Erfrecht. Testament. Nietigheid of vernietigbaarheid van het testament? Wilsonbekwaamheid en wilsgebreken. Geriater. Bedrog of bedreiging. Bewijs.

De Rechtbank Limburg heeft op 26 april 2023 uitspraak gedaan over de vraag of een testament nietig was wegens wilsonbekwaamheid van de erflater of vernietigbaar was wegens een wilsgebrek.

Eiseres en gedaagde zijn zus en broer.

Hun vader is in 2021 overleden.

Eiseres vordert dat de rechtbank voor recht verklaart dat het testament dat vader heeft laten opstellen nietig is en subsidiair dat de rechtbank het testament dat de vader heeft laten opstellen vernietigt.

Erfrecht. Testament. Nietigheid of vernietigbaarheid van het testament? Wilsonbekwaamheid en wilsgebreken. Deskundige. Geriater. Bedrog of bedreiging. Bewijs.

De rechter oordeelt als volgt.

Eiseres heeft zich primair op het standpunt gesteld dat het testament nietig is, omdat de vader ten tijde van het opmaken van het testament wilsonbekwaam was omdat zijn geestvermogens blijvend of tijdelijk waren gestoord.

Voor de beoordeling van dit standpunt is allereerst van belang dat de vader niet onder curatele was gesteld op het moment dat het testament is verleden.

Hij was dus handelingsbekwaam.

Of de vader ook wilsbekwaam was, moet worden beantwoord aan de hand van de maatstaf van artikel 3:34 lid 1 BW.

Dit artikel volgt op artikel 3:33 BW, dat bepaalt dat een rechtshandeling een met de verklaring overeenstemmende wil vereist.

Uit het bepaalde in artikel 3:34 lid 2 BW volgt dat een eenzijdige rechtshandeling die niet tot een of meer bepaalde personen gericht was (zoals het opmaken van een testament) nietig is als de betrokkene niet in staat was zijn voor die rechtshandeling vereiste wil te bepalen.

Voor toepassing van dit artikel is allereerst vereist dat sprake is van een tijdelijke of blijvende geestelijke stoornis.

Is die aanwezig, dan wordt de voor de rechtshandeling vereiste wil geacht te ontbreken indien

  • de stoornis een redelijke waardering van de bij de handeling betrokken belangen belette, of
  • indien de wilsverklaring onder invloed van de stoornis is gedaan.

Uitganspunt is dat degene die zich op artikel 3:34 BW beroept moet stellen en zo nodig bewijzen dat aan de vereisten voor het intreden van het beoogde rechtsgevolg, de nietigheid van het testament, is voldaan.

Op grond van de hoofdregel van artikel 150 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) rusten deze stelplicht en bewijslast in deze zaak op eiseres.

Eiseres heeft aangevoerd dat haar vader door zijn slechte lichamelijke en geestelijke gezondheid niet is staat was zijn wil te bepalen en de inhoud van het testament te begrijpen, noch om de gevolgen daarvan te overzien.

Eiseres heeft daartoe in de eerste plaats verwezen naar de beschikking van de kantonrechter waarbij de vader onder bewind is gesteld.

Daarnaast heeft zij aangevoerd dat gedaagde de vader financieel heeft uitgebuit en mishandeld.

Ter onderbouwing daarvan heeft zij een e-mail overgelegd van de bewindvoerder van de vader d.d. 18 oktober 2021.

Ook heeft eiseres een overzicht overgelegd van medische verslagen van de zorginstelling waar de vader sinds 21 september 2021 heeft verbleven.

Eiseres stelt voorts dat de vader “de laatste maanden van zijn leven” niet meer kon lezen of schrijven en onmogelijk de moeilijke woorden en bepalingen in het testament heeft kunnen begrijpen, ook niet als die in begrijpelijke taal zouden zijn uitgelegd.

Zij stelt verder dat het testament onder verdachte omstandigheden tot stand is gekomen en dat de notaris en de geriater méér gesprekken met de vader hadden moeten voeren zonder de aanwezigheid van gedaagde.

Bij de beoordeling van hetgeen eiseres heeft aangevoerd, stelt de rechtbank het volgende voorop:

– de fysieke gezondheid van de vader is niet van belang voor de beoordeling van het onderhavige geschil; de rechtbank zal dan ook niet ingaan op hetgeen daarover is aangevoerd;

– al hetgeen is aangevoerd over de geestelijke toestand van de vader ná 14 juli 2021 is voor de beoordeling van het onderhavige geschil niet relevant, zodat ook daar niet op zal worden ingegaan;

– nu gedaagde heeft betwist dat hij aanwezig was bij het gesprek tussen de vader en de geriater, de geriater over diens aanwezigheid geen opmerking heeft gemaakt in zijn verslag en eiseres van haar stelling dat gedaagde bij dat gesprek aanwezig was geen bewijs heeft aangeboden, staat in deze procedure niet vast dat gedaagde bij dit gesprek aanwezig is geweest.

Voorts stelt de rechtbank voorop dat het testament niet beschouwd kan worden als “complex” of “verdacht”.

Naast de twee wettelijke erfgenamen eiseres en gedaagde, zijn de twee kleinkinderen als legataris opgenomen, hetgeen niet ongebruikelijk is.

Dat in een testament één van de kinderen van de erflater als executeur/afwikkelingsbewindvoerder wordt aangewezen, is evenmin een ongebruikelijke gang van zaken.

Gegeven het feit dat het eerdere testament nog uit 2013 stamde en daarin de toen nog levende echtgenote als erfgename was aangewezen, is het evenmin vreemd of “verdacht” dat in 2021 een nieuw testament is opgesteld, uitgaande van de inmiddels gewijzigde situatie.

Eiseres heeft niets gesteld dat de rechtbank op een of meer van deze punten tot een ander oordeel kan leiden.

Dat de vader in 2019 onder bewind is gesteld kán een aanwijzing zijn voor het bestaan van een geestelijke stoornis, maar vormt daarvan op zichzelf geen bewijs.

De volgens eiseres verdachte schenkingen die de vader ten tijde van het beschermingsbewind heeft gedaan aan zijn kleinkinderen en die volgens eiseres een bewijs zijn van het bestaan van een geestelijke stoornis, zijn volgens haar eigen stellingen en door haar overgelegde stukken goedgekeurd door de kantonrechter.

Ook de bewindvoerder schrijft in zijn door eiseres overgelegde e-mail dat de vader ten tijde van het doen van deze schenkingen – en ten tijde van het wijzigen van zijn testament – wilsbekwaam was.

Dat de notaris ervoor heeft gekozen om de wilsbekwaamheid van de vader door de geriater te laten beoordelen is evenmin een aanwijzing dat de geestvermogens van de vader gestoord zouden zijn geweest.

Alleen al het feit dat iemand onder bewind is gesteld en een hoge leeftijd heeft, kan een notaris aanleiding geven om extra onderzoek naar diens wilsbekwaamheid te laten doen.

De rechtbank gaat ervan uit dat dit ook in deze zaak het geval is geweest.

Eiseres heeft niet gesteld dat – en waarom – de notaris in deze zaak specifieke redenen had om te twijfelen aan de wilsbekwaamheid van de vader.

Het kan dan niet zo zijn dat de – kennelijk – door de notaris betrachte extra zorgvuldigheid later een argument vormt om af te doen aan de geldigheid van het testament.

De rechtbank concludeert op grond van het bovenstaande dat eiseres er niet in is geslaagd om voldoende te onderbouwen dat bij de vader ten tijde van het opmaken en ondertekenen van het testament sprake was van een geestelijke stoornis.

Integendeel, zowel de notaris, die een eigen onderzoeksplicht heeft, als de door hem ingeschakelde specialist, hebben beiden geoordeeld dat de vader wél in staat was zijn wil te bepalen.

Daarbij is van belang dat eiseres niet heeft gesteld en onderbouwd dat de notaris op dit punt niet aan zijn onderzoeksplicht heeft voldaan.

Daarbij is verder van belang dat de geriater zijn oordeel over de wilsbekwaamheid van de vader uitgebreid heeft onderbouwd, onder meer door de medische voorgeschiedenis van de vader te betrekken bij zijn oordeel.

De geriater heeft ook geen geheugenstoornissen geconstateerd en heeft zich er verder van vergewist of de vader begreep wat hij in zijn testament wilde regelen en waarom.

Hij heeft de vader op grond van dit een en ander wilsbekwaam geoordeeld.

De door eiseres gestelde feiten en omstandigheden geven de rechtbank geen aanleiding om aan de genoemde oordelen, van de geriater en de notaris, te twijfelen.

Eiseres heeft ter gelegenheid van de mondelinge behandeling nog verzocht om een deskundige te benoemen die op basis van alle beschikbare materiaal (waaronder, onder meer, te begrijpen: medische gegevens) een uitspraak doet over de wilsbekwaamheid van de vader.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen ziet de rechtbank daarvoor geen aanleiding

Uit het voorgaande volgt dat de vordering onder I, primair wordt afgewezen.

De (subsidiaire) stelling van eiseres dat het testament vernietigbaar is omdat dit tot stand is gekomen onder invloed van bedrog of bedreiging door gedaagde is onvoldoende onderbouwd.

Vast staat dat de notaris voorafgaand aan de ondertekening van het testament alle aanwezigen heeft verzocht om de kamer te verlaten en met de vader alleen de inhoud van het testament nogmaals heeft besproken.

De rechtbank gaat ervan uit dat deze bespreking heeft plaatsgevonden om de notaris in staat te stellen om na te gaan of het testament zoals in concept opgemaakt de wil van de vader uitdrukte; iets anders is gesteld noch gebleken.

Uit de daarop volgende ondertekening door, onder meer, de notaris kan worden afgeleid dat de notaris geen reden heeft gezien om te betwijfelen dat het testament de wil van vader uitdrukte.

De rechtbank neemt dit oordeel over; eiseres heeft niets gesteld dat de rechtbank tot een andere beslissing kan leiden.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat nietig testament over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de rechtsgeldigheid of uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de rechtsgeldigheid van een testament of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, bezoek dan onze website over het testament. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.