De Rechtbank Noord-Nederland heeft op 22 mei 2019 uitspraak gedaan over de vraag of het testament nietig was vanwege een geestelijke stoornis van de erflater

In het tussenvonnis is kort samengevat overwogen, dat de inhoud van het rapport van 3 februari 2016 van de specialist ouderengeneeskunde onvoldoende is om tot het oordeel te komen dat erflaatster ten tijde van het ondertekenen van het in geschil zijnde laatste testament, niet, althans onvoldoende, begreep wat zij deed en het vermogen miste haar wil, zoals neergelegd in dit testament, te bepalen en te verklaren.

Wat betreft het rapport van de specialist ouderengeneeskunde heeft de rechtbank geoordeeld dat uit zijn rapport blijkt dat hij eenzijdig is geïnformeerd, conform het standpunt van eisers, en dat er geen hoor en wederhoor heeft plaatsgevonden.

Dit heeft er in geresulteerd dat hij omstandigheden in zijn oordeel heeft betrokken die door eisers zijn gesteld, maar die door gedaagden zijn weersproken, althans ten aanzien waarvan door gedaagden andere omstandigheden zijn gesteld en die niet in het oordeel van de specialist ouderengeneeskunde en de hiervoor bedoelde psychologen zijn betrokken.

Is het testament nietig vanwege een geestelijke stoornis van de erflater? Dementie?

De rechter oordeelt als volgt.

De rechter acht eisers na het horen van de specialist ouderengeneeskunde als getuige evenwel geslaagd in het bewijs van zijn stelling dat erflaatster ten tijde van het ondertekenen van het in geschil zijnde laatste testament, niet, althans onvoldoende, begreep wat zij deed en het vermogen miste haar wil, zoals neergelegd in dit testament, te bepalen en te verklaren.

Daartoe wordt het navolgende overwogen.

De specialist ouderengeneeskunde heeft als getuige verklaard dat hij op basis van enkel de zuiver medische gegevens zoals die bijvoorbeeld blijken uit het dossier van de huisarts, en de zorg gerelateerde gegevens, zoals de dagrapportage van de hulpverlening en de CIZ-indicaties tot hetzelfde advies was gekomen als in zijn rapport is vermeld.

Hij heeft er daarbij op gewezen dat er in het medisch dossier van erflaatster is vermeld dat er reeds op 14 februari 2006 sprake was van beginnende dementie.

Hij heeft vervolgens zijn advies nader onderbouwd aan de hand van een door hem opgestelde en aan het proces-verbaal van zijn verhoor gevoegde tijdslijn.

Hij heeft vervolgens aangegeven dat hij geen twijfel heeft aan de diagnose progressieve dementie, hetgeen hij baseert op het dossier van de huisarts, de dag-rapportages die hij heeft bestudeerd van 2009 tot eind 2010, en de CIZ-indicaties.

De specialist ouderengeneeskunde heeft voorts aangegeven dat hij in zijn advies heeft geconcludeerd dat hij de sterke overtuiging heeft dat erflaatster ten tijde van de laatste wijziging van haar testament op 2 maart 2009 wilsonbekwaam was ten aanzien van die beslissing.

Hij heeft als getuige daaraan toegevoegd dat die kwalificatie voor hem min of meer de hoogste kwalificatie is die hij zou kunnen geven, omdat hij niet ter plekke aanwezig was en hij zich op stukken heeft gebaseerd.

Volgens hem hangt veel af van de vraag hoe de vragen aan erflaatster zijn gesteld, te weten of er sprake was van open of gesloten vragen en of er sturing is geweest in de vraagstelling.

Hij heeft verklaard dat mensen met dementie erg gevoelig zijn voor sturing door hun omgeving. Juist daarom zijn ze zo kwetsbaar.

Naar aanleiding van de vraag of de beslissing tot wijziging van een testament als eenvoudig of als complex wordt bestempeld, heeft de specialist ouderengeneeskunde geantwoord dat dit niet alleen afhankelijk is van de keuze die moet worden gemaakt, maar ook van de vraag of de betrokkene in staat is de afweging te maken en daarbij oog heeft voor de gevolgen van die keuze voor eerdere beslissingen uit het verleden en voor de toekomst.

Uit onderzoek blijkt volgens hem dat het wijzigen van een testament over het algemeen een beladen beslissing is. Volgens hem is het ook een complexe beslissing, omdat het niet alleen maar gaat om de keuze zelf en of de betrokkene kan uitleggen wat daarvan de gevolgen zijn, maar ook of de betrokkene zich voldoende rekenschap kan geven van de wijzigingen die zo’n keuze met zich brengen.

Op grond van het voorgaande acht de rechtbank voldoende bewezen dat erflaatster ten tijde van het opmaken van de uiterste wilsbeschikking aan een geestelijke stoornis leed, te weten progressieve dementie.

De vraag is thans of de wilsverklaring onder invloed van deze geestelijke stoornis is gedaan, te weten in hoeverre de stoornis toen een redelijke waardering van de bij de uiterste wilsbeschikking betrokken belangen belette.

Voor een dergelijke “redelijke waardering” is vereist dat erflaatster ten tijde van het maken van haar uiterste wil inzicht heeft in haar voor het erfrecht relevante situatie en in staat is op het gebied van het erfrecht in vrijheid keuzes te onderscheiden en te maken en beslissingen te nemen, de gevolgen van die keuzes en beslissingen in rationeel en emotioneel opzicht te overzien en dit kenbaar te maken.

Verder is vereist dat zij de informatie of voorlichting die zij voor het maken van de uiterste wilsbeschikking van de notaris of van anderen krijgt zodanig begrijpt dat zij deze bij het onderscheiden en maken van haar keuzes en beslissingen kan betrekken.

In hoeverre sprake is of kan zijn van “een redelijke waardering” hangt niet alleen af van de aard en de zwaarte van de geestesstoornis maar ook van de aard en de ingrijpendheid van de uiterste wilsbeschikking en de aard en de zwaarte van de daarbij betrokken belangen.

Tussen deze drie elementen bestaat een wisselwerking.

Hoe zwaarder de geestesstoornis, hoe ingrijpender de beslissing en hoe zwaarder de belangen, des te hoger zijn telkens de eisen die aan een redelijke waardering mogen worden gesteld (Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 4 juli 2017, GHARL:2017:5626).

Gelet op de ingrijpende wijziging van haar beslissing ten opzichte van het voorlaatste testament en de omstandigheid dat sprake was van progressieve dementie, dienden in het onderhavige geval naar het oordeel van de rechtbank hoge eisen te worden gesteld aan de hiervoor bedoelde redelijke waardering.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat nietig testament over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de rechtsgeldigheid of uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de rechtsgeldigheid van een testament of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, bezoek dan onze website over het testament. Klik dan hier.