de grond dat van de bevoegdheid tot het bezigen van dit middel misbruik wordt gemaakt.

Afwijzing is eveneens mogelijk indien het verzoek strijdig is met een goede procesorde, dan wel moet afstuiten op een ander, door de rechter zwaarwichtig geoordeeld bezwaar.

Voorts is ook de in artikel 3:303 Burgerlijk Wetboek (BW) neergelegde regel, dat zonder belang niemand een rechtsvordering toekomt, op het verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor van toepassing.

Dit laatste brengt mee dat het verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor behoort te worden afgewezen als verzoeksters daarbij onvoldoende belang hebben.

Hoewel het verzoek ter zake dienend en voldoende concreet is en feiten betreft die met een voorlopig getuigenverhoor bewezen kunnen worden, is de rechtbank van oordeel dat het verzoek moet worden afgewezen op grond van de weigeringsgrond onvoldoende belang (artikel 3:303 BW).

Tevens is sprake van misbruik van bevoegdheid op grond van het doelcriterium en het evenredigheidscriterium (artikel 3:13 lid 2 BW).

Tot slot is het verzoek in strijd met de goede procesorde.

De volgende overwegingen hebben aanleiding gegeven tot dit oordeel.

Verweerders hebben betoogd dat sprake is van een kansloze vordering, zodat verzoeksters onvoldoende belang bij hun verzoek tot voorlopig getuigenverhoor hebben.

Ter onderbouwing hebben zij aangevoerd dat de wet niet de mogelijkheid biedt om, zonder testament, op grond van enkel getuigenverklaringen erfgenamen te benoemen.

De wet kent namelijk een gesloten systeem van uiterste wilsbeschikkingen.

Een erflater kan alleen bij testament erfgenamen benoemen en op deze wijze over zijn/haar nalatenschap beschikken.

Ook is het mogelijk om door middel van een verblijvingsbeding in een samenlevingscontract of huwelijkse voorwaarden rechten te scheppen ten aanzien van gezamenlijk goederen.

Indien er geen testament en geen samenlevingscontract of verblijvingsbeding is, zoals in het geval van verzoeksters, geldt het wettelijk versterfrecht op grond waarvan verzoeksters geen erfgenamen zijn.

Een testament moet conform artikel 4:94 BW worden opgemaakt bij notariële akte en worden ingeschreven in het Centraal Testamentregister.

Een eventuele mondelinge overeenkomst met erflater is op grond van artikel 4:4 BW nietig.

Verzoeksters wensen in een (eventuele) bodemprocedure een verklaring voor recht te vorderen dat verzoekster overeenkomstig de wens van de erflater als enig erfgenaam heeft te gelden en als vereffenaar op grond van de wet bevoegd is de nalatenschap van erflater te beheren en daarover te beschikken.

Daarnaast wensen zij een verklaring voor recht te vorderen dat overige verzoekster het appartement krijgt toebedeeld.

Verzoeksters zijn van mening dat geen sprake is van een kansloze vordering omdat erflater en verzoekster bij de notaris zijn geweest om een en ander in een testament en samenlevingscontract vast te leggen.

Verzoeksters denken dat er meer aantekeningen zijn, ook in het dossier bij de notaris, en dat er meer is waaruit blijkt dat erflater had gewild dat verzoekster enig erfgenaam zou worden.

Zij hebben een sterk vermoeden dat er een brief is van erflater waarin staat dat verzoekster enig erfgenaam zou worden en dat de overige verzoekster in de woning zou blijven wonen.

De rechtbank stelt voorop dat hoewel volgens de Hoge Raad de toewijsbaarheid van de vordering in de hoofdzaak niet ter toetsing voorligt bij de beoordeling van een verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor, dit niet betekent dat de rechtbank de haalbaarheid van de vordering in de hoofdzaak geheel niet mag meenemen in haar beoordeling van het verzoek.

Bij het onderzoek naar de toepasselijkheid van een afwijzingsgrond mag de rechtbank ook meewegen hoe zwak de vordering in de hoofdzaak is.

Als bij oppervlakkige beoordeling de vordering in de hoofdzaak als kansloos wordt ingeschat, bestaat onvoldoende belang bij het voorlopig getuigenverhoor.

Als de vordering in de hoofdzaak geen kans van slagen heeft, is het verzamelen van getuigenbewijs voor die hoofdzaak in een voorlopig getuigenverhoor zinloos.

Met verweerders is de rechtbank van oordeel dat bij een oppervlakkige beoordeling van de vorderingen in de hoofdzaak kan worden aangenomen dat de vorderingen in de hoofdzaak hoogstwaarschijnlijk zullen worden afgewezen, zodat het voorliggende verzoek tot voorlopig getuigenverhoor om die reden ook moet worden afgewezen.

De rechtbank licht dat hieronder nader toe.

Erfopvolging kan slechts op twee manieren plaatsvinden: erfopvolging bij versterf (ofwel: het wettelijk stelsel van erfopvolging) of erfopvolging krachtens uiterste wilsbeschikking.

Het wettelijk stelsel van erfopvolging kan alleen (deels) opzij gezet worden door een uiterste wilsbeschikking (artikel 4:1 BW).

Zie in gelijke zin Gerechtshof Den Haag in zijn uitspraak van 6 augustus 2019 (GHDHA:2019:2800).

Ingevolge artikel 4:94 BW kan een uiterste wil, behoudens de in de wet aangegeven noodgevallen, alleen worden opgemaakt bij een notariële akte of bij een aan een notaris in bewaring gegeven onderhandse akte.

Van de akte van de uiterste wil dient zo spoedig mogelijk kennis te worden gegeven aan het Centraal Testamentenregister (artikel 4:106 lid 1 BW).

In de verklaring van erfrecht staat onder het kopje “3. uiterste wil” vermeld dat erflater volgens opgave door het Centraal Testamentenregister geen testament heeft opgemaakt en dat de notaris van het bestaan van een codicil niet is gebleken.

Dat betekent dat er geen uiterste wil (testament) van erflater is zodat volgens de hiervoor geldende, strakke, regel van artikel 4:1 BW sprake is van erfopvolging bij versterf.

Gelet daarop ligt het op de weg van verzoeksters om te beargumenteren waarom hun poging om af te wijken van dit geldende recht niet kansloos -“tot mislukken gedoemd”- is.

Deze twee factoren (de sterkte van het recht enerzijds en de onderbouwing van de verzoeksters anderzijds) werken als communicerende vaten: hoe duidelijker het geldende recht, hoe sterker het betoog dat daartegen ingaat zal moeten zijn.

In dit geval is sprake van een zeer strakke, limitatieve, regeling voor de wijze van erfopvolging en in het licht daarvan is het enkele betoog van verzoeksters dat erflater en verzoekster bezig waren om bij de notaris zowel een testament als een samenlevingsovereenkomst te laten opstellen en dat dit heeft geresulteerd in een concept testament waarin erflater het appartement aan verzoekster heeft gelegateerd, onvoldoende voor het oordeel dat hun poging om van het geldende recht af te wijken niet kansloos is.

Ook het – niet nader geconcretiseerde- vermoeden van verzoeksters dat er méér is, in de vorm van aantekeningen in een dossier bij de notaris dan wel een brief van erflater waarin staat dat verzoekster enig erfgenaam zou worden en dat overige verzoekster in de woning mocht blijven wonen, is daartoe onvoldoende.

Hetzelfde geldt voor de verwijzing naar de concept samenlevingsovereenkomst, temeer nu daarin is opgenomen dat een verblijvingsbeding niet is overeengekomen.

Misbruik van bevoegdheid

De rechtbank is verder van oordeel dat in dit geval sprake is van misbruik van bevoegdheid op grond van het doelcriterium en op grond van het evenredigheidscriterium en heeft daartoe het volgende overwogen.

De rechtbank stelt voorop dat het doel van het voorlopig getuigenverhoor erop is gericht dat verzoeksters duidelijkheid kunnen en wensen te verkrijgen omtrent de feiten teneinde hun proceskansen in een eventueel aanhangig te maken hoofdzaak beter te kunnen inschatten of de grondslag van de vordering in de hoofdzaak te kunnen bepalen.

Het verzoek strekt ertoe dat verzoeksters zichzelf als getuigen laten horen.

Ter mondeling behandeling hebben zij aangegeven dat zij weten wat zij zullen gaan verklaren, maar dat zij desalniettemin een voorlopig getuigenverhoor wensen, nu volgens verzoeksters door de rechter in de bodemzaak een grotere waarde aan hun verklaring zal worden toegedicht als deze onder ede ten overstaan van een rechter tot stand is gekomen dan wanneer deze eenzijdig, schriftelijk, tot stand is gekomen.

Nu verzoeksters op voorhand weten wat zij zelf zullen willen en kunnen verklaren, zijn zij al in staat hun proceskansen in de betreffende hoofdzaak of de grondslag van de vordering in de hoofdzaak te kunnen bepalen.

Bij die stand van zaken dient het middel van voorlopig getuigenverhoor haar doel niet (langer).

Daarbij komt dat, in het licht van het voorgaande, sprake is van een onevenredige verhouding tussen de over en weer betrokken belangen te weten het belang van verzoeksters bij een onder ede afgelegde verklaring en het belang van verweerders om niet nodeloos te hoeven procederen.

Dat betekent dat verzoeksters in redelijkheid niet tot het uitoefenen van de hen toekomende bevoegdheid -het voorlopig getuigenverhoor – kunnen worden toegelaten.

De slotsom is dat het verzoek dus ook wegens misbruik van bevoegdheid op grond van het evenredigheidscriterium zal worden afgewezen.

Strijd met de goede procesorde

Uit hetgeen dat hiervoor is overwogen volgt tot slot nog dat het houden van een getuigenverhoor onmiskenbaar inefficiënt is en daarom ook vanwege strijd met de goede procesorde moet worden geweigerd.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat nietig testament over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de rechtsgeldigheid of uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de rechtsgeldigheid van een testament of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, bezoek dan onze website over het testament. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.