Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 21 april 2020 uitspraak gedaan over de vraag of de notaris jegens zoon van erflater aansprakelijk was wegens onvoldoende onderzoek naar geestesgesteldheid erflater bij verlijden van het testament.

Met de grieven voert appellant aan dat de Notaris onzorgvuldig heeft gehandeld, omdat zij heeft nagelaten nader onderzoek te verrichten naar de geestestoestand van de moeder, terwijl daar wel voldoende aanleiding voor was.

De Notaris had het ‘Stappenplan Beoordeling Wilsbekwaamheid ten behoeve van notariële dienstverlening’ (hierna: het Stappenplan) moeten doorlopen, aangezien er aan meer dan de helft van de daarin genoemde indicatoren, namelijk zeven, was voldaan.

Appellant wijst daarbij op de omstandigheid dat (i) de moeder op hoge leeftijd was (80 jaar), (ii) het initiatief voor het verzoek tot dienstverlening van een ander dan de moeder kwam (namelijk zijn halfzus A, die belang had bij wijziging van het testament) en (iii) de wijziging van de inhoud (te weten een onterving) ingrijpend afweek van de inhoud van het eerdere testament, dat geen onterving van appellant behelsde.

Daarnaast zijn er volgens appellant nog andere indicatoren van toepassing, die door de Notaris ten onrechte niet zijn nagelopen.

Appellant stelt in dit verband (iv) dat de administratie van de moeder niet in eigen beheer was, (v) dat niet is onderzocht of de ingrijpende wijziging weloverwogen was, aangezien niet is gebleken dat er ook is gesproken over een minder vergaande wijziging zoals het verrekenen van (vermeende) huurachterstand met het in de toekomst te ontvangen erfdeel, (vi) dat geen extra aandacht aan de moeder is gegeven, terwijl het hier een testament betreft en (vii) dat de tijdspanne tussen het verzoek tot het opmaken van het testament en het verlijden slechts een week was, zonder dat daarvoor een medische noodzaak bestond.

De Notaris had met name op haar hoede moeten zijn toen A haar belde met de mededeling dat de ouders ‘een oplossing zochten om hun zoon (appellant) tot betaling te bewegen van achterstallige huur van hun woning die hij gebruikte.’

Blijkens de getuigenverklaring van de Notaris heeft de moeder bij de aanvang van een van de twee huisbezoeken gezegd: ‘Oh notaris, als appellant binnen komt dan mag hij niet weten dat u hier bent.’

De Notaris had naar aanleiding van deze mededelingen ook de belangen van appellant moeten behartigen door na te gaan of er inderdaad sprake was van achterstallige huur en, zo ja, of er geen andere, minder vergaande oplossing dan (volledige) onterving mogelijk was.

De nalatenschap en ook het erfdeel van appellant daarin bedroeg immers veel meer dan de huurschuld die appellant eventueel zou hebben gehad.

Ook had de Notaris een gesprek onder vier ogen moeten voeren met de moeder van appellant, buiten aanwezigheid van de vader.

Temeer omdat de vader ten tijde van het opmaken van het gewijzigde testament onder invloed van zware medicijnen zat.

Evenmin is gebleken dat de Notaris rekening heeft gehouden met het gehoorverlies van de moeder.

Ook rekent appellant het de notaris aan dat zij zich bij de huisbezoeken niet heeft laten bijstaan door twee medewerkers.

Is de notaris jegens zoon van erflater aansprakelijk wegens onvoldoende onderzoek naar geestesgesteldheid erflater bij verlijden van het testament? Wilsonbekwaamheid erflater?

De rechter oordeelt als volgt.

Het hof wijst erop dat, zoals de Notaris heeft betoogd, bij de beoordeling van het handelen van de notaris de ministerieplicht voorop staat (art. 21 lid 1 van de Wet op het notarisambt (Wna)).

De notaris dient zijn dienst evenwel te weigeren wanneer naar zijn redelijke overtuiging of vermoeden de werkzaamheid die van hem wordt verlangd leidt tot strijd met het recht of de openbare orde, wanneer zijn medewerking wordt verlangd bij handelingen die kennelijk een ongeoorloofd doel of gevolg hebben of wanneer hij andere gegronde redenen voor weigering heeft (art. 21 lid 2 Wna).

Zoals bij elke akte moet de notaris ook bij het verlijden van een testament de wilsbekwaamheid van de betrokkene beoordelen.

Het komt daarbij in eerste instantie aan op de eigen waarneming van de notaris, die daarvoor een redelijke beoordelingsvrijheid toekomt.

Bij gerede twijfel aan de wilsbekwaamheid is in het algemeen verder onderzoek aangewezen.

Het Stappenplan biedt hiervoor een handreiking.

In zijn beslissing van 23 juni 2009 heeft de Notariskamer van het hof geoordeeld dat niet van omstandigheden is gebleken op grond waarvan de Notaris alert had moeten zijn en gehouden was nader onderzoek te verrichten.

Het hof heeft zich in die beslissing reeds gebogen over de in die procedure door appellant naar voren gebrachte omstandigheden dat zijn ouders immobiel waren en dat het eerste contact met de Notaris was gelegd door A, die door het testament sterk is bevoordeeld.

In diezelfde beslissing heeft het hof ook al in aanmerking genomen dat de keuze van de ouders om appellant te onterven een harde beslissing voor appellant is.

Aan deze omstandigheden heeft appellant in het onderhavige beroep slechts toegevoegd dat de moeder niet haar eigen administratie beheerde en dat het vastleggen van het testament in een korte tijdsspanne, namelijk een week, is geschied.

Naar het oordeel van het hof hebben deze omstandigheden, bezien in samenhang met de eerder door appellant naar voren gebrachte omstandigheden, niet de Notaris ertoe hoeven brengen nader onderzoek te verrichten naar de geestesgesteldheid van de moeder.

Dat er bij de Notaris twijfels bestonden over de weloverwogenheid van het verzoek is door appellant, gelet op de betwisting daarvan door de Notaris met verwijzing naar de door haar afgelegde getuigenverklaring, onvoldoende gemotiveerd gesteld.

Daarbij is het, gezien de ingrijpende gevolgen van de wijziging van het testament voor appellant, juist te begrijpen dat de moeder tijdens het huisbezoek van de Notaris zich heeft laten ontvallen dat zij niet wilde dat appellant, die dagelijks bij zijn moeder over de vloer kwam, zou weten dat de Notaris op bezoek was.

Het behoorde, in tegenstelling tot hetgeen appellant stelt, niet tot de taak van de Notaris om de belangen van appellant te behartigen bij het verlijden van het testament of om een minder ingrijpende wijziging van het testament voor te stellen.

Het Stappenplan schrijft daarbij niet voor dat de notaris zich laat bijstaan door twee medewerkers, maar raadt dit slechts aan.

Een gesprek onder vier ogen en het uittrekken van extra tijd wordt door het Stappenplan eerst voorgeschreven indien er aanleiding bestaat voor een nadere beoordeling van de wilsbekwaamheid.

Gelet op dit alles heeft appellant onvoldoende gemotiveerd gesteld dat de Notaris, aan de hand van het Stappenplan, niet tot het besluit heeft kunnen komen om de wilsbekwaamheid van de moeder niet aan een nader onderzoek te onderwerpen.

De conclusie is dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de Notaris haar zorgplicht niet heeft geschonden.

In het verlengde hiervan faalt ook de achtste grief, waarmee appellant opkomt tegen het oordeel van de rechtbank dat de stelling van appellant dat de Notaris ten tijde van het passeren van de akte zelf wilsonbekwaam was ‘volstrekte onzin’ is.

Die stelling heeft appellant onderbouwd met een door hem gemaakte ‘reconstructie’ van het leven van de Notaris ‘door te zoeken op internet, in archieven, oude kranten en oude telefoongidsen en door gesprekken met diverse mensen die de notaris goed kennen of gekend hebben.’

Met de rechtbank is het hof van oordeel dat appellant, met zijn stelling en zijn diep in het privéleven van de Notaris wroetende reconstructie ter onderbouwing daarvan, geen enkele serieus in acht te nemen omstandigheid heeft aangedragen die dit betoog zou kunnen onderbouwen.

Ook in zoverre is er dus geen enkele aanleiding om tot het oordeel te komen dat de Notaris bij het verlijden van het testament niet heeft gehandeld zoals van een redelijk bekwaam redelijk handelend notaris mag worden verwacht.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat nietig testament over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de rechtsgeldigheid of uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de rechtsgeldigheid van een testament of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, bezoek dan onze website over het testament. Klik dan hier.