Rechtsgeldig testament? Schending van vormvoorschriften? Identificatieplicht. Testament vernietigbaar of nietig?
De Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 23 oktober 2019 uitspraak gedaan over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament wegens vormfouten en het ontbreken van een duidelijke wil van de erflater in het testament.
Ter onderbouwing en beargumentering van hun vorderingen brengen eisers het navolgende naar voren.
Het testament mist authenticiteit.
Immers artikel 39 lid 1 eerste volzin van de Wet op het notarisambt (Wna) luidt als volgt: “de bij het verlijden van de akte verschijnende personen en getuigen moeten aan de notaris bekend zijn. Hij stelt de identiteit van de personen die de eerste maal voor hem verschijnen vast aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht en vermeldt de aard en het nummer daarvan in de akte (…)”;
Eisers wijzen vervolgens op de inhoud van artikel 39 lid 5 Wna: “in geval van niet naleving van enige bepaling van dit artikel, met uitzondering van het eerste lid, tweede en vierde volzin, mist de akte authenticiteit en voldoet zij niet aan de voorschriften waarin de vorm van een notariële akte wordt geëist”.
De kandidaat-notaris S die het testament heeft gepasseerd was niet bekend met erflater.
Hij was ook niet zijn cliënt.
De passage in het testament waarin erflater zich zou hebben geïdentificeerd met zijn paspoort kan niet juist zijn omdat ten tijde van het verlijden het paspoort van erflater zich elders bevond.
Eisers wijzen er ook op dat erflater voor het verlijden van het testament geen conceptakte toegestuurd heeft gekregen.
Dit levert strijd op met hetgeen bepaald is en artikel 43 lid 1 eerste zin Wna.
Bovendien heeft kandidaat-notaris S de inhoud van het testament in onvoldoende mate voorgelezen, voordat erflater ondertekende.
Om al deze redenen mist het testament authenticiteit en dient volgens eisers de vordering te worden toegewezen.
Bovendien, aldus eisers is het testament vernietigbaar op grond van artikel 4:109 lid 4 BW nu de voor de geldigheid van een uiterste wil geldende vormvereisten niet in acht zijn genomen.
Eisers doen een beroep op deze vernietigbaarheid en vorderen aldus de verklaring voor recht zoals geformuleerd in het petitum.
De vordering is volgens eisers toewijsbaar omdat uit de gang van zaken bij de totstandkoming van het testament volgt dat de wil van erflater geen weerslag vindt in het testament.
Eisers voeren aan, kort gezegd, hetgeen tuchtrechtelijk is overwogen en beslist ten aanzien van het vóórbespreken, het ter inzage geven van het concept testament, de invloed van gedaagde op de inhoud van het testament, de korte tijdsduur die gelegen is tussen het vorige testament en het testament en dat uit de geluidsopname die erflater heeft gemaakt van het gesprek met kandiaat-notaris S ondubbelzinnig blijkt dat erflater de portee van de inhoud van het testament niet kon doorgronden. Regelmatig, aldus eisers, heeft erflater te kennen gegeven dat er geen geld naar de kinderen van gedaagde mocht gaan, niettemin staat een passage van dien aard wél in het uiteindelijk verleden testament.
Rechtsgeldig testament? Schending van vormvoorschriften? Identificatieplicht. Testament vernietigbaar of nietig?
De rechter oordeelt als volgt.
Schending van het voorschrift van artikel 39 lid 1, eerste volzin Wna, te weten de vaststelling van de identiteit van de erflater door de notaris, leidt op grond van artikel 39 lid 5 Wna tot een gebrek aan authenticiteit; de notariële akte voldoet aldus dan niet aan de voorschriften die vereist zijn.
Dit een en ander, zoals eisers terecht opmerken, heeft tot consequentie dat de uiterste wil vernietigbaar is.
Dit is te lezen in artikel 4:109 lid 4 BW.
Deze door eisers gestelde schending heeft zich evenwel niet voorgedaan.
Vast staat dat erflater al diverse malen de diensten van het notariskantoor heeft betrokken, dat zijn identiteitsgegevens bij dit kantoor dan ook bekend waren, getuige onder meer uit het paspoortnummer dat vermeld staat in het testament; voorts dat, kandidaat-notaris S in aanwezigheid van notaris E op 22 oktober 2015 kennis heeft gemaakt met erflater, juist met het oog op het aanstaande bezoek van S aan de zorginstelling van erflater ten einde het testament op te stellen en, tenslotte, dat de notariële handelingen van deze kandidaat-notaris S steeds grotendeels geschiedden in aanwezigheid van echtgenote en kinderen van erflater.
Bij deze stand van zaken moet aanvaard worden dat de identiteit van erflater toereikend is vastgesteld door de kandidaat-notaris S.
Juistheid van de bewering van eisers dat de kandidaat-notaris S één of meer onderdelen van het voorschrift van artikel 43 lid 1 Wna niet behoorlijk heeft nageleefd leidt niet tot het gevolg dat het testament authenticiteit mist.
Blijkens lid 6 immers van dit artikel behoort niet naleving van één of meer van deze onderdelen niet tot een geval van niet-authenticiteit.
Ook op deze grond dus zijn de desbetreffende vorderingen van eisers niet toewijsbaar.
Om vast te stellen of de inhoud van het testament overeenkomt met de wil van erflater dient uitleg te volgen. In artikel 4:46 BW staat op welke wijze uitleg moet worden toegepast.
Van groot belang zijn de bewoordingen van de wil van erflater zoals deze in de notariële akte is neergelegd.
Deze notariële akte is een authentieke akte in de zin van artikel 157 lid 1 Rv en heeft dwingende bewijskracht.
Dit betekent dat de inhoud ervan voor waar moet worden aangenomen behoudens tegenbewijs; dit staat in artikel 151 Rv.
In deze zaak echter is niet van doorslaggevend belang of erflater al dan niet die woorden gebezigd heeft zoals die opgetekend zijn door de notaris; wél doorslaggevend is of erflater met die woorden daadwerkelijk bedoeld heeft hetgeen de notaris genoteerd heeft.
Deze gedachtengang is te lezen in artikel 4: 46 lid 1 BW; bezien dient te worden welke verhoudingen erflater wenste te regelen en onder welke omstandigheden het testament is gemaakt.
In de beroepsgroep van notarissen pleegt het zogeheten Stappenplan Beoordeling Wilsbekwaamheid ten behoeve van notariële dienstverlening te worden gehanteerd.
In dat stappenplan staan een aantal indicatoren vermeld in welke gevallen de notaris aanleiding dient te hebben om te twijfelen of de cliënt in staat is tot een redelijke waardering van de inhoud van het testament. In totaal worden 13 indicatoren opgesomd; naar de opvatting van de rechtbank zijn van deze 13 indicatoren 11 indicatoren van toepassing op de situatie van erflater.
De rechtbank doelt op de navolgende 11 indicatoren:
– indien de cliënt op hoge leeftijd is;
– indien de administratie niet in eigen beheer is;
– indien de cliënt niet meer in staat is zelfstandig te wonen;
– indien de cliënt verblijft in een zorginstelling;
– indien er twijfels bestaan aan de weloverwogenheid van een gedaan verzoek;
– indien het initiatief voor het verzoek tot dienstverlening van een ander dan de cliënt komt;
– indien instructies voor de inhoud van de akte door anderen dan de cliënt zijn vastgelegd;
– voor testamenten: indien een testateur frequenter dan voor hem te doen gebruikelijk een verzoek doet tot het aanpassen van een eerder testament;
– voor testamenten: naarmate de inhoud van een nieuw testament ingrijpender afwijkt van de inhoud van een eerder testament of de inhoud ongebruikelijk is;
– voor testamenten: indien de tijdspanne tussen het verzoek tot het opmaken van het testament en het verlijden daarvan zeer kort is zonder medische noodzaak;
– extra aandacht verdienen testamenten, schenkingen, overdrachten ouders-kinderen en de verstrekking van geldleningen.
In deze zaak is niet gebleken dat mr E en/of S acht hebben geslagen op aanwezigheid van deze 11 indicatoren en vervolgens stappen hebben genomen om uit te sluiten dat erflater niet ongewenst beïnvloed is door de ene of de andere in het testament als erfgenaam of legataris aangewezen personen.
Gelet op bovenstaande wordingsgeschiedenis van het testament, met name de omstandigheden voorafgaand aan en tijdens het verlijden van het testament, rijzen er bij de rechtbank sterke twijfels dat het testament een betrouwbare neerslag is van hetgeen erflater bedoeld heeft als zijn laatste wil.
Die twijfels zijn zo sterk, dat aan het testament geen rechtgevolgen mogen worden verbonden.
De vordering ligt dus voor toewijzing gereed.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat nietig testament over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de rechtsgeldigheid of uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de rechtsgeldigheid van een testament of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, bezoek dan onze website over het testament. Klik dan hier.