Het Gerechtshof Den Haag heeft op 1 oktober 2019 uitspraak gedaan over wilsgebreken bij een geestelijke stoornis van de erflater bij het aangaan van een lening.

Ondertekening van leningsovereenkomsten door erflater. Wilsgebrek? Geestelijke stoornis? Misbruik van omstandigheden? Wettelijk kader.

De rechter oordeelt als volgt.

Artikel 3:34 lid 1 BW bepaalt het volgende.

Heeft iemand wiens geestvermogens blijvend of tijdelijk zijn gestoord, iets verklaard, dan wordt een met de verklaring overeenstemmende wil geacht te ontbreken, indien de stoornis een redelijke waardering der bij de handeling betrokken belangen belette, of indien de verklaring onder invloed van die stoornis is gedaan.

Een verklaring wordt vermoed onder invloed van de stoornis te zijn gedaan, indien de rechtshandeling voor de geestelijk gestoorde nadelig was, tenzij het nadeel op het tijdstip van de rechtshandeling redelijkerwijze niet was te voorzien.

Artikel 3:44 lid 4 BW bepaalt dat misbruik van omstandigheden aanwezig is, wanneer iemand die weet of moet begrijpen dat een ander door bijzondere omstandigheden, zoals noodtoestand, afhankelijkheid, lichtzinnigheid, abnormale geestestoestand, of onervarenheid, bewogen wordt tot het verrichten van een rechtshandeling, het tot stand komen van die rechtshandeling bevordert, ofschoon hetgeen hij weet of moet begrijpen hem daarvan zou behoren te weerhouden.

Indien de wil ontbreekt of indien sprake is van misbruik van omstandigheden, is de rechtshandeling op grond van artikel 3:34 lid 2 BW althans artikel 3:44 lid 1 BW vernietigbaar.

In dat verband zijn ook de artikelen 3:50 en 3:51 BW relevant.

Artikel 3:50 lid 1 BW bepaalt dat een buitengerechtelijke verklaring die een rechtshandeling vernietigt wordt gericht tot hen die partij bij die rechtshandeling zijn.

Artikel 3:51 lid 2 BW bepaalt dat een rechtsvordering tot vernietiging van een rechtshandeling wordt ingesteld tegen hen die partij bij de rechtshandeling zijn.

Voor een succesvol beroep op artikel 3:34 BW moet eerst vaststaan dat sprake was van een geestelijke stoornis in de zin van die bepaling ten tijde van de rechtshandelingen in kwestie.

Het is aan appellant die zich op de gevolgen van vernietiging van bovengenoemde rechtshandelingen beroept om voldoende gemotiveerd te stellen dat ten tijde daarvan (telkens of nog steeds) een dergelijke geestelijke stoornis aanwezig was.

Van een geestesstoornis in de zin van artikel 3:34 lid 1 BW is sprake in alle gevallen waarin de handelende persoon niet over een normale wil beschikt en zich geen rekenschap kan geven van wat hij doet of van de strekking van de handeling (PHR:2013:2378, 8, bij Hoge Raad, 21 februari 2014, HR:2014:414).

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat nietig testament over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de rechtsgeldigheid of uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de rechtsgeldigheid van een testament of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, bezoek dan onze website over het testament. Klik dan hier.