De Rechtbank Noord-Holland heeft op 19 oktober 2020 uitspraak gedaan over een over een verzoek tot de uitleg van een testament door kantonrechter op grond van artikel 96 Rv.

Verzoekers hebben de kantonrechter ex artikel 96 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) in samenhang met art. 4:46 Burgerlijk Wetboek (BW) verzocht het laatst geldende testament van erflaatster uit te leggen in die zin dat daaruit valt op te maken dat A enig en algeheel erfgenaam is van erflaatster.

Verzoekers hebben zich daarbij uitdrukkelijk de mogelijkheid tot hoger beroep voorbehouden.

Zij leggen daaraan het volgende ten grondslag.

A en erflaatster hebben vanaf 1996 een gezamenlijke huishouding gevoerd.

Zij hebben allebei een testament opgesteld met de intentie elkaar verzorgd achter te laten.

Dit hield in dat zij elkaar als enig en algeheel erfgenaam hebben benoemd.

Erflaatster is noodgedwongen opgenomen in een verpleegtehuis omdat zij toen ernstig dementeerde.

B is toen voor haar blijven zorgen.

Ondanks dat alle wettelijke erfgenamen het eens zijn dat A als enig erfgenaam moet worden beschouwd gelet op het testament, acht de notaris het testament te onduidelijk om een verklaring van erfrecht te kunnen afgeven.

Dit omdat van een gemeenschappelijke huishouding op het moment van overlijden mogelijk geen sprake is

Erfrecht. Verzoek tot de uitleg van een testament door de kantonrechter. Verbreken van een gemeenschappelijke huishouding.

De rechter oordeelt als volgt.

Artikel 4:46 lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat bij de uitlegging van een uiterste wilsbeschikking dient te worden gelet op de verhoudingen die de uiterste wil kennelijk wenst te regelen, en op de omstandigheden waaronder de uiterste wil is gemaakt.

Op grond van artikel 4:46 lid 2 BW mogen daden of verklaringen van de erflater buiten de uiterste wil slechts dan voor uitlegging van een beschikking worden gebruikt, indien deze zonder die daden of verklaringen geen duidelijke zin heeft.

Het voorgaande brengt met zich dat aan uitleg eerst wordt toegekomen wanneer de bewoordingen van het testament onduidelijk zijn (Hoge Raad, 3 december 2004, NJ 2005, 58).

De vraag is of het feit dat erflaatster op het moment van overlijden niet meer in de woning woonde die zij samen met haar broer in eigendom had in de weg staat aan de erfstelling.

Hiervoor is uitleg nodig van de in het testament opgenomen bepaling zoals weergeven.

De omstandigheden waaronder het testament is opgemaakt zijn als volgt.

A en erflaatster hebben vanaf 1996 een gemeenschappelijke huishouding gevoerd.

Erflaatster was ten tijde van het opmaken van haar testament in 1996 ongehuwd en had geen kinderen.

In 1997 heeft zij samen met A een woning gekocht en heeft daar de gemeenschappelijke huishouding met hem voortgezet.

A heeft tegelijkertijd met erflaatster een testament laten opmaken waarin dezelfde bepaling is opgenomen.

De verhouding die zij hiermee hebben willen regelen, is elkaar verzorgd achter laten en elkaar niet met een ‘half huis’ laten zitten, aldus verzoekers.

De kantonrechter begrijpt dat daarmee is bedoeld dat, mocht de een komen te overlijden, de ander de woning niet hoefde te verkopen bij gebrek aan financiële middelen om de andere helft van de woning te kopen.

Voorwaarde hiervoor was wel dat de ten tijde van het opmaken van het testament ervaren verbondenheid op het moment van overlijden nog bestond.

Deze uitleg past bij de hiervoor omschreven omstandigheden.

Naar het oordeel van de kantonrechter is aan deze bedoeling uitvoering gegeven door samen een huis te kopen en daar sindsdien onafgebroken een gemeenschappelijke huishouding te voeren.

Dat dit op enig moment buiten de wil van erflaatster, die zwaar dementerend was, praktisch onuitvoerbaar werd, doet daar niet aan af.

Hier is geen sprake van een intentioneel beëindigen van een gemeenschappelijke huishouding, door verkoop van de woning of een beredeneerd, weloverwogen vertrek van een van de gezamenlijke deelgenoten van de woning.

Voorts heeft A erflaatster na haar opname in het verpleegtehuis nog steeds verzorgd.

Hij onderhield contact met het verzorgingstehuis, deed haar financiën en bezocht haar bijna dagelijks.

Uit het voorgaande volgt dat het testament moet worden uitgelegd in die zin dat A enig en algeheel erfgenaam is.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat nietig testament over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de rechtsgeldigheid of uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de rechtsgeldigheid van een testament of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, bezoek dan onze website over het testament. Klik dan hier.