Erfrecht. Wilsbekwaamheid van de erflater? Erflater heeft zijn gehele vermogen bij testament nagelaten aan zijn mantelzorgster. Dementie. Stappenplan. Bewijs.

Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of een erflater tijdens het opmaken van zijn testament wilsonbekwaam was.

Appellant en belanghebbenden zijn familie van elkaar, (achter)neven en -nichten, en versterferfgenamen van de erflater die overleden is in 2016.

Appellant is een neef van erflater.

Erflater is nooit getrouwd geweest en had geen kinderen.

Geïntimeerde heeft erflater in 2013 leren kennen via een vrijwilligersorganisatie voor de mantelzorg van (alleenstaande, eenzame) ouderen.

Erflater woonde toen nog in zijn eigen woning.

Erflater is begin 2015 in een verzorgingshuis opgenomen.

Tot aan zijn overlijden heeft geïntimeerde voor hem gezorgd en hem gezelschap gehouden.

Geïntimeerde is op voordracht van het verzorgingshuis bij beschikking van 19 mei 2015 van de rechtbank (kanton) tot bewindvoerder en mentor van erflater benoemd.

Erflater heeft door tussenkomst van de notaris op 10 maart 2016 een testament opgesteld waarbij hij geïntimeerde tot zijn enige erfgename heeft benoemd.

Volgens appellant was erflater door zijn dementie niet wilsbekwaam om een testament te laten opmaken (en geïntimeerde tot enig erfgenaam te benoemen).

Het testament (anders gezegd: de daarin opgenomen erfstelling) moet daarom nietig worden verklaard en de nalatenschap moet aan hem (en de andere wettelijke erfgenamen) worden afgegeven.

De rechtbank heeft een onderzoek nodig geacht naar de wils(on)bekwaamheid van erflater ten tijde van het opmaken van het testament en heeft daarvoor dr. R als deskundige benoemd.

Erfrecht. Wilsbekwaamheid van de erflater? Erflater heeft zijn gehele vermogen bij testament nagelaten aan zijn mantelzorgster. Dementie. Stappenplan. Notaris. Bewijs.

De rechter oordeelt als volgt.

De wils(on)bekwaamheid van erflater?

Appellant heeft gesteld dat erflater wilsonbekwaam was toen hij op 10 maart 2016 zijn testament liet opmaken door de notaris.

Op appellant rust de bewijslast van zijn stelling dat op 10 maart 2016 sprake was van een stoornis van de geestvermogens van erflater en dat deze stoornis een redelijke waardering van de bij het testament betrokken belangen belette (artikel 3:34 lid 1 BW).

Alleen als dit bewezen is kan het testament nietig worden verklaard.

Appellant voert aan, samengevat, dat erflater al enige jaren aan dementie leed (in december 2014 is seniele Alzheimer geconstateerd), dat zijn geheugen steeds minder werd, dat hij woordvindingsstoornissen had, dat de gewone ADL handelingen hem steeds minder goed af gingen en dat ook sprake was van decorumverlies.

Verder had erflater ook last van hallucinaties en wanen.

Eind januari 2015 is erflater opgenomen in (een gesloten afdeling van) een verpleeghuis.

Geïntimeerde is kort daarna tot bewindvoerder en mentor benoemd; ook hieruit blijkt dat erflater niet in staat was zijn vermogensrechtelijke belangen en zijn niet-vermogensrechtelijke belangen te behartigen (vgl. artikel 1:431 en 1:450 BW) – en dus ook geen testament kon laten opmaken, zo verstaat het hof.

Geïntimeerde had als bewindvoerder inzage in de bankgegevens van erflater en wist dat hij vermogend was.

Via geïntimeerde is de notaris ingeschakeld, die het stappenplan niet heeft gevolgd en die op 10 maart 2016 het testament heeft opgemaakt na een éénmalig contact.

Al deze feiten en omstandigheden leiden ertoe dat erflater op 10 maart 2016 niet zijn wil kon bepalen en zijn testament kon laten opmaken, aldus appellant.

Het hof ziet geen aanleiding om uit deze feiten en omstandigheden, ook niet in samenhang gelezen met het deskundigenrapport van dr. R, af te leiden dat appellant voorshands geslaagd is in het bewijs dan wel genoegzaam aannemelijk heeft gemaakt dat erflater toentertijd wilsonbekwaam was.

Het hof stelt vast dat erflater de laatste 40-50 jaren voor zijn overlijden geen contact meer had met appellant en de andere familieleden.

Ter zitting hebben de belanghebbenden verklaard dat zij erflater niet (of nauwelijks) persoonlijk gekend hebben (er was één belanghebbende die sprak over een paar contacten omstreeks 1986 met de ouders van belanghebbende) en dat ook appellant zelf erflater de laatste vijftig jaar niet meer heeft gezien of gesproken.

Het contact is verwaterd omdat erflater (in 1952) verhuisde.

Geen van de belanghebbenden wist van het overlijden van erflater en kennelijk ook appellant zelf niet.

Door een verhaal van de koper van een eerdere woning van erflater, namelijk dat er dingen waren gebeurd die niet klopten, is appellant op onderzoek uitgegaan – en daaruit is deze rechtszaak voortgekomen.

Geïntimeerde is via een hulporganisatie in 2013 in het leven gekomen van erflater.

Tussen hen beiden is een relatie ontstaan als tussen een vader en een dochter, zo voert geïntimeerde aan.

Zij heeft erflater al die jaren bijgestaan bij bezoeken aan dokters en ziekenhuizen en daarnaast deden zij ook uitstapjes.

Zij bezocht erflater bijna dagelijks toen hij in het verpleeghuis woonde.

Zij heeft bij erflater gewaakt, zijn begrafenis verzorgd en de bijzetting in het familiegraf geregeld.

Dit alles is niet (gemotiveerd) betwist door appellant.

Het hof heeft de drie bij deze zaak betrokken medisch deskundigen en de notaris op de mondelinge behandeling (digitaal) gehoord. Hun verklaringen staan opgenomen in het proces-verbaal.

De drie medisch deskundigen hebben erflater niet gezien of gesproken; zij hebben op basis van het papieren (medisch) dossier een oordeel gevormd.

De notaris is de enige die erflater op 10 maart 2016 heeft gezien en gesproken.

De notaris

In een brief van 11 oktober 2017 van de notaris aan de advocaten van partijen heeft zij onder meer het navolgende geschreven: 

“Eind 2015 deed bij mij op kantoor een MBO-studente haar eindstage. Op 2 februari 2016 heeft deze voormalige stagiaire met mijn kantoor gebeld en een offerte gevraagd voor een testament. Die offerte is verzonden. Vervolgens heeft de voormalige stagiaire opgebeld en gevraagd of het mogelijk zou zijn de gegevens voor een eenvoudig testament door te geven. Er is toen een belafspraak gemaakt. Op 8 februari 2016 heb ik telefonisch contact opgenomen met erflater. Mij was doorgegeven dat het de bedoeling was dat mevrouw [geïntimeerde] zijn enige erfgename zou worden. Ik heb geprobeerd dit met erflater te bespreken, maar kon hem niet goed verstaan. Ik heb toen aangegeven dat hij mij maar een brief moest sturen waarin hij aan kon geven wat hij wilde regelen. Die brief heb ik op 10 februari ontvangen via mevrouw [geïntimeerde] ; erflater wenste mevrouw [geïntimeerde] tot enig erfgenaam te benomen. (…) Op 23 februari is het concept naar de heer [appellant] gezonden met het verzoek een afspraak te maken voor ondertekening indien akkoord. (…) Op 10 maart 2016 ben ik naar A gereisd. Ik heb bij de receptie gevraagd naar erflater. Erflater bleek in de zaal te zitten met mevrouw [geïntimeerde] . Ik heb hen eerst geobserveerd voordat ik naar hen toe ben gegaan. Wat mij als eerste opviel was de overduidelijke genegenheid over en weer. Na kennis gemaakt te hebben heb ik mevrouw [geïntimeerde] verzocht weg te gaan omdat ik alleen met erflater wenste te spreken. In eerste instantie verliep dat gesprek moeizaam omdat erflater moeite heeft met spreken en liever ja en nee knikte dan iets te zeggen. Op enig moment heb ik dan ook tegen hem gezegd dat als hij niet met mij zou praten, ik niets voor hem zou kunnen doen. Ik heb uitgelegd dat dan het wettelijk erfrecht van toepassing is en dat zijn familie dan erfgenaam zou zijn. Erflater begreep deze mededeling volkomen en heeft vervolgens zijn uiterste best gedaan om zijn wil duidelijk te maken. Die wil is in zijn testament vastgelegd. Ik heb controlevragen gesteld, maar de conclusie was telkens weer dat erflater mevrouw [geïntimeerde] als enige erfgename in zijn testament wilde hebben. Ik ben uiteraard alert geweest vanwege de aanwezige indicatoren (verzorgingshuis, fragiele lichamelijke toestand, mantelzorgster erfgenaam), maar ik ben in het gesprek met erflater tot de volle overtuiging gekomen dat [erflater] wilsbekwaam was een testament te maken en dat de inhoud van het gepasseerde testament zijn uiterste wil volkomen weergeeft. Omdat ik deze volle overtuiging heb, is er geen reden geweest om het stappenplan verder te volgen. Ik heb op de terugweg naar huis overwogen of ik, gezien de voornoemde omstandigheden, het stappenplan alsnog zou volgen, maar ik heb daar bewust van afgezien, juist omdat erflater tijdens ons gesprek elke twijfel die er bij mij op voorhand bestond heeft weggenomen. (…).”

Op de mondelinge behandeling heeft de notaris (zakelijk weergegeven) onder meer het volgende verklaard: zij heeft haar brief van 11 oktober 2017 nog eens gelezen en heeft daar eigenlijk weinig aan toe te voegen.

Zij heeft erflater en geïntimeerde op 10 maart 2016 eerst geobserveerd zonder dat zij dat merkten.

Het viel haar op hoeveel genegenheid er tussen hen was.

Zij wist dat erflater een vermogen en een eigen huis had en haar was verteld dat hij geen directe familie had.

Zij heeft meer dan een gemiddelde notaris te maken gehad met demente mensen, omdat zij in 2010 in haar praktijk is begonnen met bewindvoering, curatele en mentorschap.

Ze is ook vaak als mentor meegegaan naar de gesprekken met een geriater.

Ze heeft (op dit terrein) ook cursussen gevolgd. Het is gebruik in de notarispraktijk dat je eerst met de persoon in kwestie gaat praten; als er daarna twijfels zijn ga je verder of stop je.

Ze heeft niet overwogen om nog een tweede keer langs te gaan omdat ze overtuigd was van de wil van erflater.

In algemene zin kijkt ze of ze de persoon in kwestie aan het twijfelen kan brengen en of die persoon dan de tweede keer anders antwoordt dan de eerste keer.

Zij kijkt heel goed, luistert en vraagt door.

Over het specifieke gesprek met erflater kan ze, in verband met haar beroepsgeheim, niet spreken. In het algemeen vraagt zij bij mensen die niet onbemiddeld zijn of er nog andere mensen die testateur iets zou willen geven of nalaten.

Ze wist niet dat erflater op een gesloten afdeling zat.

Zij was er niet mee bekend dat geïntimeerde bewindvoerder en mentor was.

Ze heeft het stappenplan niet gevolgd omdat ze ervan overtuigd was dat erflater wilsbekwaam was wat betreft de inhoud en het opmaken van het testament.

Erflater was er duidelijk in dat hij dit geïntimeerde wilde als enig erfgenaam en niets anders.

Hij heeft niet getwijfeld.

Het hof hecht veel waarde aan de verklaring van de notaris: zij heeft erflater gezien en gesproken op de dag dat het testament werd opgemaakt.

Zij heeft daarover op de mondelinge behandeling uitvoerig verklaard voor zover haar beroepsgeheim dat toeliet.

Zij heeft zich goed gerealiseerd dat er indicatoren waren om oplettend en voorzichtig te zijn in deze situatie: erflater was opgenomen in een verzorgingshuis, was vermogend, wilde zijn gehele vermogen nalaten aan zijn mantelzorgster en het contact met de notaris was buiten erflater tot stand gekomen.

Het hof kan de notaris volgen in haar handelwijze en redenering dat zij niet direct al, dus voordat zij met erflater had gesproken, een onderzoek wilde laten uitvoeren door een medisch deskundige over de geestesgesteldheid (en wilsbekwaamheid) van erflater.

Een dergelijke werkwijze is ook niet gebruikelijk in de notariële praktijk zo verklaarde de notaris.

De notaris heeft eerst nog, voordat zij met erflater sprak, geobserveerd hoe erflater en geïntimeerde met elkaar omgingen in de zaal van het verzorgingshuis.

Er was een enorme genegenheid tussen hen, geïntimeerde las de krant voor en ze aten een tompouce.

Het was allemaal heel liefdevol.

Na kennismaking heeft de notaris alleen met erflater gesproken en tijdens dat gesprek heeft ze de overtuiging gekregen dat erflater wist wat hij wilde, namelijk dat geïntimeerde zijn erfgenaam zou worden.

Aan erflater is uitgelegd dat als hij niets vastlegde dat zijn geld dan naar zijn familie zou gaan.

De beslissing / wilsvorming in dit testament is niet complex: erflater had al tientallen jaren geen contact meer met zijn (achter)neven en -nichten en geïntimeerde zorgde voor hem sinds 2013 en had bijna dagelijks contact met hem.

Erflater had ook niet eerder een testament gemaakt (zonder testament zouden zijn versterferfgenamen erven).

De notaris heeft na dat gesprek niet getwijfeld aan de wilsbekwaamheid van erflater; dat brengt ook mee dat de notaris dan niet de verdere stappen van het notariële Stappenplan hoefde te volgen (toentertijd was de versie van 2013 nog geldend).

Het feit dat de notaris niet wist dat geïntimeerde ook bewindvoerder en mentor was van erflater maakt het voorgaande niet anders.

De notaris wist immers wel dat geïntimeerde de mantelzorgster was van erflater.

Dat de notaris na het passeren van het testament toch nog enige professionele twijfel voelde, duidt er niet op dat de notaris dus een verkeerde beslissing heeft genomen of een verkeerde inschatting heeft gemaakt.

Dat heeft zij ook niet verklaard.

Gezien de verklaring van de notaris en de opinies van de medisch deskundigen D en A, kan niet vastgesteld worden dat op 10 maart 2016 sprake was van een stoornis van de geestvermogens van erflater die een redelijke waardering van de bij het testament betrokken belangen belette.

Hierbij telt ook mee dat het testament niet complex was, dat erflater niet eerder een testament had opgemaakt, dat erflater al veertig tot vijftig jaren geen contact had met zijn familie (appellant en de andere belanghebbenden) en dat geïntimeerde sinds 2013 voor hem zorgde.

Er was ook geen sprake van een “familievermogen” zoals appellant eerst heeft aangevoerd, maar dat is gemotiveerd betwist door geïntimeerde.

Appellant is dus niet in zijn bewijs geslaagd.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat nietig testament over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de rechtsgeldigheid of uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de rechtsgeldigheid van een testament of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, bezoek dan onze website over het testament. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.