Het Gerechtshof Den Haag heeft op 30 juli 2019 uitspraak gedaan over de vraag of een 104-jarige gehandicapte moeder in staat was haar testament op te maken. De rechter geeft een bewijsopdracht inzake de vaststelling van de wilsbekwaamheid en of erflaatster in staat was zelfstandig haar wil te bepalen zonder enige beïnvloeding.

De nietigheid van het testament is door de zoon aan de orde gesteld. Door de zoon zijn een aantal afschriften van het testament in het geding gebracht. In eerste instantie heeft de zoon slechts een uittreksel verkregen van het testament.

De rechter heeft de afschriften van het testament bestudeerd. Uit de afschriften van het testament blijkt niet of erflaatster het testament heeft ondertekend.

Erflaatster heeft haar eerdere testament van 2012 vanwege haar visuele handicap niet ondertekend. Uit de verklaring van de medisch deskundige blijkt dat erflaatster ernstig slechtziend was als gevolg van een oogaandoening.

Het testament is verleden in bijzijn van getuigen hetgeen een van de voorwaarden was die door de kantonrechter aan zijn toestemming was verbonden.

In de eerste volzin van art. 43 lid 4 Wet op het notarisambt (Wna) is bepaald dat een akte door ieder der verschijnende personen onmiddellijk na voorlezing wordt ondertekend. In lid 5 van dit artikel blijkt dat van de ondertekening in het slot van de akte melding wordt gemaakt. In de derde volzin van lid 4 is bepaald dat indien een persoon verklaart niet te kunnen ondertekenen daarvan melding wordt gemaakt in de akte.

Een akte mist authenticiteit en voldoet niet aan de voorschriften waarin de vorm van een notariële akte wordt geëist, zo bepaalt art. 43 lid 6 Wna, in geval van niet-naleving van de voorschriften van de eerste tot en met vierde volzin van het vierde lid.

Er is sprake van een nietig testament indien de authenticiteit ontbreekt.

De rechter verzoekt partijen een officieel afschrift van het testament in het geding te brengen, waarin is vermeld hoe de ondertekening is gegaan.

De kern van het appel is dat de zoon van erflater van mening is dat erflaatster op het moment van het opmaken en passeren van het testament niet in staat was om haar wil te bepalen.

Erflaatster was zeker niet in staat zo`n ingewikkeld testament aan te gaan, aldus de advocaat van de zoon.

De rechter begrijpt uit het betoog van de advocaat dat de zoon meent dat het door de notaris gehanteerde stappenplan onvoldoende waarborg biedt om vast te stellen of erflaatster op het moment van het passeren van het testament haar wil kon bepalen.

De zoon heeft met ongeloof en afschuw kennis genomen van het nieuwe testament van 2015.

Erflaatster was immers reeds 1,5 jaar voor het maken van het nieuwe testament onder curatele gesteld vanwege een geestelijke stoornis, te weten dementie, en was zeker niet in staat een nieuw testament te maken.

De zoon bemerkte al geruime tijd dat erflaatster er geestelijk slecht aan toe was. Erflaatster kon niet meer goed zien en lopen, ze gebruikte in huis een rollator en buiten een rolstoel. Erflaatster keek geen televisie, las niets en luisterde ook niet naar de radio. Ze vond dit verwarrend. Erflaatster wist nooit de namen of leeftijden van de kleindochters van appellant, maar ze wist ook nooit de namen van de mensen die haar voortdurend hielpen.

Was 104-jarige gehandicapte moeder in staat haar testament op te maken? Bewijs inzake vaststellen wilsbekwaamheid. Zorgplicht notaris.

De rechter oordeelt als volgt.

Uit de processtukken volgt dat erflaatster aan een geestelijke stoornis leed.

Uit de beschikking van de rechtbank Den Haag volgt dat erflaatster onder curatele is gesteld wegens een geestelijke stoornis.

Op grond van art 4:55 BW kan een onder curatele gestelde met toestemming van de kantonrechter een uiterste wil maken. De kantonrechter dient te beoordelen of de lichamelijke of geestelijke stoornis niet verhindert dat de curandus de gevolgen van het testeren voldoende overziet, dus of de wil in overeenstemming is met de verklaring (art 3:34 BW).

In het testament stelt de notaris dat door hem het ‘stappenplan beoordeling wilsbekwaamheid’ is gevolgd.

Niet duidelijk is hoe de notaris de indicatoren heeft gewogen, anders dan dat de notaris een onderzoek bij een onafhankelijke arts heeft laten uitvoeren.

Indicatoren zijn onder meer het initiatief voor het maken van een nieuw testament, de betrokkenheid van de curator en de geïntimeerde bij de totstandkoming van de inhoud van het testament, de hoge leeftijd van erflaatster en het niet zelfstandig wonen en de hoge mate van afhankelijkheid van de hulp van de curator en anderen.

Verder is niet duidelijk of en hoe de notaris de erflaatster heeft bevraagd over haar eerdere testament en met haar de redenen heeft besproken van de ingrijpende wijziging van haar in het nieuwe testament op te nemen erfstelling ten opzichte van het eerdere testament en de complexiteit van de nieuwe erfstelling en de uitvoering daarvan over 25 jaren.

Op de notaris rust de plicht om te controleren of de erflaatster op de volgende momenten zelfstandig en onafhankelijk haar wil kon formuleren en niet leed aan een geestelijke stoornis die haar belette om de gevolgen te kunnen overzien:

1) bij het opgeven van haar wil,

2) het bespreken van het concept testament,

3) bij het passeren van het testament.

De vraag in hoeverre de stoornis op die momenten een redelijke waardering van de bij uiterste wilsbeschikking betrokken belangen belette dient beantwoord te worden.

Voor een redelijke waardering is vereist dat erflaatster inzicht heeft in haar situatie en in staat is om op het gebied van het erfrecht in vrijheid keuzes en beslissingen te nemen, in rationeel en emotioneel opzicht te overzien en dit kenbaar te maken.

Verder is vereist dat zij de informatie of voorlichting die zij voor het maken van de uiterste wilsbeschikking heeft verkregen ook heeft kunnen begrijpen. Met betrekking tot de waardering is niet alleen relevant de zwaarte van haar stoornis maar ook de aard en de complexiteit van de uiterste wil.

Gezien hetgeen de rechter hiervoor heeft overwogen stelt het hof zware zorgvuldigheidseisen aan de beantwoording van de vraag of erflaatster op de hiervoor genoemde momenten wilsbekwaam was.

Naar het oordeel van de rechter staat vast dat het initiatief tot het maken c.q. wijzigen van het testament door erflaatster mede gelegen was bij de curator. Zij was bij alle gesprekken tussen erflaatster en de notaris en de kantonrechter aanwezig.

Gelet op de leeftijd van de 104-jarige bestaat er een redelijk vermoeden dat zij in enige mate lichamelijk en geestelijk afhankelijk was van de curator die voor haar de zaken regelde.

Gezien de feitelijke gang van zaken met betrekking tot het tot stand komen van het testament van erflaatster is het hof van oordeel dat ondanks het door de notaris gevolgde stappenplan onvoldoende zekerheid is dat erflaatster, mede bezien de complexiteit van het testament, de gevolgen van haar uiterste wil heeft kunnen overzien.

De rechter is gelet op het vorenstaande voor hands van oordeel dat de zoon heeft bewezen dat erflaatster mede bezien haar geestestoestand de gevolgen van haar testament van 13 augustus 2015 niet heeft overzien.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat nietig testament over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de rechtsgeldigheid of de nietigheid van een testament, bezoek dan onze website over het testament. Klik dan hier.